15 augustus 2010

Loten?

Yezkilim

FKK16

Er komt weer een nieuw studiejaar aan, met een nieuwe lichting studenten. Voor de universiteiten en studierichtingen met een numerus fixus levert dit elk jaar weer problemen op: niet alleen is het aantal aanmeldingen elk jaar opnieuw te groot, maar dit aantal neemt ook nog eens ieder jaar toe. Werk vinden direct na het behalen van je diploma wordt immers steeds moeilijker en bovendien worden er elk jaar méér VWO-diploma’s uitgereikt, want het wordt steeds eenvoudiger om dit diploma te behalen.

Hoe komt het dat het steeds gemakkelijker wordt om aan een VWO-diploma te komen? Het is niet zo, dat de eisen ten aanzien wat je moet weten en kunnen steeds soepeler worden. Ook wordt het aantal toegestane onvoldoendes op je eindlijst niet elk jaar opnieuw verhoogd. Nee, het ligt anders (zie ook: Nivellering). Voor elk vak waarvoor de scores anders erg slecht zouden worden, wordt, elk jaar opnieuw, voor elk mogelijk te behalen cijfer, het toegestane aantal fouten verhoogd.

Doordat er met de cijfergeving wordt geknoeid, is de norm om te slagen voor je VWO-diploma in plaats van absoluut, relatief geworden. Voor een diploma hoef je nu alleen nog maar te behoren tot de beste, lees: minst slechte zoveel procent van de deelnemers aan het landelijke en/of schoolexamen. De percentages worden door de politiek en de scholen vastgesteld om rampen te voorkomen, want we kunnen het natuurlijk niet hebben dat, zeg maar, driekwart van de kandidaten zakt voor zijn examen.

Voor wie zich afvraagt hoe iemand die onder de maat presteert in een eindexamenklas terechtgekomen is: hiervoor geldt iets soorgelijks. Scholen laten uitsluitend een vooraf vastgesteld percentage leerlingen doubleren. De rest die er echt niets van bakt wordt naar een ander schooltype, bij voorkeur binnen dezelfde school, gestuurd – leve de scholengemeenschappen – want dat is gunstig voor de statistieken.

Scholen gedragen zich niet zo uit pure liefdadigheid. En er zijn ook geen aanwijzingen dat er leraren of bestuurders worden omgekocht. Nee, als school word je, door het publiek en door de overheid,  slechts beoordeeld op basis van twee criteria: het percentage kandidaten dat slaagt, en het aantal jaren dat de gemiddelde leerling over een opleiding doet. En aangezien je subsidie afhangt van wat de overheid van je vindt en, indirect, via het aantal aanmeldingen, van de mening van het publiek, laat je je scores niet verpesten door luie, incapabele of ongeinteresseerde leerlingen, maar sjoemel je, zoals gezegd, met cijfers, om de scores te verhogen. Je moet wel, toch?

Hoe zijn deze incapabele, ongeinteresseerde en luie leerlingen trouwens ooit in de brugklas terechtgekomen? Er is toch zoiets als een CITO-toets? Drie keer raden. Inderdaad, ook op de basisschool wordt de hierboven beschreven methodiek toegepast. Ook hier wordt  (zie ook, nogmaals: Nivellering) de link tussen het aantal fouten en de score bepaald door de politiek.

Merk je als VWO-opleiding dat er dankzij het gegoochel met CITO-scores kinderen op jouw school terechtgekomen zijn die daar niet thuishoren, dan heb je een praktisch probleem. Maar je wilt deze kinderen niet kwijt, want hoe meer leerlingen, des te meer geld. En ze herhaaldelijk laten doubleren is, zoals gezegd, slecht voor je naam. Wat doe je dus als school? Je laat de leraren goochelen met de cijfers voor de proefwerken. Je eist bijvoorbeeld van ze dat ze dezelfde proefwerken als die van het vorige jaar soepeler nakijken. En dat eis je ook nog eens elk jaar opnieuw. En waag het als leraar eens om niet mee te willen doen…

Een lichtpuntje in deze duistere praktijken is gelukkig dat er ondanks alles nog steeds scholen bestaan, met name gymnasia, die wél goed zijn. Waar leerlingen prijzen winnen, waar zo goed als iedereen slaagt en over gaat, waar de scores hoog liggen en waar dus niet hoeft te worden getruukt. Dat dit met name bij gymnasia voorkomt is logisch: anders dan op andere opleidingen voor VO, zitten er op het gymnasium tal van kinderen die best een tandje, of een heel gebit, hoger zouden kunnen en willen, maar waar geen passende opleiding voor bestaat. Met name de categorale gymnasia worden dan ook steeds populairder. Overigens gaat het op deze scholen soms zo goed, dat je steeds vaker laag opgeleide, jaloerse politici hoort roepen dat het gymnasium maar eens zou moeten worden afgeschaft, of (hoe dat dan moet, zeggen ze er niet bij) opengesteld voor iedereen.

En dan nu weer terug naar de universiteiten en studierichtingen met een numerus fixus. Hoe verdelen we de schaarse plekken? Loten? Nee, want we willen geen kneusjes, studenten die er eeuwig over gaan doen of die uitvallen op de universiteit. Want dat is, ook hier, slecht voor de subsidie en voor je goede naam. En zonde van de toptalenten die worden uitgeloot. Selecteren dan maar? En waarop dan wel? Op de getruukte cijferlijsten bij de diploma’s uit de hoge hoed?

Nee, er is maar één eerlijke methode om te bepalen wie je toe zou moeten laten op jouw universiteit of studierichting: maak je eigen toelatingsexamen (wat vroeger op het VO óók prima werkte.) En laat vervolgens, wanneer je honderd plaatsen hebt, de  kandidaten met de honderd beste scores voor dit toelatingsexamen toe…

…of zouden we ook voor de verdeling van schaarse plekken op universiteiten niet alleen naar de rangorde in scores, maar ook naar een vereiste minimumscore moeten kijken? En wanneer deze norm niet door teveel, maar door te weinig kandidaten zou worden gehaald, zouden we dan misschien ook hier laconiek en principieel moeten zijn en dus zelfs nog minder studenten toe moeten laten dan er plekken zijn?

Yezkilim is wiskundeleraar, Italofiel en levensgenieter. Ze is dol op het signaleren en oplossen van problemen. Een van haar hobbies is het bedenken van radicale onderwijshervormingen.


Reacties gesloten. Reageren? Mail de redactie.

« home