Berberleed
Peter Breedveld

Er is de laatste tijd onder Marokkanen in Nederland een snel groeiende aandacht voor hun Berberidentiteit. Fijn voor hen, niet altijd even interessant voor de buitenwacht, want er wordt in de essays, de boeken en op de websites wellustig gewenteld in het slachtofferschap. Berbers zijn onderdrukt door de Arabieren, de Marokkaanse overheid en de koloniale mogendheden en dat zullen we weten ook. Om elkaar een hart onder de riem te steken, blazen Berbers de loftrompet op Grote Berbers in de Glorieuze Berbergeschiedenis. De één nog heldhaftiger en onbaatzuchtiger dan de ander, met een lelieblanke ziel, dapper weerstand biedend tegen de in- en inslechte vijand.
Het stripboek Emir van de Rif van Mohamed Nadrani past naadloos in die traditie. Het is het verhaal van Ben Abdelkrim Khattabi, die de verschillende Berberstammen verenigde om gezamenlijk tegen de Spaanse kolonisator te vechten. In 1921 werd het Spaanse leger verslagen waarna hij in 1922 een Rifrepubliek stichtte.
Het verhaal bestaat uit beschrijvingen van laffe aanvallen door de wrede Spanjaarden op de weerloze Berbers (kinderen, vrouwen en oude mensen die in hun rug worden geschoten, bombardementen vanuit de lucht), afgewisseld met pratende hoofden, vooral van Spaanse legerleiders, die met elkaar bespreken wat ze de Berbers nu weer eens zullen gaan aandoen. Abdelkrim slaagt er in een paar plaatjes in de Berberstammen te verenigen, wat heel knap is, want daarvoor maakten ze eeuwenlang met elkaar ruzie om eh, iets. De Berbers besluiten na één weinig gloedvolle speech van Abdelkrim met de Spanjaarden te gaan vechten in plaats van met elkaar, waarna veel scènes met dappere Berbers en jammerende Spanjaarden volgen.

Scène uit Emir van de Rif
Dit alles is vrij beroerd getekend met veel beschrijvende tekst erbij. Ontzettend saai allemaal. Over Abdelkrim komt de lezer niet veel te weten, behalve dat hij op een witte volbloed rijdt en zelden mist en die soort zaken. Er zijn geen personages met wie we ons kunnen identificeren, de onrechtvaardigheden van de Spanjaarden worden nogal schematisch weergegeven, er is geen spanning, geen emotie, geen greintje humor ook. De Abdelkrim in dit boek is een historische figuur, geen mens, niet eens een romanpersonage. Pas aan het eind van het boek blijkt onder de gesneuvelde Spanjaarden opeens een officier te zijn met wie Abdelkrim bevriend is geweest. Dan blijkt het toch allemaal niet zo zwart-wit te zijn als in de zevenenvijftig pagina’s daarvoor werd gesuggereerd.
Een gemiste kans, want daar had ik nou wel meer over willen weten, over twee vrienden die in een oorlog tegenover elkaar komen te staan. Van mij hoeft een boek als dit niet genuanceerd te zijn. Ik hou best van een verhaal met koene helden en slechte vijanden. Maar om de lezer mee te slepen, moeten wel een paar juiste knoppen worden ingedrukt. Spreek zijn rechtvaardigheidsgevoel aan, raak hem in zijn onderbuik. Neem een voorbeeld aan Braveheart, van meesterpropagandist Mel Gibson: eerlijke Schotten, slechte Engelsen, die op wrede wijze een idyllische romance in de kiem smoren. Als kijker wil je dan nog maar één ding: dat ze verpletterd worden, die Engelsen. Fuck de historische feiten, laat de emotie spreken!
Iets beter is Nadrani’s Jaren van Lood, dat zich afspeelt tijdens het schrikbewind van de Marokkaanse koning Hassan II. Iets beter, maar niet veel. Hoewel dit over Nadrani’s eigen ervaringen als politieke gevangene gaat, doen de beschreven verschrikkingen in dit boek me niks. Op een enkele mooie droomscène na is het allemaal even vlak en feitelijk, met weer die constant pratende, slecht getekende hoofden.

Scène uit Jaren van Lood
Prachtig uitgegeven door Xtra, dat wel. Harde kaft, mooi gedrukt, in kleur, en een slag kleiner dan de originele Franse versie, dus niet op het voor stripboeken gebruikelijke A4-formaat, maar A5, wat de boeken veel handzamer maakt en een volwassener uiterlijk geeft. Maar dat is het enige positieve wat ik hierover weet te zeggen.
De beste strip die Peter Breedveld ooit heeft gelezen, is de Jack the Ripper-strip From Hell van Alan Moore en Eddie Campbell.





RSS