Frontaal
Naakt
22 december 2010

Zeden

Frans Smeets

Na een mislukte weekendvakantie in de Ardennen ben ik twee maanden geleden in Sittard terecht gekomen, een plaats die ik goed ken, omdat ik er op school heb gezeten. Op dat moment vond het Sittardse oktoberfeest plaats, een kopie van de Münchener Oktoberfest, alleen een stuk kleiner. Grote feesttenten, veel bier, muziek waar je niets van meekreeg, buiten een markt, een kermis en bendes rondtrekkende zatlappen.

In het midden van dit geheel stond de Sint Petruskerk. Door de massa wrongen zich enkele kerkgangers, oude mensen op weg naar een dienst. Het had iets tragisch.

Bij de kerkpoort stond een priester, herkenbaar aan zijn grijze kledij en de typische witte boord, die verbaal de volle laag kreeg. Op de prachtige hoogstaande melodie van de door voetbalsupporters bedachte zin: “Hij is een hondenlul”, werd door enkele zatlappen luidkeels gezongen: “Hij is een peeeedofiel, hij is een peeeedofiel….” waarna er de typische braakkreten klonken. Het geluid klinkt alsof de stembanden half in het bier gedompeld zijn en ieder moment de hele maaginhoud naar buiten komt. De omgeving deed er lacherig over. Schijnbaar zijn het niet alleen rabbijnen die niet meer in het publieke domein voor hun geloof kunnen uitkomen.

Er is de laatste veertig jaar veel veranderd. De techniek van publieke vernedering die in mijn kinderjaren door nare mensen binnen de kerk werd toegepast op iedereen die buiten het gareel liep, wordt nu toegepast op de leden van de kerk zelf. De rollen zijn omgedraaid. Zoals ik toen respect had voor mensen die een dikke middelvinger naar de kerk omhoog hielden, heb ik nu respect voor die man die daar voor zijn overtuiging in een vijandige omgeving zijn ding doet. Ik heb een zwak voor mensen die tegen de stroom inzwemmen en krijg pukkels op mijn rug van meelopers.

De laatste decennia heb ik geen enkele sociale druk, zedelijke beperkingen of wat voor dwang dan ook vanuit de christelijke hoek ervaren. Ik word veel geconfronteerd met heftige uitspraken van individuen in kranten en op het internet, maar in de publieke ruimte en in mijn privé-leven heb ik er geen enkele last van.

Veel politieke onderwerpen worden maar al te graag aan christenen gekoppeld, terwijl ze vaak meer te maken hebben met conservatisme en autocratisch gedrag dan met religie. Als Donner het internet wil controleren, is het een gristenhond, terwijl de facto “liberaal” Teeven precies hetzelfde doet. Er is weinig verschil.

D66-ers zien de zondagsrust als een christelijke dwingelandij, maar wie hun afdelingen probeert te bellen op zondag bemerkt dat deze allen gesloten zijn. Dan ook consequent zijn. Hoezo “Kerstreces”? Er is zelfs vanuit vrijzinnig oogpunt een groot belang om af en toe een kerkje te nemen. Die enkele uren verveling levert een hoog rendement aan vrije dagen op.

Christenbashers in de huidige maatschappelijke context zijn laf, teren op een strijd uit het verleden en dienen geen enkel doel behalve zichzelf op het schild te tillen. De maatschappelijke dominantie van religie is namelijk voorbij en dat is maar goed ook..

Als ik met mijn vrouw de bosjes induik, hoef ik dan ook niet meer bang te zijn voor de gristenhond, maar voor de GeenStijls van deze wereld die menen het recht te hebben uit vermaak mensen aan de schandpaal te moeten nagelen. Ze vormen een legertje aan verklikkers en spotters dat ter eigen glorie onbedoeld een zedelijke eenheidsworst tot stand brengt waarbij je altijd over je schouder moet kijken als je je buiten het geijkte pad begeeft. De GeenStijl-redacteuren zijn de pastoors van deze tijd; ze kijken het liefst mee in je huis en gebruiken het publieke oordeel als straf. Net als eerder de pastoor zijn ze blind voor de gevolgen die verder reiken dan de vierkante meter rondom het eigen ego.

Ze hanteren het liefst een strafsysteem dat regelrecht uit de inquisitie komt. Hun oordeel is hard, ze zijn weinig empathisch, nuanceringen zijn hen vreemd. Hun favoriete prooien zijn junks, kruimeldieven en miskleunende pubers. Zolang het maar niet terugbijt. Dit soort gasten zijn laffe rugtrappers die jou vervolgens, het liefst onder gejoel van het gepeupel, onderpissen. Wie de handschoen opneemt, loopt het risico vanuit een ongelijke machtssituatie verder vernederd te worden. De helden.

Als je een willekeurige oude man of een bestuurder die pornofilms kijkt, meent te moeten slachtofferen tegenover zijn familie ben je van hetzelfde kaliber als de mensen die veertig jaar geleden dachten vanuit hun onaantastbaarheid, zonder na te denken over de gevolgen, aan kinderen te kunnen zitten.

Het bier-, tieten- en auto’shedonisme is voor GeenStijl een veilige “kerk” om iemand zonder gevolgen te grazen kunnen nemen. Het is pubergedrag door volwassen mannen gebruikt als een ideologische rechtvaardiging voor vernedering. Hoe moet ik me dat hedonisme bij GeenStijl-hoofdredacteur Pritt Stift anders voorstellen? Dat hij als vijftigplusser met een rode Porsche Boxter bij een middelbare school naar de tietjes van pubermeiden zit te gluren? Dat zou wel erg sneu zijn. Pritt Stift is gewoon een schoolvoorbeeld van hoe je in de geest van een dominant tijdsbeeld kunt wegkomen met mensenmisbruik.

Frans Smeets vindt het recht op zelfverdediging meer van toepassing tegen onderkruipsels dan tegen inbrekers.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home