Het recht van de zwakste
Jaap de Wreede

Fred zit achter de computer. Collega Willem komt erbij staan. Hee Fred, zullen we een bakkie koffie doen?’
– Dankjewel Willem, maar ik maak deze klus liever af.’
Werk jezelf niet over de kop, hè!’
– Maar collega, ik wil toch juist hard werken, want daar word ik voor betaald.’
Volgens mij heb je niet door hoe het in elkaar zit. Als we te hard werken is er straks niks meer voor ons te doen en kunnen we thuis gaan zitten. Je kunt beter af en toe een halfuur op de wc gaan zitten. Ga maar sjorren. Lees de krant. Of maak een wandeling door het hele gebouw.’
– Maar het is toch veel efficiënter als iedereen zo hard mogelijk werkt?’
Ja maar dan verdwijnen er arbeidsplaatsen.’
– Maar dat is toch helemaal niet erg. Door een betere productiviteit gaat het welvaartspeil omhoog en zo ontstaan er vanzelf arbeidsplaatsen.’
Als ik zo hard zou werken als jij, zou ik ook zo egoïstisch zijn!’ roept Willem en loopt boos weg.
Fred loopt naar zijn bureau. Hij slaat de map open en typt het bovenste getal in het vakje op het computerscherm. Nou nou, jij bent een uitslover,’ zegt collegaatje Saïda, die bezig is haar lippen (die zijn opgespoten met subsidie voor de achtergestelden) te stiften. Ze is net klaar met het telefonisch regelen van haar vakantie naar Marokko.
Uitslover?’ roept Fred vertwijfeld uit. Ik heb net koffie gedronken!’
– Je mag best langer wegblijven dan tien minuten hoor.’
Maar ik doe mijn werk graag goed.’
– Vind je jezelf soms beter dan de minderbedeelden, Fred?’
Enkele weken later… De brave kantoorklerk kan de spanning niet meer aan. In arren moede gaat Fred minstens elk uur naar de wc, sjort aldaar vol ijver en onderneemt om het kwartier een wandeling door het gebouw. Als collegaatje Simone hem na een van zijn wandelingen aanspreekt, schiet hij meteen in de verdediging. Ik dacht dat er beneden een klant was,’ stamelt Fred.
Ooo, maakt niet uit joh. Ik wilde juist zeggen dat ik stress krijg van hoe hard je werkt. Je mag je best de naad uit het lijf werken, maar verwacht niet hetzelfde van mij.’
– Maar ik heb net een halfuur de krant gelezen op de wc.’
Ja maar dat staat dan ook in de CAO. Daar hebben we gewoon recht op.’
– ’
Naast de pauzes die in de CAO staan, hebben we uiteraard recht op een hele reeks andere pauzes. Anders zou het gewoon asociaal van de baas zijn.’
– Maar ik ben niet eens lid van de bond.’
Maakt niet uit joh. De bond is er voor iedereen, of je dit nu wilt of niet.’
Vakbondsbaas Capone komt binnen, een zonnebril op zijn neus en twee Marokkanen met een bobbel onder de oksel achter zich. Wat hoor ik hier? Achterbakse praktijken?’ loeit de vakbondsman. Is men hier bezig de bevochten rechten af te breken? Moet het verzet tegen het onrecht weer beginnen?’ Fred is eerder verbaasd dan bang. Hij legt rustig uit: Geloof me, mijn collega’s doen niet veel, maar ik ben geen verrader. Als ze weer eens een tocht naar de snackbar maken, doe ik gewoon hun werk erbij, want ik vind gewoon dat het af moet. Dus van mij heeft u die informatie niet.’
Dat bedoel ik niet. Ik heb begrepen dat u de minderbedeelde collega’s eruit probeert te werken.’ Capones lijfwachten gaan om Fred heen staan. Hee gast,’ sist de een. Wij hebben nooit kansen gehad. Altijd werden wij maar gearresteerd. En waarom? Voor slechts een paar grammetjes. Dat is racisme! En dat terwijl alle scholieren weten dat de Marokkanen Nederland hebben bevrijd van de fascisten!’ De andere vechtersbaas trekt een jankerige kop. En weet je, dankzij de solidariteit van de vakbond verdienen we onze bling-bling eindelijk legaal. En nu komt zo’n kaaskop dat effe verpesten, hè?’ Capone: Kijk uit mannetje, toevallig ben ik een huisvriend van Jacques Wallage.’ Fred rilt. Als Wallage ermee te maken heeft, is er echt een groot probleem.
Het kantoor van de chef.
Fred, Ik moet je helaas ontslaan. Je strebersgedrag kán nu eenmaal niet. Bovendien wil ik Capone van de vakbond te vriend houden. Zijn steun aan ons marketingconcept verantwoord ondernemen is broodnodig.’
– Maar ’
Ja ik weet dat je de winst hebt verdubbeld, maar we willen helemaal geen winst. We willen subsidie.’ De baas gaat verder in een gespeeld joviale toon: Vanavond hebben we een afscheidsfeestje voor je. Omdat we je altijd als collega hebben gewaardeerd. Je hoort er toch bij. Dan kunnen we meteen geld ophalen voor de derde wereld, want de collega’s denken dat je als cadeau wel iets voor de arme mensen in Afrika wilt doen.’
Maar ik heb toch een contract ’
-Je wilt toch niet overkomen als een arrogante zakkenvuller, hè Fred?’
Maar ik heb heel hard gewerkt. Kijk dan naar Saïda ’
Hoe durf je! Zijn er niet genoeg moslims vergast in de oorlog! Ik voel me nu echt gedwongen sancties op te leggen.’
Nog voor de lunchpauze doet de chef aangifte bij zowel de politie als het lokale bureau discriminatiezaken.
Hoe dit verhaal afliep? De chef maakte promotie. Fred zit nog steeds in de gevangenis (racisme’). En zijn vroegere werkgever? Dat bedrijf balanceert op het randje van de afgrond, hoewel de vriendjes van de baas ook dit jaar een bonus kregen. Daar zijn de subsidies toch voor? En zo draait de maatschappij ordelijk verder. En om de Amerikaanse dichter Allen Ginsberg te citeren: Dit is echt gebeurd.’
Jaap de Wreede is onderzoeksjournalist. Hij schreef onder meer voor NRC Handelsblad, Skrien en Klokkenluider Online. Hij is medeoprichter van Platform De Krijger, een denktank die de Westerse cultuur als fundament neemt.
11 augustus 2005 — Algemeen
Reacties op dit artikel zijn gesloten. Wilt u reageren?
Stuur een e-mail naar de redactie.





RSS