Frontaal
Naakt

7 mei 2011

Heethoofd

Peter Breedveld


Illustratie uit Die Schönheit

Arjan el Fassed, die sinds de vorige zomer GroenLinks in de Tweede Kamer vertegenwoordigt, heeft geen talent voor diplomatie, blijkt uit zijn boek Niet iedereen kan stenen gooien. Steeds als hij in Palestina geconfronteerd wordt met de Israëlische bezetter, weet hij zijn woede maar nauwelijks te beheersen, zelfs al heeft hij verboden lectuur op zak en zou het dus het beste zijn zich koest te houden:

‘In plaats van bezorgd te zijn over de mogelijke ontdekking, was ik woedend. Een Israëlische soldaat die doodleuk zegt dat hij uit Nederland komt, terwijl hij tegelijkertijd de stad bezet van anderen die hier zijn geboren’.

Dat is tijdens de eerste Intifada. El Fassed, zoon van een Palestijnse vader en een Nederlandse moeder, is dan pas vijftien. Het wordt alleen maar erger naarmate hij ouder wordt. Als hij jaren later, als medewerker van een Palestijns onderzoeksinstituut, door een Israëlische veiligheidsagent wordt ondervraagd, weigert El Fassed politiekcorrecte antwoorden te geven. In plaats daarvan gaat hij de agent zitten provoceren: ‘Hangt er een beetje vanaf’, zegt hij als hem gevraagd wordt of hij contacten heeft met terroristen. ‘Wat versta je onder een terroristische organisatie, hoe definieer je terrorisme?’

De agent realiseert zich kennelijk niet, zo redeneert El Fassed, dat Israël elk Palestijnse verzet als een vorm van terrorisme beschouwt. Dat het niet de beste manier is om in Israël een visum te krijgen, dat begrijpt El Fassed ook wel. ‘Wil ik nu echt in debat met deze Israëlische 007? Wil ik niet gewoon zo snel mogelijk naar Nabloes, mijn tas uitpakken en genieten van een maaltijd met mijn familie?’

Maar hij kan het blijkbaar niet laten. Op een receptie in het Zweedse consulaat in Jeruzalem maakt hij ruzie met twee diplomaten door de voedselhulp aan de Palestijnse gebieden te bekritiseren:

‘Het probleem is niet dat er te weinig voedsel is, maar de afgrendeling van de Palestijnse gebieden, zodat er geen verkeer mogelijk is tussen de Palestijnse steden. In plaats van de politieke druk op Israël op te voeren, financieren jullie hulporganisaties. Zo houdt iedereen elkaar hier bezig.’

Zelfs zijn vrouw wordt af en toe moe van hem: ‘Annet loopt weg. Ze heeft vanavond geen zin in politieke discussies.’

El Fasseds opstandigheid is een running gag in het boek. Voortdurend weet hij andermans feestjes te verpesten. Tijdens een met veel moeite georganiseerde ontmoeting tussen Palestijnse en Israëlische studenten – dit speelt zich allemaal af in de tweede helft van de jaren negentig – waarbij is afgesproken het vooral niet over politiek te hebben, kan El Fassed het niet laten erop te wijzen dat de Israëliërs in de huizen wonen waaruit de familie van de Palestijnse studenten is verdreven. ‘Je bent een storende factor’, wordt hem te verstaan gegeven. ‘Wij zoeken naar overeenkomsten en jij benadrukt de verschillen. Hoe kunnen we zo ooit vrede bereiken?’

El Fassed is niet van de mantel der liefde: ‘Zolang de waarheid wordt ontkend, weggemoffeld of vermeden, is het lang wachten op verzoening.’

Zijn woede is gerechtvaardigd. El Fasseds oom is Bassam Shaka’a, de voormalige burgemeester van de Palestijnse stad Nabloes, die in 1980 beide benen verloor door een Israëlische bomaanslag. Tijdens zijn bezoeken aan Palestina is El Fassed herhaaldelijk getuige van de vernederingen van Palestijnen door de Israëlische autoriteiten. Hij hoort de gruwelverhalen over marteling en moord in Israëlische gevangenissen. Hij maakt het dodelijke geweld tegen Palestijnse demonstranten van dichtbij mee.

