Frontaal
Naakt
11 juni 2007

Miss America

Loor

Schonheit09 (115k image)

Ruim twee weken ben ik nu in Lafayette, het ‘Aerdenhout’ van Noord-Californië, op een steenworp afstand gelegen van San Fransisco. In Lafayette, a.k.a. The Valley of the Dolls, zijn de vrouwen allemaal even beeldschoon, goed gemanierd en uiterst gastvrij. De mannen (helaas allemaal ontzettend getrouwd) zijn zonder uitzondering bijzonder knap en voorkomend. Hun door binnenhuisarchitecten feilloos ingerichte huizen met duizelingwekkend uitzicht over de heuvels doen mijn mond onophoudelijk openvallen en mijn schamele 90 vierkante meter in Nederland verbleken tot een dependance van een of andere kringloopwinkel.

Mijn veel te mooie zus, die hier al bijna twee decennia woont en voor wie nog steeds geen afdoende kuur tegen ADHD is gevonden, sleept mij als haar trofee letterlijk van hot naar her. Dat ik daar intens van geniet en als verstokte einzelgänger meteen heel therapeutisch door al mijn barrières heen breek, wil ik graag voorop stellen.

Haar tomeloze energie en indrukwekkende sociale leven (wie zegt dat je geen echte vrienden kunt maken in de VS?) maken langzaam maar zeker een ander mens van mij. Mijn hakken komen langzaam los uit het stroeve zand en een avond thuisblijven – normaal gesproken mijn favoriete tijdverdrijf – lijkt nu een absolute verspilling van kostbare tijd. Ik wil zoveel mogelijk opgaan in het leven hier en geen minuut verliezen van deze waardevolle reis.

Zijn het de Californische zon en het adembenemende landschap, die maken dat iedereen hier zoveel sympathieker, beleefder en optimistischer lijkt te zijn? Of komt het doordat men hier meer buiten leeft en sport een essentieel onderdeel van ieders leven is? De gelukzalig makende endorfinen moeten bij deze sportievelingen wel met grote hoeveelheden tegelijk door het getrainde lijf razen.

Opvallend is dat de inmiddels ook in Nederland niet meer weg te denken Babyjoggers hier worden gebruikt waar ze voor bedoeld zijn – joggen – en dus niet, zoals bij ons, slechts als lokmiddel om vaders achter de kinderwagen te krijgen. Terwijl ik aan het einde van mijn bijna dagelijkse wandelingen rond het heuvelachtige Lafayette Reservoir worstel met een zwerm blauwe vlekken voor mijn ogen, zie ik jonge moeders en vaders moeiteloos en al druk pratend de steile heuvels op en af rennen met hun met baby’s en peuters gevulde joggers. Ook in de parken in downtown San Fransisco zie ik deze zelfde taferelen – iedereen is in beweging en een prachtig gespierd lijf is in deze regio geen zeldzaamheid.

Aanvankelijk bekeek ik met argusogen de soms tot op het bot afgetrainde lijven, de witter dan witte tanden en perfect gestileerde looks van mijn Californische seksegenoten. Ze lijken niets aan het toeval over te laten en bespreken tot in het kleinste detail met mij hun pijnlijke ‘van de venusheuvel tot aan de anus’ Brazillian Wax-behandelingen en andere martelpraktijken die ze ondergaan om hun gepolijste uiterlijk te kunnen handhaven. En was ik in nonchalant NL nog trots op mijn vrouwelijke zandloperfiguur, hier voel ik me (als niet-roker) een Rubensmodel met rokersglimlach. Stiekem heb ik me al gewaagd aan een veelbelovende tandpasta met waterstofperoxide, hopende dat over een paar maanden mijn tanden niet voorgoed als een rij dunne lamellen in mijn mond zullen rondwapperen.

Momenten van glorie zijn er natuurlijk ook, vooral wanneer er onder veel ge-Oh my God! wordt geconstateerd dat mijn D-cup niet het gevolg is van een boobjob.

Eigenlijk ben ik hier voortdurend heel erg Oh my God. En dat is het sympathieke van de Amerikanen – ze vinden het fantastisch me te ontmoeten en dat ik uit het verre en spraakmakende Nederland kom, maakt uitsluitend positieve reacties los. Ze stellen veel vragen over het huidige Nederlandse politieke klimaat en zijn oprecht geïnteresseerd in mijn mening over de gang van zaken in hun land (voor zover ik er een mening over mág hebben).

En is het niet een verademing om in een restaurant nu eens het bedienend personeel te mogen negeren, in plaats van andersom? Niks krampachtig zwaaien en gebaren naar verveelde en arrogante serveersters zonder ooghoeken, die in ons land een avond uit eten altijd weer tot een doodvermoeiende aangelegenheid maken en ‘het even met de manager moeten overleggen’ als je om een glas water vraagt. De service hier is simpelweg verbluffend goed en het kan me geen zak schelen of het nu gebakken lucht is of niet.

Tot nu toe voelt de belangstelling en gastvrijheid hier als een warm bad. Tegelijkertijd besef ik schaamtevol dat we in oernuchter Nederland niet koud of warm worden van de Amerikanen die met zoveel plezier ons land bezoeken. Nooit een negatief woord van hen die er geweest zijn – we maken als kleine natie om veel redenen veel indruk op het grote Amerika.

Nog een kleine week te gaan in dit onwaarschijnlijk grote land van uitersten, voor ik met gemengde gevoelens weer vertrek naar vertrouwd en doe-maar-gewoon (gááp) Nederland. De zon breng ik met me mee – that’ s a promise.

Loor (1967) verwondert zich in toenemende mate over het gebrek aan zelfspot en zelfbewustzijn bij haar medemens. Deze column is eerder gepubliceerd op Het Vrije Volk

Algemeen