Thanksgiving voor journalisten
Michelle Malkin

Tussen hun hijgerige veroordelingen van de regering-Bush vanwege haar inperking van de vrijheid, de eindeloze rechtszaken met als eis vrijgeven van geheime, gevoelige informatie door leger en inlichtingendiensten en het zelfmedelijden van de media-babbelaars die klagen over de leegbloedende oplages (met uitzondering van de New York Post) hebben mijn collega’s van de Amerikaanse media niet zo heel veel tijd meer over voor dankbaarheid.
Als u me toestaat:
Laten we dankzeggen dat we niet in Bangladesh wonen, waar je voor de rechter gesleept kan worden omdat je in je columns Israël steunt en moslimgeweld afkeurt. Vraag het maar aan Salah Uddin Shoaib Choudhury, hoofdredacteur van Blitz, het grootste Engelstalige weekblad in Bangladesh. Hij kreeg een proces wegens opruiïng aan zijn broek omdat hij berichtte over de dreiging van de radicale islam. Hij is gevangen genomen, geïntimideerd, geslagen en veroordeeld. Vorige week las de officier van justitie in de rechtszitting deze aanklachten tegen hem voor: Doordat u de joden en de christenen ophemelt, naar Israël wilde reizen en zowel hier als in het buitenland de opkomst van de zogenaamde militante islam in dit land beschreef, heeft u gepoogd het imago van Bangladesh en de buitenlandse betrekkingen te schaden.’
Voor het uiten van deze dissidente meningen, kan hij worden geëxecuteerd.
Laten we dankzeggen dat we niet in Egypte wonen, waar de overheid bloggers oppakte omdat ze kritiek hadden op de islam en de passieve opstelling van de politie van Caïro jegens verkrachte vrouwen aan de kaak stelden. Vraag het maar aan Abdel Karim Suliman Amer (22), die eerder deze maand werd gearresteerd vanwege verspreiden van ordeverstorende informatie’, aanzetten tot haat tegen moslims’ en schandaliseren van de President van de Republiek’. Of vraag het Rami Siyam (blognaam Ayyoub) met zijn uitgesproken kritiek op de Egyptische wreedheden. Zijn host, de 24-jarige hervormingsgezinde moslim Mohammad al-Sharqawi, zat afgelopen voorjaar vast nadat hij had meegelopen met een vreedzame demonstratie in Caïro, waar hij een bord vasthield met de tekst Ik wil mijn rechten’. Sharqawi werd wekenlang mishandeld in de gevangenis.
Laten we dankzeggen dat we niet in Soedan wonen, waar hoofdredacteuren die niet buigen voor de regering kunnen worden onthoofd. Vraag het maar aan de familie van Mohammed Taha, hoofdredacteur van het onafhankelijke Sudanese dagblad Al-Wifaq, die in september zonder hoofd op straat werd gevonden in Khartoem. Hij was ontvoerd door gemaskerde, gewapende jihasisten. Wat had Taha gedaan? Hij had de islam beledigd en waagde het de moslimse geschiedenis en de oorsprong van de figuur Mohammed ter discussie te stellen. Al voor de moord kreeg zijn krant een verschijningsverbod van drie maanden en moest hij voor de rechter komen wegens godslastering’.
Laten we dankzeggen dat we niet in China wonen, s werelds grootste gevangennemer van journalisten en internetcritici. Neem Yang Xiaoqing: hij kreeg vijf maanden celstraf voor een verhaal over corrupte ambtenaren in de provincie Hunan. Of Yang Tianshui, dit voorjaar tot 12 jaar gevangenisstraf veroordeeld omdat hij op internet essays schreef over een beweging van bannelingen die vrije verkiezingen willen. Of neem verslaggever Li Yuanlong, die twee jaar opgesloten zit voor subversieve’ handelingen: op buitenlandse websites kritiseerde hij de elite van de communistische partij. Of vraag het de overige 32 journalisten en meer dan 50 bloggers die achter de tralies zitten.
Laten we dankzeggen dat we niet in Libanon wonen, waar uitgesproken schrijvers het met de dood moeten bekopen. De christelijk-orthodoxe journalist Samir Kassir werd in 2005 vermoord bij een autobomaanslag in Beirut. Hij had kritiek op de Syrische bemoeienis met Libanon. Zijn collega Gibran Tueni kwam vorig jaar december om door een autobom. De christelijke Libanese televisiepresentator May Chidiak overleefde zo’n aanslag, maar ze verloor een arm, been en het zicht in één oog.
Laten we dankzeggen dat we niet in Rusland wonen, waar onderzoeksjournalisten routineus worden vermoord. Vorige maand werd het lichaam van de moedige verslaggever en Poetin-critica Anna Politkovskaya aangetroffen in haar appartement. Ze werd doodgeschoten. Vlak voor haar dood werkte Politkovskaya volgens haar krant Novaya Gazeta aan een verhaal over martelingen in Tjetjenië. Ze staat op de dodenlijst met namen als Paul Klebnikov, de in Amerika geboren hoofdredacteur van de Russische editie van het zakenblad Forbes, die in de wereld van de Russische criminele zakenlieden dook en in 2004 buiten zijn Moskouse kantoor werd neergeschoten; Valery Ivanov, hoofdredacteur van de krant Tolyatinskoye Oborzreniye, ook doodgeschoten, in 2002, nadat hij de georganiseerde misdaad en de drugssmokkel uitploos; en Larisa Yudina, hoofdredacteur van de Zuidrussische oppositiekrant Sovetskaya Kalmykia, die door voormalige regeringshelpers werd neergestoken.
Laten we dankzeggen dat we niet in Denemarken wonen, waar de cartoonisten die een karikatuur van Mohammed tekenden en de oprukkende sharia bespotten nog steeds voor hun leven moeten vrezen en ondergedoken zitten.
Laten we dankzeggen dat we niet in Italië wonen, waar een tandeloze rechter voor de jihadisten boog en de beroemde oorlogsjournalist Oriana Fallaci een proces aandeed vanwege haar scherpe tong aangaande de islam. Ze bezweek aan kanker voordat hij zijn wraakzuchtige straf tegen de leeuwin had kunnen voltrekken. Maar de rechtbank maakte de prijs op het beledigen’ van de islam wijd en zijd bekend aan de lafhartige westerse media.
Laten we dankzeggen dat we in Amerika wonen, land van de vrije mensen, bakermat van de dapperen, waar journalisten straffeloos geheime informatie kunnen lekken, daarmee Pulitzer prijzen kunnen winnen en lucratieve boekcontracten binnenslepen, hun lezers en kijkers gewoon kunnen beledigen, maar ook vijandelijke propaganda kunnen uitzenden, zich doof en blind kunnen houden jegens de slachtoffers van de jihad en zichzelf kunnen voordoen als onderdrukte slachtoffers met zescijferige salarissen.
God zegene de USA.
Michelle Malkin is journalist in Washington, D.C. Op haar politieke weblog (4 miljoen bezoekers per maand) en haar nieuwe multimediasite Hot Air gaat ze tekeer tegen anti-Amerikaanse malloten.





RSS