Frontaal
Naakt
6 oktober 2006

Lekkers en jihad

O’Brien

SweetThing (44k image)
Illustratie: Michel Kok

Het leek een merkwaardige soort platonische liefde, de manier waarop de vrouwelijke predikant de imam aankeek, en hem onophoudelijk aanraakte tijdens de interreligieuze dienst. Zij is 58 en hij een jaar of 40. Zij komt uit Friesland. Hij uit Turkije, maar woont hier. Ze kennen elkaar 20 jaar.

In de kerk kon je een speld horen vallen. Ze hielden elkaars hand vast, en zij liet de goegemeente een stukje Afrikaans houtsnijwerk zien: drie, uit hardhout gesneden poppetjes die je niet kon losmaken zonder het artefact te vernielen. De onlosmakelijke band tussen islam, christendom, en jodendom aanschouwelijk gemaakt.

Nieuwsgierigheid bracht me naar de kerk waarin ik vroeger gepokt en gemazeld was met de Heidelbergse Catechismus. Ik had me voorgenomen alleen maar te luisteren en te registreren. In die zelfopgelegde verplichting tot zwijgen faalde ik.

Na de dienst een vijftal workshops. De kerk gaat dus met haar tijd mee. In één daarvan konden de kerkgangers de discussie met de voorgangers aangaan. Enkele mannen hadden kritiek op het hele fenomeen: een imam die soera’s reciteert, dat past niet in een christelijke kerk, vonden ze.

De vrouwen waren grotendeels vol lof. Eén zei me later dat ze een brok in de keel kreeg, zo ontroerd was ze: “Zo mooi, dat dit allemaal kon”. Een tweede wist me te vertellen hoe liefdevol de profeet met zijn vrouwen omging, dat had ze in een boek gelezen. Een derde liet weten dat ze aan het begin van het Suikerfeest met lekkere hapjes door de wijk wilde om moslims uit hun isolement te halen. Altijd doen, zou ik zeggen, maar ik vraag me af wat ik me af hoe dat gaat uitpakken. Ik denk aan bezorgde liefhebbende islamitische mannen die hun vrouw liever in dat isolement houden.

Weinig mensen hadden zich kennelijk in de antecedenten van de imam verdiept. Imam Mustafa Önlü had in 1989 bij een demonstratie tegen schrijver Salman Rushdie gezegd dat moslims het recht hebben om de schrijver dood te maken. Het Tv-programma Andere tijden liet een tijd geleden een journaalfragment zien, waarin de imam dat zegt.

Hij nam tijdens de workshop, (en ook eerder al) afstand van die uitspraken, en beweerde destijds alleen maar tegen publicatie van Rushdies boek De Duivelsverzen geweest te zijn, en dat hij zich had laten meeslepen. Soit. Het inzicht komt met de jaren, nietwaar?

Liefde (ook platonische) maakt blind. Mevrouw Corrie Nicolay, de predikante, kent deze man al twintig jaar. Van haar kant geen reactie op mijn vraag wat zijn uitspraken destijds voor impact op haar hadden.

“Islam is vrede”, zei hij, Ik moest van hem maar aan shalom en salaam denken. Dat had ik eerder gehoord.

Wat meent deze gematigde imam nou echt? Jeugdzonden als het akkefietje met Rushdie moet je kunnen vergeven, maar tot wat voor nieuwe inzichten is hij sindsdien gekomen?

Deze bijvoorbeeld: “De aanslagen van Palestijnen op autobussen zijn absoluut geen terrorisme, ook niet als daar kinderen in zitten. De Joden gooien immers vanuit helikopters met bommen. Iemand die daarbij zijn familie verliest, gaat zich verdedigen”

En verder: “De Palestijnen komen niet stiekem, ze zeggen iedere keer: we komen terug. Dat kun je dus absoluut geen terrorisme noemen.” Verder vindt de imam dat terrorisme alleen kan plaatsvinden buiten het eigen land. Ik heb geen idee wat hij hier bedoelt.

Hoe moet ik dit in vredesnaam duiden? In Irak blazen moslims immers elkaar bij duizenden op.
Dezelfde imam, en ik zweer het, beweert op een ander moment: “Wederzijds respect moet vooral bewerkstelligd worden door goede informatie. Als we dat doen, wordt de groep die roept om een jihad hopelijk heel klein.” Dat inzicht zou binnen de islam veel langzamer doordringen dan daarbuiten, liet hij doorschemeren, en daar kon ik me wel wat bij voorstellen, gezien ’s mans eigen uitspraken.

Hoe moest een verdere samenwerking gestalte gegeven worden? In Israël bestaat een gemeenschap waar zo’n 40-50 Palestijnen en Joden in vrede samenwerken. Het kan dus! “Laten we in het klein beginnen met desnoods een aantal moslims dat zich daarin herkent”, zei een andere predikant. Ik help het ze hopen. Önlü zou waarschijnlijk graag instemmend meeknikken. Wie zou in het kader van de taqqiya, of met een knipoog naar een fundamentalistische collega, niet graag de hand van een vrouwelijke predikant of minister schudden? Hij wel.

Eigenlijk had ik de imam graag eens in zijn eigen moskee gehoord. Helaas, de voertaal is daar Arabisch, en die taal beheers ik niet. De moslims in zijn moskee vertegenwoordigen 21 nationaliteiten. Die spreken allemaal Arabisch, maar kennelijk niet voldoende Nederlands.

Wil de PKN (Protestantse Kerken in Nederland) de integratie serieus nemen, dan is er dus werk aan de winkel: Arabisch leren om te beginnen, en proberen te begrijpen dat van tevoren aangekondigde aanslagen van Osama Bin Laden geen terreur zijn. Ik wens ze daarbij veel wijsheid, begrip en doorzettingsvermogen.

O’Brien is niet links, niet rechts. Hij schildert veel, is slavofiel en gek op Bach.

Algemeen
Reageren? Mail de redactie.