Ex-moslims
Hafid Bouazza

Enige tijd geleden zag ik per ongeluk een praatprogramma, waarin een van de meisjes van halal (van het ritueel geslacht, bij wijze van spreken) schamper opmerkte dat Ehsan Jami van de PvdA, die een comité voor ex-moslims wil oprichten, voor polarisatie zorgt. Ik zapte snel door: het fragment gaf mij het geestelijk equivalent van een slok bier uit een blikje dat als asbak was gebruikt.
Zo ken ik mijn moslims weer: na de moord op Pim Fortuyn spraken velen onder hen over de demonisering van de islam; nu hebben ze er weer een nieuw woord bijgeleerd: polarisatie.
Waarom de talrijke islamitische organisaties niet polariserend zijn, maar een vereniging van ex-moslims wel, is mij een raadsel. Als er al iets polariserend is, dan wel het sektarische karakter van de islam, met zijn virulente, excluderende eenheidsbeleving van Allah.
Net zo raadselachtig is dat een begenadigde regisseur als Eddy Terstall, die nota bene met anderen een pamflet opstelde over de vrijheid van meningsuiting, zich voor het karretje van de PvdA laat spannen om Jami niet alleen in te tomen’, maar, blijkbaar, ook tegen zichzelf te beschermen. Want hij is nog zo jong. Elke rechtgeaarde kunstenaar zou pal achter de vrijheid van expressie moeten staan of die expressie hem/haar kan bekoren of niet.
Maar wie hier in bescherming wordt genomen, is niet Jami, maar de moslims. Deze vormen al lang de nobele wilden voor de PvdA, of beter gezegd: wat dieren voor Marianne Thieme zijn, zijn moslims voor de PvdA: een perfect scherm om zachtmoedigheid en oneindige culturele begrip te projecteren. Een gevaarlijke vorm van sentimentaliteit.
In het hoofdcommentaar van de Volkskrant (6/6/2007) worden ook kanttekeningen gemaakt bij het feit dat Jami Ayaan Hirsi Ali als voorbeeld neemt. Flauwekul en goedbedoelend paternalistisch geraaskal. Waarom is het legitiem een in mythische vodden gehulde profeet tot voorbeeld te nemen en niet een werkelijk bestaande persoon van vlees en bloed en geestrijkheid? Alleen vanwege anciënniteit en massaliteit?
Terstall noemde zichzelf een Stasi; dat was, volgens zijn eigen zeggen, ironisch bedoeld. Maar dat is het hele eieren eten: in de politiek is er geen plaats voor ironie, want waar ironie grijnst, daar vlucht hypocrisie. En hypocrisie en politiek zijn goede vrienden van elkaar.
Nederland heeft geen knieën meer; het lijkt wel of het massaal aan het bidden is geslagen, richting Mekka het zitvlak naar de toekomst gekeerd.
Het is dat ik individualiteit hoog in het vaandel heb staan, anders zou ik mij aansluiten bij het comité van Jami. Via deze weg wil ik wel mijn steun aan hem en de zijnen betuigen en hoe klein deze steun ook moge zijn, hij is onvoorwaardelijk.
Hafid Bouazza (1970) schildert, componeert, kookt, goochelt, bedwelmt, prikkelt de zinnen en verruimt de geest met zijn woorden. Onderga zijn boeken.





RSS