Frontaal
Naakt
28 februari 2011

Hondenneu.. eh liefhebbers

Frans Smeets


Illustratie: William Mortensen

Nederland is doorgedraaid in zijn opvattingen over hoe om te gaan met gedomesticeerde dieren. Zo kennen we natuurlijk de totaalmalloot Dion Graus, die een traantje wegpinkt bij een koe zonder beschutting, maar geen enkel gevoel van mededogen kan opbrengen voor een hoogzwangere asielzoekster in de regen. Als er echter één groep is onder de dierenliefhebbers, die in graad van gestoordheid de kroon spant, dan is het wel die van de hondenliefhebbers.

Op zich kan ik een hond waarderen. Als gedomesticeerde afstammeling van de wolf is die een nuttige aanvulling op het menselijk bestaan. Ze beschermen je eigendommen, ruimen het vreten op voordat de ratten dat doen en het kan nog gezellig zijn ook. Maar de Frankensteinmonsters die wij gefokt hebben, hebben helemaal niets meer met de wolf te maken. Ik kan het niet eens een hond noemen. Als de wolven zich bewust zouden zijn dat dit, dit en dit hun afstammelingen zijn, zouden ze zich waarschijnlijk massaal van de kliffen afwerpen.

Voor de hondenfokker is de hond een keiharde business onder het mom van dierenliefde. Jaarlijks ontmoeten ze elkaar op de hondenshows. Achter de façade van verzorging en hondenliefde zit een wereld van zaadslepen, selectie (afmaken) en bedrog. Het gaat om veel geld. Iedereen wil zijn teef namelijk door de winnaar gedekt hebben, omdat deze pups het meeste geld opbrengen. Voor veel rassen doet zich nu het probleem voor, dat ze allemaal naaste familie van elkaar zijn en dat ze daarom allerlei erfelijke ziektes hebben. Ook wordt er dermate op esthetische kenmerken gefokt, dat het organisme het evolutionair helemaal niet kan bijbenen.

Bij de Pim Fortuynhondjes (Cavelier King Charles Spaniël) is het zelfs zover, dat er een pleidooi is van Stichting Dier en Recht voor een verbod op deze honden. Door het fokken op grote uitpuilende ogen worden ze gek van de pijn, omdat er te weinig plek voor de hersenen overblijft. Daarnaast hebben ze ook nog allemaal een hartziekte.

De mopshond is door het ‘wegfokken’ van zijn neus een astmatische patiënt geworden die onder luid gesnurk naar adem snakt. Dat snurken vinden wij mensen bij honden vertederend en dus verkoopt het beter. Bij de onuitputbare jachthonden als teckels en bassets is de afstand tussen voor -en achterpoten dermate groot geworden, dat de zwaartekracht altijd tot rugklachten leidt. De ooit fiere Duitse herder sleurt, door heupdysplasie, met zijn kont over de grond.

En dan zullen we het maar niet hebben over de rassen die alleen nog maar met keizersnee ter wereld kunnen komen.

Eigenlijk is er met ieder ras wel iets. Als ergens een Godwin op zijn plaats is, dan is het wel bij hondenfokkers.

De Raad van Beheer, die zou moeten toezien op wantoestanden, verdient er goed geld mee. Voor vijftig euro krijgt iedereen zijn raspapieren. Zo’n papier wijst echter niet op een gezonde hond, maar op een lelijk en ziek inteeltwrak, dat niet oud zal worden en garant staat voor een hoge rekening bij de verwerkingstherapeut.

En die naïeve liefhebber van de “hond” pikt het allemaal, niet doorhebbende dat hij zelf de dierenmishandeling in stand houdt en slechts een verdienmodel is. Als je naar de voedingsafdeling van een dierenspeciaalzaak gaat, zakt je de broek af. De hondenbrok is op zich al gestoord, laat staan al die speciaalvoedingen voor zwakke magen. De hond, van vleeseter naar alleseter naar speciaalvoeding.

De hondenbezitters zijn met hun overdreven dierenliefde behalve een drijvende kracht achter perverse fokprogramma’s, ook zelf actief dierenmishandelaar. Iemand die zijn hond in bed laat slapen, hem koekjes en speelgoed geeft of zelfs kleren koopt, mishandelt zijn hond en ontneemt het dier zijn waardigheid als hond.

Zelfs op maatschappelijk niveau geeft het problemen. Wie in landen met veel zwerfhonden komt, ziet nooit hondenpoep. Hier in Nederland, met zijn vele puppycursussen en hondenregels, is het een grote glijbaan. Kwestie van een welgemikte steen zonder overleg. De hond voelt er zich ook beter bij.

Behalve naïef, zijn hondenliefhebbers vaak ook nog zo gek als een deur. Ze denken werkelijk dat hun keffertje speciaal is en dichten hem allerlei menselijke emotionele eigenschappen toe. Het is vaak “hun kindje”. Je moet het maar uit je strot krijgen.

Een hond kent echter geen liefde of genegenheid naar een mens. Hij ziet hem gewoon als hoofd van de roedel en is daarom onderdanig in zijn gedrag. Hondstrouw. Als de dierenbescherming een mishandelde hond terug moet brengen naar de oude eigenaar, dan gaat de hond zijn mishandelaar kwispelend tegemoet.

Als mensen zeggen dat ze meer liefde bij hun honden ontvangen dan bij mensen, hebben ze eigenlijk een levende pop gekocht, omdat ze mensenliefde te complex vinden. En die hondenpop moet in zijn hele uiterlijk en gedragingen voldoen aan de egoïstische verlangens van de eigenaar. En op die uiterlijkheden en gedragingen wordt de hond gefokt.

Dat honden altijd op hun eigenaar lijken, klopt dan ook. Dat komt echter niet, omdat de eigenaar op de hond gaat lijken, maar omdat de eigenaar een hond zoekt die zoveel mogelijk het evenbeeld van hemzelf is (het is bij de interpretatie van fysieke kenmerken en gedragingen wel zo gemakkelijk om een kloon van jezelf tegen te komen) Hondenliefhebbers zijn, vanuit mensenperspectief, sociaal gestoord. De behoefte om je geliefde zoveel mogelijk op jezelf te laten lijken, verklaart misschien wel weer waarom Graus meer gevoelens heeft bij een Schotse Hooglander dan bij een mens. Dat dan weer wel.

De relatie tussen mens en hond is in feite een groot misverstand tussen soorten. Het is echter de hondenliefhebber die er voor kiest een organisme in zijn soortintegriteit te misbruiken om zijn eigen onvermogen om met soortgenoten om te gaan te compenseren. Dat heeft niets met dierenliefde te maken, maar met een sociale stoornis met als gevolg dierenmishandeling.

Frans Smeets moet bij domrechtse bloggers vaak aan rashonden denken.

Frans Smeets