Doodgaan in Nederland
Peter Breedveld

Doodgaan in Nederland. Terwijl twee tokkies je vermoorden, gaat de buurvrouw onverstoorbaar door met het ophangen van de was, een andere buurvrouw vraagt zich handenwringend af of dat nou echt nodig is, een buurman filmt alles en wat later sta je op het Internet. Daarna houden ze een stille tocht. Heeft je leven toch nog zin gehad.
Wie in Nederland verdrinkt, of in elkaar geslagen wordt, of gedeporteerd, of vermoord, weet zich altijd verzekerd van publiek. Omstanders. Niemand doet wat, iedereen kijkt. Achteraf vertellen ze gloedvol hoe dapper ze hebben staan toekijken, en dat het er bij hen best wel inhakte. Toen Theo van Gogh midden op straat werd afgeslacht, waren er ook veel omstanders. De meest frappante was wel de mevrouw die in Libelle werd opgevoerd en die zich zo daadkrachtig had getoond tijdens Van Goghs laatste minuten:
Ze overzag de situatie en wist meteen dat ze wilde proberen iets te doen. Ze parkeerde haar zoontje in zijn fietszitje achter een auto en ging daar zelf ook staan. ( ) Ik dacht: als hij beweegt, duik in naar beneden en ben ik gedekt door die auto.
Vanachter die auto heeft ze naar de moordenaar geroepen dat hij het niet moest doen. Bewonderend vroeg de Libelle-verslaggever of ze zichzelf dapper noemde, maar mevrouw, die verpleegkundige is geweest, toonde zich de bescheidenheid zelve: Ik ben altijd gewend geweest adequaat te handelen in noodsituaties.
Als in Nederland het woord adequaat’ valt, is er altijd iemand zwaar de sigaar. In dit geval Van Gogh, maar mevrouw is blij dat ze nog iets voor hem heeft kunnen betekenen terwijl Mohammed Bouyeri in hem stond te snijden als was-ie een homp rosbief: Dat heeft me diep geraakt, dat ik daar stond en in dertig seconden met Theo een bondgenootschap voor het leven smeedde.
Dat hebben die Dutchbatters in Srebrenica vast ook gedaan, een bondgenootschap voor het leven smeden met de zevenduizend moslims die, ondanks hun adequate optreden, door de Serviërs werden afgeslacht. En de omstanders die toekeken toen in de Tweede Wereldoorlog de Joden uit hun huizen werden gehaald, die stonden daar ongetwijfeld ook enthousiast te smeden.
In het kader van de Holocaust-herdenking, vorige week, zag ik op een bijeenkomst een aantal fragmenten uit gefilmde interviews met getuigen van de deportaties van Nederlandse joden. Onder leiding van historicus Dienke Hondius zijn er, in het kader van een internationaal project van onder andere het United States Holocaust Memorial Museum, 33 geïnterviewd. Allemaal mensen die alles hebben gezien en die niets hebben gedaan.
Toen ik zat te kijken naar die mensen, bij wie de verbouwereerdheid zestig jaar later nog steeds op het gezicht leek te staan, realiseerde ik me wat de oorzaak was van het feit dat in Nederland zo relatief veel joden zijn weggevoerd: niet het antisemitisme, niet de keurig bijgewerkte administratie bij burgerzaken, maar gewoon het feit dat iedereen weet dat je dit in Nederland kunt flikken zonder dat iemand een poot uitsteekt.
Je kunt in dit land gewoon een drukke straat opgaan, er een paar mensen uitpikken en ze hartstikke doodschoppen. Niemand zal je een strobreed in de weg leggen. Iedereen is allang blij dat hij zelf het haasje niet is. In de tram werd ik eens belaagd door een groep straatterroristjes en vlakbij zaten twee vrouwen, waarvan er één naar mij keek. De andere vrouw snauwde haar toe: Kijk voor je, niks mee te maken!
Misschien zou ze voor de televisie hebben gezegd dat ze blij is dat ze nog iets voor me heeft kunnen betekenen in de laatste dertig seconden van mijn leven.
Maar met een beetje pech wordt unaniem besloten dat het slachtoffer het er zelf naar heeft gemaakt. Hij had lul’ tegen zijn moordenaar gezegd’; Hij had de moordenaar vernederd door hem aan te spreken op zijn asociale gedrag’; Hij zei altijd geitenneuker”; Ze liep er ook wel heel uitdagend gekleed bij’; Het waren onsympathieke klootzakken, die moslims in Srebrenica’. Altijd een goede reden verzinnen dat iemand en plein public door de wolven is verscheurd, dan kun je jezelf geruststellen dat het jou nooit zal overkomen.
Die vrouw, die de was stond op te hangen terwijl beneden haar Pascal Triep werd vermoord, kan de algemene (en let wel: hypocriete) verontwaardiging over haar gedrag niet begrijpen. Ze mengde zich nooit in andermans zaken, maar is nu tóch het middelpunt geworden van een verhitte discussie’, schrijft het Algemeen Dagblad.
Het is toch wat. Je nergens mee bemoeien en dan tóch in de problemen komen. Is in Nederland dan helemaal niemand meer veilig?





RSS