Frontaal
Naakt
19 augustus 2008

Hongkong

Peter Breedveld

ubnudismo15 (66k image)
Foto: UrbaNudismo

De overgang van het strak vormgegeven Japan, met zijn stijlvolle rituelen en zijn vurig beleden smetvrees, naar de stinkende chaos van Hongkong is meer dan een fijnbesnaarde ziel aankan. Het gerochel en geneusophaal is niet van de lucht. Ergens aan een muur zag ik een bordje ‘Do not excrete‘ hangen, kennelijk nodig om mensen ervan te weerhouden in een opwelling en public hun broek naar beneden te trekken en eens flink te gaan zitten bouten.

Hongkongers zijn onbehouwen boeren. Mannen die het warm hebben, rollen hun T-shirt op tot boven hun blote buik. Een buitengewoon onelegant gezicht. Ik zag er één zitten in een dure modewinkel, languit op een bank, pulkend aan de resten van zijn gebit. De gebitten in Hongkong zijn adembenemend. Eetlustbenemend eveneens. Vroeger hoorde ik wel eens de uitdrukking ‘een Chinees kerkhof’, als een lelijk gebit werd bedoeld. De lugubere taferelen die je in Hongkong in vele monden te zien krijgt, geven een geheel nieuwe dimensie aan die uitdrukking. Gapende holen vol dood en verderf zijn het. Zwarte gaten waarin alle levensvreugde verdwijnt.

Aan decorum hebben de Hongkongers ook weinig boodschap. De taxichauffeurs zijn hier qua horkerigheid zo mogelijk nog erger dan die in Nederland. Door één van hen zijn we zelfs beroofd, nadat we lijdzaam drie kwartier lang zijn beledigingen en schofferingen hebben ondergaan. In een restaurant werden we om onduidelijke redenen uitgelachen en beschimpt door de gasten aan een belendende tafel. Portiers bedelen nadrukkelijk om fooien, winkelbediendes geven grommend uiting aan hun desinteresse. Overal op straat word je aangeklampt door Indiërs die je een nieuw pak willen aanmeten en die van geen ‘nee’ willen horen. Ze slepen je desnoods mee naar hun atelier. Chinezen lopen 500 meter met je mee om je ervan te overtuigen dat je een nieuw horloge nodig hebt, of whatever het is, dat ze aan de binnenkant van hun jas hebben hangen.

En ergens is dit allemaal buitengewoon charmant.

De skyline van Hongkong is spectaculair, dat weet iedereen wel van de film of televisie. Maar terwijl de meedogenloze jongens en meisjes van het snelle geld in hun imponerende paleizen van glas en staal op lichtsnelheid astronomische hoeveelheden geld winnen en verliezen, krioelen beneden de haveloze ploeteraars met vrachten van tien, twintig keer hun eigen gewicht. Een of twee straten verwijderd van de marmeren winkelcentra waar opzichtig geklede vrouwen met protserige zonnebrillen van Gucci en Paco Rabanne in een impuls honderdduizend Hongkong Dollars stukslaan, zit een ongeschoren man met afgetrapte schoenen voor een eethuisje van golfplaten en wrakhout een stuk gebakken vis met wat rijst te eten. Ik zag een spuuglelijke sleutelhanger van 250 euro en ik zag een tandeloze vrouw van een jaar of dertig wantrouwig in haar papieren bekertje kijken, waar ik juist een paar munten in had gegooid.

Het is misschien wat clichématig, maar een Dickensiaans gevoel drong zich onverbiddellijk aan me op in de straten van Hongkong, in weerwil van de tropische zon, ook al zo genadeloos in haar boze felheid.

Niet dat ik het niet naar mijn zin heb gehad. Ik heb bijvoorbeeld fantastisch gegeten, de beste dim sum ooit in restaurant Maxim’s, waar verder alleen maar Chinezen zaten, voor mij ook in Nederland een bepalende factor bij het kiezen van een Chinees restaurant. In Maxim’s rijden vrouwen in een grote eetzaal rond met karren vol dim sum, het enige wat je hoeft te doen is ‘ja’ te knikken of ‘nee’ te schudden. Voor iets meer dan twintig euro aten we met ons tweeën ons buikje rond. Heel wat bevredigender dan het dure restaurant waar we ’s avonds aten, op aanraden van een gids. De ‘authentieke Kantonese gerechten’ die vooral glibberig en rubberig aanvoelden en naar niks smaakten, werden er in negen gangen door twee chagrijnige Chinezen met een air binnen een uur doorheen gejast, waarna ze met hun handen op de rug gingen staan wachten tot we besloten op te rotten.

Ik heb het toch wel gehad met prijzige restaurants. In Tokyo, waar we logeerden in het waanzinnig mooie Conrad Hotel, hebben we ons de uitspatting veroorloofd van een diner in het in het hotel gevestigde restaurant van Gordon Ramsey. Uitstekend eten, daar niet van, maar net als in Ramseys Londense restaurant The Maze staan de torenhoge prijzen gewoon niet in verhouding met het gebodene (heb ik trouwens al eens verteld dat we in The Maze een in ranzige heteroseksuele ongein grossierende BN’er zagen, innig verstrengeld met een manspersoon?).

Nee, dan de Pekingeend van de volgende dag. Weer in een restaurant met uitsluitend Chinese gasten en de ober lachte me recht in mijn gezicht uit toen ik om de wijnkaart vroeg. Bij Pekingeend moet je Tsingtao-bier drinken, zei hij en daar had hij helemaal gelijk in. De lekkerste Pekingeend die ik ooit at, aan onze tafel gesneden, met z’n tweeën helemaal opgegeten, dertig euro inclusief thee en drankjes. Man, daar krijg ik altijd een goed gevoel van!

En ik heb mijn hand laten lezen door een oude wichelaar. Tien minuten nadat ik hem mijn geboortedatum had gegeven, vertelde hij mij dat ik 40 ben. De beste tweehonderd Hongkong Dollars die ik ooit heb uitgegeven.

Voor de rest is er in Hongkong weinig anders te doen dan winkelen, of shoppen zoals iedereen dat tegenwoordig noemt. Iedereen hield ons voor dat we beslist naar The Peak moesten, het hoogste punt van Hongkong, in koloniale tijden de verblijfplaats van de blanke meesters vanwege de relatieve koelte en rust. Na enorm veel moeite gedaan te hebben om op die Peak te komen, ontdekten we dat het gewoon weer een winkelcentrum was, waar je nóg meer kon kopen. Wel met een spectaculair uitzicht, dat moet gezegd.

In de luchthaven van Hongkong heb ik mijn in Japan gekochte saké moeten achterlaten, omdat er opeens moeilijk gedaan werd over het aantal stuks handbagage (in Japan was er geen enkel probleem). Je mag maar één stuk handbagage per persoon, en na betaling van honderdtwintig euro mochten we drie stuks meenemen (met z’n tweeën). Voorbij de douane kom je dan weer langs de taxfree shops, dan is het opeens geen probleem meer dat je meer dan één stuk handbagage bij je hebt.

Die strikte naleving van de regeltjes door de Chinese overheid, die dient dus alleen maar de kapitalistische grootwinkelbedrijven.

Volgende keer zeiken we gewoon weer Annelies Brulboei en de prostaatpatiënten van Het Vrije Volk af!


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home