Frontaal
Naakt
7 juli 2007

Ruis

Loor

0667 (99k image)

Kinderen vind ik over het algemeen nogal leuke wezens. En voor zover ik het kan beoordelen, zij mij ook. Hun ouders, vooral de wat jongere varianten, halen mij daarentegen vaak het bloed onder de nagels vandaan. Waarom? Omdat ze zich ronduit opstellen als het personeel van deze kinderen. Omdat ze eindeloos met die niet-besluitvaardige minimensjes in overleg gaan over van alles en nog wat. Omdat ik, als volwassene, voortdurend moet wachten totdat de slaafse en in aanbidding verkerende ouders klaar zijn met luisteren naar de zoveelste totaal onbelangrijke interruptie van hun larf.

Laatst at ik bij vrienden met kinderen (van de lieve en brave soort) en het gesprek aan tafel, althans, iedere poging tot een normaal gesprek, werd volledig ondermijnd door voortdurende harde kreten, luide onderbrekingen en veel ge-mama-mama!. Blijkbaar moeten deze kids zich altijd even uitleven na het eten en daar moet het bezoek zich dan maar bij neerleggen. ,,Het heeft nu geen zin om dit te bespreken, ze moeten even ontladen!”, sprak de gastheer op gelaten toon.

,,Dit huis heeft drie verdiepingen en een tuin. Waarom gaan ze niet even boven spelen?”, opperde ik. ,,Dan kunnen wij even rustig praten”. Alsof ik ze zojuist had voorgesteld om ter plekke op de eettafel een triootje te hebben, zo geschokt keken deze twee immer aan hun kinderen toegewijde ouders mij aan.

De kinderen verdwenen uiteindelijk naar boven (onderwijl nog steeds de nodige decibellen producerend), maar ik voelde me toch wel opgelaten over mijn eerlijke, maar ook logisch lijkende, verzoek. ,,Wij horen het niet eens meer, maar oké”, kweelden pa en moe. Ik, de kinderloze, moet me volgens hen daar toch eens op gaan instellen, dat ‘lawaai’ er nu eenmaal bij hoort als er kinderen in huis zijn. Dat ik daar een beetje vermoeid van raak, gezien het aantal vrienden en familieleden met kinderen dat ik om mij heen heb, is dan jammer voor mij. Weg rust, tenzij ik mijn sociale leven in één klap aan de wilgen hang.

Misschien dat ik, als kinderloze kinderliefhebber, juist heel objectief kan zien waar de blinde vlek van sommige ouders zit. Volgens mij is het niet handig om met een kind van vier in conclaaf te gaan over wat hij wil eten. Weet dat kind veel. Geef hem twee opties. Dus: ,,wil je pindakaas of Schuddebuikjes op je brood?”. Klaar. Hou het overzichtelijk. Stel geen open vragen, dat willen kinderen niet – echt niet. En van een keer ,,ssssst, koppen dicht, papa en mama praten nu even met het bezoek!” zullen ze echt geen jeugdtrauma oplopen.

Nog erger zijn de ouders die heel zacht gaan murmelen als hun kinderen weer eens het toegestane aantal decibellen overschreeuwen. En hoe harder ze schreeuwen en ons proberen te onderbreken, hoe zachter hun gemurmel. Met mijn vaardigheid in liplezen gaat het hierdoor steeds beter, maar ik begrijp er helemaal niks van. Van dat gemurmel en die glazige blikken, die betekenen dat ze op dat moment heel educatief hun kroost negeren en gewoon doorgaan met een ‘volwassen gesprek’. Met hartkloppingen en tuitende oren probeer ik dan al liplezend hun gewauwel te ontcijferen. Dat ik vaak veelbetekenend mijn hand achter mijn oorschelp houd, wil ook niet echt helpen.

Dit soort bijeenkomsten zijn een ware uitputtingsslag voor ondergetekende en doen mij altijd ernstig in vertwijfeling raken over mijn (on)verdraagzaamheid. Maar is al dat geschreeuw van peuters, kleuters en tieners nu echt zo essentieel en ontladend? Of staan we aan het eind van de rit allemaal te schreeuwen en raken we alleen maar meer en meer opgefokt, zonder dat nog door te hebben? Volgens mij is schreeuwen helemaal niet zo gezond. En waar en bij welke leeftijd ligt de grens? Loop eens langs het gemiddelde schoolplein tijdens de ochtendpauze. Een paar straten verderop lopen mag ook, het lawaai is er niet minder om. Nooit en te nimmer een huis kopen in de buurt van een lagere school, is mijn dringend advies.

Thomas Rosenboom schreef over dit onderwerp het briljante pamflet Denkend aan Holland. Hij legt hierin de schuld bij onze opvoeding: ‘Je ziet de verschillen met het buitenland eigenlijk al bij Sesamstraat. Belgische koters luisteren rustig naar een verhaaltje, terwijl hun Nederlandse leeftijdsgenootjes schreeuwen en rondspringen. Erger nog: het programma begint met een hels kabaal. Alsof men daarmee wil zeggen dat kinderen alles mogen’.

‘Ongeremdheid lijkt een doel op zich te zijn geworden en dat werkt door tot in de volwassenheid’.

Rosenboom kenschetst ons gedrag daarom als puur hysterische opwinding. Er wordt gefeest, maar er valt niets te vieren. We stuiten hier op hetzelfde fenomeen als met de Sesamstraat-kindertjes. Door het eindeloze lawaai en het totale gebrek aan bespiegeling overschreeuwen we de inhoud. Met als tragische gevolg dat we ons – in tegenstelling tot wat we denken – juist niet uiten: ‘Wie springt en schreeuwt uit zich niet, maar kan zich juist niet uiten, die voelt niets meer, alleen maar zijn eigen opwinding’.

Na zelf een jaartje in mooi België gewoond te hebben, kan ik alleen maar beamen dat wat Rosenboom stelt, ook echt waar is. Ik heb er geen schreeuwend kind gehoord, zelfs niet tijdens de pauzes van een nabijgelegen lagere school. Worden dit nu allemaal gefrustreerde en introverte volwassenen, omdat ze niet schreeuwend en joelend de weg naar volwassenheid hebben kunnen bewandelen?

Wat mij betreft mag dit 39 bladzijden tellende pamflet standaard in ‘de Blije Doos’ – het gratis en goed gevulde verrassingspakket voor aanstaande ouders.

Hoeveel ik ook van kinderen houd, het blijven kinderen, die in de ruimte en wereld van de volwassene mogen verblijven, en niet andersom. Als we dat nu toch eens tot ons door zouden laten dringen, dan weet eenieder weer zijn plek in deze toch al zo verwarrende tijden.

Loor (1967) verwondert zich in toenemende mate over het gebrek aan zelfspot en zelfbewustzijn bij haar medemens.

Algemeen