Toegeven aan de vijand
Peter Breedveld
Tussen een aantal stamgasten van Frontaal Naakt wordt thans een fel debat gevoerd. Aan de ene kant de mensen die elke vorm van begrip voor de islamitische medemens lijken te zien als een knieval voor de theocratie, als verraad of als een primitieve tribale impuls. Aan de andere kant, vrijwel in haar eentje, de Marokkaanse Laila. Seculier, vrijgevochten en van mening dat het met de meeste moslims in Nederland wel goed komt, als hen het vuur maar wat minder aan de schenen werd gelegd.
De partijen zetten hun hakken steeds dieper in het zand. Laila wordt steeds verder in het kamp der moslimapologeten gedrongen. Dat ze af en toe assistentie krijgt van lieden die wat oneliners rondstrooien over racisten’ en islamofoben’ en dan snel de plaat weer poetsen helpt haar zaak niet echt. Daarnaast dicht ze steeds consequenter iedere islamcriticus angst toe en beschuldigt ze haar tegenstanders ervan net zo extremistisch te zijn als de moslimfundamentalisten die eisen dat iedereen hun ideeën overneemt.
Hier komt niemand nader tot elkaar, terwijl volgens mij zowel Laila als haar tegenstanders exact hetzelfde wensen, namelijk een vrije samenleving waar niemand de ander oplegt wat te denken en hoe te leven. Een samenleving waar je moslim kunt zijn maar ook één waar niet uit pure paniek naaktfoto’s van de muur worden gehaald, het Zesde Gebod per burgemeestersdecreet wordt verboden of een herdenkingskruis wordt weggezuiverd omdat mensen daar misschien wel aanstoot aan zouden kunnen nemen.
Nu lijkt het wantrouwen jegens moslims bij sommigen wel erg stevig verankerd te zitten. Ik krijg soms de indruk dat een moslim pas geaccepteerd wordt als hij op verjaardagen in geuren en kleuren vertelt over zijn bezoeken aan dark rooms, als ze naveltruitjes gaat dragen en zich door Jan en alleman voor een Breezer laat nemen en als hij de koran gebruikt als toiletpapier.
Terecht merkt Laila op:
Ik vind dat er van de moslims in een korte tijd een aanpassing verwacht wordt waar ze zelfs in Nederland nog niet helemaal mee klaar zijn. Ik zie hier de bittere noodzaak van in maar nogmaals de manier waarop en de druk die hier achter staat is extreem.
Van de week interviewde ik Halleh Ghorashi, als vluchteling uit Iran naar hier gekomen en nu bijzonder hoogleraar Management van Diversiteit en Integratie en die zei min of meer hetzelfde. De grote meerderheid van de moslims in Nederland was helemaal nooit zo gelovig, zei ze. Maar door de manier waarop het debat nu wordt gevoerd, voelen steeds meer mensen zich gedwongen om zich uit te spreken als moslim. Ze worden gedwongen een front te vormen tegen de aanvallen van buiten en zo wordt ze steeds moeilijker gemaakt om zelfkritiek te hebben. Je gaat toch niet toegeven aan de vijand?
Ik moet zeggen, ik herken mezelf daar wel in. Hoe vaker mijn groep’, de seculiere liberalen, wordt aangevallen, door Anja Meulenbelt die ons Verlichtingsfundamentalisten noemt, Hans Goslinga die ons ervan beticht inventieve meisjes te willen verpletteren, Agnes van Ardenne die ons uitscheldt voor beeldenstormers en voor fundamentalistische secularisten, Han van der Horst die ons neo-Jacobijnen noemt, André Rouvoet die beweert dat wij gevaarlijker zijn dan moslims enzovoort, enzovoort, hoe fundamentalistischer, hoe extremistischer zelfs ik word. Dan ga ik Gregorius bellen om te vragen of hij een cartoon voor me heeft waarmee Rouvoet tot in het diepst van zijn ziel wordt gekwetst. Echt pijn doen wil ik ‘m dan. Die behoefte om diep te kwetsen heb ik de laatste tijd vaak. Ik vergeet dan dat er ook mensen worden gekwetst die me heel dierbaar zijn. Dat is de extremist in mij.
En ik ga me verbonden voelen met mensen en instituten waarmee ik eigenlijk niks heb. Als Geert Wilders wordt uitgescholden voor racist door een BBC-journalist die zo vooringenomen is en zo weinig nieuwsgierig naar wat de ander feitelijk bezielt dat-ie zelfs bij Nova niet eens zou worden uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek voel ik de behoefte het voor hem op te nemen. Vaderlandsliefde zegt me niks, het Wilhelmus verdom ik te zingen, maar als een Italiaanse minister beweert dat Nederland precíes als Nazi-Duitsland is, voel ik me honderd procent Nederlander. Ik kan die moslims dus moeilijk kwalijk nemen dat ze islamiseren door de constante kritiek op hun geloof en hun cultuur. Wat natuurlijk niet betekent dat ik de dimwits van Wij blijven hier! (Hallo Faisal!) mijn onvoorwaardelijke liefde ga betuigen.
In 2003 verscheen van Halleh Ghorashi het boek Ways to survive, battles to win, de publiekseditie van haar proefschrift, over vrouwelijke Iraanse vluchtelingen in de Verenigde Staten en Nederland. Ze concludeert dat Iraniërs in de Verenigde Staten veel beter integreren dan in Nederland. Amerikaanse Iraniërs voelen zich Amerikaan, ze voelen zich thuis in de VS. Ik vroeg haar hoe dat kan. In Amerika krijgen ze de ruimte voor hun eigen culturele identiteit, antwoordde ze. Het Amerikaan-zijn is een paraplu die de grote diversiteit aan culturen omvat. De Iraanse cultuur wordt gezien als een verrijking van de Amerikaanse samenleving. Nederland is tegenwoordig helemaal gericht op assimilatie. Je moet je oude identiteit afleggen om geaccepteerd te worden.
Waarom zou je die eenvormigheid verlangen? Waarom zou je van mensen eisen dat ze weten wanneer ze wie een kaartje moeten sturen of hoe het op een Nederlandse verjaardag toegaat? Waarom zouden ze nadrukkelijk moeten verklaren dat ze de koran bij nader inzien toch maar een kutboek vinden? Mensen moeten zich gewoon aan de wet houden en wie dat niet doet, moet keihard voor gaas gaan. Dáár zou eens wat meer energie in moeten worden gestoken.






RSS