Het mysterie Wilders
Stan de Jong

Illustratie uit Dave Coopers Overbite.
Toen ik in 1999 bij HP/De Tijd als verslaggever begon, kwam ik tegenover Frits te zitten. Met deze ervaren Haagse verslaggever zou ik de politieke redactie vormen, zo was de bedoeling. Frits was een serieuze moeilijke jongen, die zijn vak gewetensvol verrichtte, maar geen ander gelijk dan het zijne kende. Het liep al vrij spoedig mis.
We konden het niet met elkaar vinden. Ik vond dat Frits te veel verstrengeld was geraakt met de Haagse kaasstolp; Frits vond mij te brutaal en niet grondig genoeg. Dat ik al met mijn eerste artikel een rel op het Binnenhof veroorzaakte door een omstreden portret van PvdA-politica Marjet van Zuijlen, die een verhouding had met Rikkepik van der Ploeg, zal wel niet geholpen hebben.
Omdat samenwerken geen optie bleek, besloten we maar ieder onze gang te gaan. Frits op zijn manier, ik op de mijne. We waren nog wel on speaking terms. Op een dag, het zal ergens in 2001 of 2002 geweest zijn, zei Frits zomaar vanuit het niets: Er is iets met die Geert Wilders aan de hand. Ik keek niet-begrijpend. Iets met Israël, of met de Mossad precies weet ik het niet, probeerde Frits uit te leggen. Kennelijk had Frits signalen uit zijn netwerk ontvangen.
Geert Wilders was toen nog gewoon een (gewaardeerde) hardliner binnen de VVD. Dat hij veel in het Midden Oosten had gereisd, was wel bekend. Ook dat hij een hartstochtelijk pleitbezorger was van de staat Israël, en fel op moslims.Het zou me niet verwonderen, zei Frits een dag erna, als hij voor de Mossad heeft gewerkt.
Nu moet u weten dat als er iemand wars van samenzweringen was, het wel Frits was. Alleen al de suggestie dat er zoiets als een doofpot in de politiek bestond, was voor hem not done. Frits had een onvoorwaardelijk geloof in de integriteit van onze vaderlandse politici. Kortom, als Frits de suggestie dat Wilders een Mossad-agent was serieus nam, moest er wel echt iets aan de hand zijn.
Frits ging op onderzoek uit. Hij legde zijn oor te luisteren in zijn netwerk, sprak ook nog met wat oud-klasgenoten van Wilders. Maar het leverde vooralsnog kennelijk weinig bruikbaars op. Om de zoveel weken vroeg ik hoe hij vorderde. Geert is in elk geval niet zelf joods, zei Frits dan bijvoorbeeld. Maar veel meer kwam er niet. Frits was ook het type dat het honderd procent hard’ wilde hebben. Aan geruchten had je niets, vond hij. Het onderzoek bloedde dood.
Vorige week werd bekend dat de AIVD Wilders schaduwde als hij weer eens een bezoek aan de Israëlische ambassade bracht. Ik weet niet wat ik er allemaal van moet denken, maar intrigerend is het wel. Jammer toch dat HP/De Tijd destijds niets met de aanwijzingen heeft gedaan. Ook al hadden we het dan niet honderd procent rond gekregen, het was ongetwijfeld een historisch verhaal geworden. Maar ja, zo zat Frits nu eenmaal niet in elkaar.
Stan de Jong (1963) publiceerde De Deventer moordzaak de omstreden veroordeling van Ernest L. (uitgeverij Balans) en Prettig weekend ondanks alles (uitgeverij Xtra). Momenteel werkt hij als onderzoeksjournalist bij Nieuwe Revu.





RSS