Frontaal
Naakt
15 januari 2008

Lijstjes: de beste boeken van 2007

Peter Breedveld

YoujiMuku01 (282k image)
Illustratie: Youji Muku

Het afgelopen jaar heb ik maar twee romans en een novelle gelezen die in 2007 uitkwamen. Ik heb wel veel actuele non-fictie gelezen, vooral vanwege mijn werk. Wetenschappelijke boekjes die op hun best een aardige bijdrage aan het debat over de vrije meningsuiting, of de discussie over evolutietheorie versus de intelligent design-onzin zouden kunnen zijn. Op hun slechtst waren ze niet om doorheen te komen. En van alles er tussenin. Verrassend vond ik het boekje Vloeken als een Hollander van de Bond tegen het Vloeken, waarin wetenschappers hun licht schijnen op de sociologie, de geschiedenis en de juridische dimensie van het verschijnsel ‘smadelijke godslastering’ (u weet wel, dat vergrijp waarvoor Theo van Gogh terecht is afgeslacht). Ik raad het u van harte aan.

In deze lijst wil ik echter alleen fictie opnemen en daarom heb ik de vijf beste boeken gekozen die ik het afgelopen jaar las, ongeacht de verschijningsdatum.

1) Michael Chabon The Yiddish Policemen’s Union (2007) . Een zogenaamde hard boiled detective volgens het boekje: een politieman onderzoekt een moordzaak, gaat ietwat onorthodox te werk, wordt van de zaak gehaald, laat zich daardoor natuurlijk niet stoppen en stuit dan op een nog veel grotere zaak die hem ver boven het hoofd stijgt.

Verschil met de doorsnee detective is dat deze zich afspeelt in een alternatief universum, in een Joods district in Alaska, dat de Joden van de VS in bruikleen hebben gekregen nadat ze in 1948 uit Israël zijn verdreven. Aan de vooravond van de officiële opheffing van dat district, waarna alle Joden zonder vaste verblijfsvergunning hun biezen moeten hebben gepakt, stuit de ongelovige Jood Meyer Landsman op een – jawel – zionistisch complot. Of wat zeg ik: op de Moeder der Zionistische Complotten.

Spannend boek, mooie personages, wondermooi geschreven. Chabon, mijn favoriete auteur van dit moment, slaagt erin het absurde geloofwaardig te maken. Wordt er nu uiteraard van beschuldigd een antisemiet te zijn, of hoe heet dat, een selfhating Jew. Ongetwijfeld door mensen die niet weten te genieten van een mooi boek. Want dat is wat The Yiddish Policemen’s Union eerst en vooral is: een retegoed boek. Volgende week mijn uitgebreide bespreking.

Citaat: Even the most casual study of the record, Landsman thinks, would show that strange times to be a Jew have almost always been, as well, strange times to be a chicken.

2) Vladimir Nabokov: Lolita (1955). Moest ik van Hafid lezen. Nu ik dat heb gedaan, schaam ik me ervoor op mijn negendertigste te bekennen dat ik hiervoor nooit iets van Nabokov had gelezen, en dat ook niet van plan was. Vanwege die Russische naam, denk ik. Twintig jaar anti-Sovietpropaganda hebben bij mij hun vernietigende uitwerking niet gemist. Nou ja, ik moet ook eerlijk zeggen dat ik Russische componisten en filmregisseurs niet lust.

Maar Lolita is in alle opzichten een rijk boek en het meest angstaanjagende én hilarische inkijkje in de psychopathische ziel dat ik ooit had. Wát een schrijver. Daar ga ik dit jaar meer van lezen.

Citaat: Now I wish to introduce the following idea. Between the age limits of nine and fourteen there occur maidens who, to certain bewitched travelers, twice or many times older than they, reveal their true nature which is not human, but nymphic (that is, demoniac); and these chosen creatures I propose to designate as “nymphets.”

3) Nathan Englander: The Ministry of Special Cases (2007). Het ene moment zit je te kankeren hoe je land naar de verdommenis afglijdt, en dat het toch eens hoog tijd wordt voor een sterke regering die orde op zaken stelt, het andere moment heb je je sterke regering en ben je je kind kwijt. Het overkomt de Argentijnse Jood Kaddish Poznan, wiens zoon Pato door de junta uit zijn huis wordt gehaald. Kaddish en zijn vrouw Lillian beginnen daarna een hopeloze zoektocht naar Pato die algauw Kafkaëske dimensies krijgt en die ze in rap tempo van elkaar vervreemdt. Hartverscheurend, maar ook hilarisch.

Citaat: ‘Als er ergens op grote schaal gestorven wordt, ontspringen de Joden de dans nooit.’

4) Philip Pullman: Northern Lights (1995). Vergeet de film, hou het bij de boeken van Pullman, waarin de elfjarige Lyra Belacqua tot over haar oren verliefd wordt op een grote, stoere ijsbeer, met wie ze probeert haar leeftijdgenoten te redden uit de kleverige handen van de oppermachtige Kerk, die niks liever doet dan kinderen seksueel verminken, want seks is immers zonde.

Citaat: Castration – It means removing the sexual organs of a boy so that he never develops the characteristics of a man. A castrato keeps his high treble voice all his life, which is why the Church allowed it: so useful in Church music. (…) But the Church wouldn’t flinch at the idea of a little cut, you see.

5) Anthony Burgess: Earthly Powers (1980) Moest ik ook van Hafid lezen. In zijn woorden: Eén van de beste romans ooit geschreven. Hierin komen alle thema’s en motieven van Burgess samen, in een stijl die viriel, ruw, maniakaal, lyrisch, bonkig en ronkend is, vol met wat Martin Amis garlicky puns noemt.

Citaat: ‘It was the afternoon of my eighty-first birthday, and I was in bed with my catamite when Ali announced that the archbishop had come to see me.’

Peter Breedveld leest op dit moment Don DeLillo’s Falling Man.

Algemeen