Zo wordt bij de herdenking van de vijftigste verjaardag van de Nakba, de verdrijving van de Arabieren uit Palestina, een jongen die naast El Fassed staat, door Israëlische soldaten doodgeschoten. Hij zit in de taxi waarop Israëliërs plotseling hun M16-geweren richten: ‘De vrouw links van mij pakt met beide handen haar tas op en duwt het leer tegen de ruit van de auto. Ze zal gedacht hebben dat haar handtas kogelwerend is.’

Tijdens de Tweede Golfoorlog, als Saddam Hoessein Israël bestookt met scud-raketten en het gevaar van een gifgasaanval dreigt, bevindt El Fassed zich in Nabloes. De Palestijnen moeten het zonder de gasmaskers doen die door de overheid wel aan de Israëliërs worden verstrekt. El Fassed krijgt er als Nederlander wel een aangeboden, maar hij weigert omdat hij het ondraaglijk zou vinden de enige overlevende van een gifgasaanval te zijn.

Het is niet alleen Israël, waartegen El Fassed zich verzet. Ook de Palestijnse autoriteit moet het ontgelden: ‘De Palestijnse jongeren zetten hun leven op het spel voor hun vrijheid en Arafats politie keek toe.’ Als hij eind jaren negentig voor de Palestijnse ombudsman onderzoek doet naar corruptie binnen Arafats bestuur, worden zijn vrienden geïntimideerd door Palestijnse agenten. Censuur, intimidatie en terreur zijn onder Arafat heel gewoon, stelt El Fassed vast:

‘Foltering is routine geworden. De methoden die de Palestijnse veiligheidsdiensten gebruiken, lijken gek genoeg veel op de methoden die de Israëlische veiligheidsdienst hanteert: slaan met harde voorwerpen, onthouding van slaap, langdurige houding in pijnlijke posities, pijniging met brandende sigaretten en slaan op de voetzolen.’

Hij ziet de situatie alleen maar verergeren. Aan het eind van het boek maakt hij een gedesillusioneerde indruk:

‘Als er een plek in de wereld is waar mensenrechten niet universeel zijn, waar resoluties van de Verenigde Naties slechts inkt op papier zijn en verklaringen van wereldleiders lege woorden, dan is dat hier. Het ziet eruit als apartheid, het ruikt naar apartheid, voelt als apartheid, maar de wereld wil het niet zien.’

Niet iedereen kan stenen gooien is geen objectieve geschiedschrijving, en dat is ook El Fasseds bedoeling niet. ‘Ja, ik ben subjectief’, schrijft hij. ‘Daar waar onrecht is, kan ik niet neutraal zijn. Elke geschiedenis is een keuze tussen feiten’.

Het is een leerzaam boek, maar het werpt bij mij wel de volgende vraag op: wat is er van de dwarse, rebelse El Fassed overgebleven nu hij voor GroenLinks in de Tweede Kamer zit? Hoe is bijvoorbeeld de discussie binnen de GroenLinks-fractie verlopen toen het over de Nederlandse zending van troepen naar Afghanistan ging? Heeft hij iets gezegd toen de ‘waarheid werd ontkend, weggemoffeld en vermeden’ of zou hij echt geloven dat het om een politietrainingsmissie gaat in plaats van deelname aan een bloedige oorlog?

En waarom horen we hem eigenlijk zo weinig over Geert Wilders en zijn PVV? Want El Fasseds boek smaakt naar meer. Meer van die woedende, ondiplomatieke, recalcitrante druktemaker die El Fassed tijdens zijn Palestijnse jaren was.

Peter Breedveld heeft daar ook een tyfushekel aan, als de waarheid wordt ontkend, weggemoffeld en vermeden. Daarom heeft-ie altijd met iedereen ruzie.


Reacties gesloten. Reageren? Mail de redactie.

« home