Kuitenbrouwers rookgordijn
Peter Breedveld

Wat een enkeling in dit land wel eens voorzichtig oppert’, schrijft Jan Kuitenbrouwer in HP/De Tijd van 4 november, werd vorige week bevestigd door een gezaghebbende internationale deskundige’. Harvard-geleerde Jessica Stern heeft namelijk gezegd dat de manier, waarop Nederland heeft gereageerd op de moord op Theo van Gogh, aan hysterie grenst. Als voorbeeld noemt Stern het incident met de imam die Rita Verdonk geen hand wilde geven.
Feiten zijn voor Kuitenbrouwer van nul en generlei waarde. Hoe anders te verklaren dat volgens hem door een enkeling voorzichtig is geopperd dat Nederland hysterisch heeft gereageerd op de moord op Van Gogh?
Een enkeling’?! Voorzíchtig’?! Continu wordt er gebruld dat we hysterici, racisten, xenofoben, islamofoben, neo-Jacobijnen, volksnationalisten, beeldenstormers en Verlichtingsfundamentalisten zijn, dat we ons bij de keel hebben laten grijpen door de angst. Niet door een enkeling, ook niet voorzichtig, maar door Geert Mak, Femke Halsema, J.A.A. van Doorn, Alexander Pechtold, Willem Breedveld, Sjoerd de Jong, Bas Heijne, Anja Meulenbelt en nog een hele horde Weldenkende Nederlanders die als een stampede over iedere dissident zijn gedenderd en toen nog een keer en nog een keer en nog een keer en nog altijd houdt het niet op, integendeel, het geweld lijkt de laatste weken weer in intensiteit toe te nemen.
Maar goed, Stern komt uit het buitenland, en ze is verbonden aan Harvard, dus dan moet het zeker waar zijn, wat ze zegt. Daar hoef je dan verder niet meer over na te denken. Dat iemand hecht aan een aantal elementaire fatsoensnormen, zoals het geven van een hand, is inderdaad pure hysterie. Stel je voor, zeg! Straks gaan we onze kinderen weer leren met twee woorden te spreken, en hun bordje leeg te eten. Je moet er niet aan denken!
Over de minder prettige kant van Theo van Gogh zullen we deze week waarschijnlijk niet veel horen’, meent Kuitenbrouwer verder. Leest de man geen kranten? Kijkt hij geen televisie? Heeft hij kroketten in zijn oren? Sinds 2 november 2004 buitelen ze over elkaar heen, de postume moordenaartjes van Van Gogh. Toen hij nog leefde durfden ze niet, maar nu hebben ze opeens allemaal een rekeningetje met hem te vereffenen.
Zo ook Kuitenbrouwer. Van Gogh heeft ooit zijn vrouw publiekelijk vernederd. Wie zijn vrouw ongestraft laat beledigen, is geen cent waard. Maar toen deed Kuitenbrouwer niets. Als een slappe lul stond-ie erbij en keek-ie ernaar. Nu Van Gogh dood is, vindt-ie het payback time. Wat een held.
En wat een argumenten ook. Volgens Kuitenbrouwer baseerde Van Gogh zijn mening niet op feiten, maar op een enkel tijdschriftartikel of een cabaretliedje. Dan wist Theo genoeg, was zijn morele rookmelder aangesprongen en nam het schrille piepen een aanvang, schrijft Kuitenbrouwer. Zo is Van Goghs kritiek op de multiculturele samenleving volgens hem terug te voeren op een voorstelling van de cabaretgroep Zak en As van Justus van Oel en Erik van Muiswinkel, die Van Gogh in 1987 bijwoonde. Allah houdt van godsdienstvrijheid, dat wil zeggen: die van ons. Maar wie Allah’s wet bestrijdt, verdwijnt in Allah’s vleeswagons, zongen Van Oel en Van Muiswinkel.
Kuitenbrouwer verwijst naar een lange jeremiade op de site van Van Oel, Mijn jaren met Van Gogh waarin Van Oel zich opwerpt als de aanstichter van Van Goghs kruistocht tegen moslims, uitmondend in de godslasterlijke film Submission. Van Oel heeft spijt van zijn liedje, want die Islamieten’ hadden hem persoonlijk nooit iets naars aangedaan, schrijft hij nu.
Kuitenbrouwer en Van Oel denken werkelijk dat dat liedje de enige basis was voor Van Goghs woede. Alsof er in Nederland nooit een toneelstuk is afgeblazen onder druk van moslimdreigementen. Alsof het voor homo’s niet levensgevaarlijk is om hand in hand door Amsterdam te lopen. Alsof Hirsi Ali, Afshin Ellian, Geert Wilders, Ahmed Aboutaleb en Rachid Ben Ali niet door moslims worden bedreigd. Alsof in moskeeën niet de haat niet wordt gepredikt. Alsof het echt zo is dat binnen de islam geen godsdienstdwang bestaat. Alsof Van Gogh zich dáár niet oprecht over opwond. Nee, zeggen Kuitenbrouwer en Van Oel, Van Gogh hoorde een liedje, er ging een knop om en vanaf dat moment zat-ie in de antimoslim-modus.
Het is toch duidelijk dat je niet zomaar iedereen ongeremd in zijn godsdienst kunt beledigen’, citeert Kuitenbrouwer met instemming Jessica Stern. Dat is ons op 2 november 2004 inderdaad nog eens goed duidelijk geworden. Maar een schande is het wel. Of vindt Kuitenbrouwer misschien ook dat Van Gogh eigenlijk wel om zijn rituele slachting heeft gevraagd?
Ook is het evident dat de mishandeling van vrouwen meer een cultureel probleem is dan een religieus’, haalt Kuitenbrouwer Stern weer aan. Ja, nou en? Is het dan niet zo dat de koran voorschrijft dat je je vrouw mag slaan als je zelfs maar vreest dat ze ongehoorzaam zal zijn? Is het dan niet zo dat er een disproportioneel hoog aantal moslimvrouwen in de Blijf-van-mijn-lijfhuizen zit? Is het niet zo dat dit gegeven door Weldenkend Nederland jarenlang onder het vloerkleed is geveegd, en iedere klokkenluider terechtgewezen werd met een sissend racist!’? Is het niet zo dat er sinds Hirsi Ali ten minste over wordt gepraat? Is het niet zo dat het vrije woord en de gelijkheid der seksen het waard zijn om te worden verdedigd? Is het in dat licht echt nodig om te gaan zitten zeuren over die minder prettige kant van Theo van Gogh’, die als een meedogenloze sekteleider’ de geringste kritiek of tegenspraak beantwoordde met een vorm van emotionele terreur waar geen normaal mens tegen bestand is’?
Als Kuitenbrouwer wil aantonen dat Van Gogh ongelijk had, moet hij met argumenten komen in plaats van rancuneus geroddel over Van Goghs motivatie, de oorsprong van zijn islamofobie’ en zijn slechte karakter.
Peter Breedveld is niet hysterisch maar wel depressief
Reacties op dit artikel zijn gesloten. Wilt u reageren?
Stuur een e-mail naar de redactie.





RSS