Frontaal
Naakt
22 maart 2011

Ophitsen

Peter Breedveld


Illustratie: Egon Schiele

Marck Burema, hoofdredacteur van GeenStijl, is bang. Hij weigert hardnekkig een inhoudelijke discussie over de agressieve beschadings- en intimidatieacties van zijn site. Nu het hem niet is gelukt Kamerlid Tofik Dibi (GroenLinks) ervan te overtuigen dat hij mij moet negeren probeert hij het maar met idiote jij-bakken.

Een glibberige afleidingsmanoeuvre, en ik zal er meteen even gehakt van maken. Het klopt dat ik een dikke drie jaar geleden de naam van een Vodafone-medewerkster heb genoemd in een stukje, maar daar houdt elke oppervlakkige gelijkenis met GeenStijl wel op. Ik heb haar contactgegevens noch de exacte locatie van haar werkplek gepubliceerd, noch haar foto. Het stukje was een waarheidsgetrouw verslag van de manier waarop de medewerkster mij onder valse voorwendselen met een enorm vervelend probleem opzadelde dat ze pertinent weigerde te verhelpen.

Dat zijn nogal belangrijke verschillen met wat GeenStijl doet: een ophitserig bericht dat bol staat van de valse suggesties in combinatie met contactgegevens van het slachtoffer op GeenStijl is een garantie voor zeer ernstige bedreigingen. Het is een beproefd recept.

Ik ben écht bedreigd, en mijn kinderen ook, en mijn collega’s ook. Fatima Elatik is écht bedreigd, en de medewerkers van jongerenorganisatie Asri zijn écht bedreigd. Trudy Prins van de antirokerslobby is écht bedreigd. Mensen dringen er steeds op aan dat ik aangifte moet doen, maar dat heeft geen zin want de politie neemt dat toch niet serieus. Vorig jaar had ik een medewerker van de extreemrechtse site Het Vrije Volk op mijn dak, die dreigde de naam van zijn vriendin in mijn lijk te kerven, en dat heeft me een boel tijd op het politiebureau gekost, zonder enig resultaat.

Wat ik wil, is dat er aandacht komt voor de oorzaak van die bedreigingen, voor de ophitsers. Voor GeenStijl dus. Dat krijg ik Tofik Dibi maar niet aan zijn verstand gebracht, maar het is me wel gelukt zodanig op zijn gemoed in te praten dat-ie zich toch met de zaak is beginnen te bemoeien. Hij lijkt een debat over de donkere kanten van de social media te willen organiseren. Ik zou graag met Marck Burema in discussie gaan in plaats van de verbale spuitpoeper Bert Brussen, maar Burema laat zich niet uit zijn bunker van betonnen stompzinnigheid lokken.

Af en toe neemt GeenStijl plichtmatig afstand van de bedreigers, maar zo’n openlijke afkeuring betekent helemaal niets als je daarna toch weer mensen aan de virtuele schandpaal nagelt, met hun adresgegevens erbij.

De horden reaguurders, over wie we geacht worden te geloven dat ze hoog zijn opgeleid en een goede baan hebben, doen alles wat hen door GeenStijl wordt opgedragen. Een prijsvraag versjteren, de uitslag van een wedstrijd beïnvloeden, andermans feestje bederven, een individu kapot treiteren, ervoor zorgen dat het woord ‘schijten’ trending wordt op Twitter.

Het wordt daarom tijd dat GeenStijl wordt gewezen op de verantwoordelijkheid die ze als volksmenner heeft.

Peter Breedveld vindt dat Burema veel te veel macht heeft voor een middelbare man die de oorlog in Libië analyseert in termen als ‘De poep is aan’ en ‘Dikke Boem’.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home