Kwetsen
Bert Brussen

Illustratie: Alphonse Etienne Dinet
Onderstaande tekst is de uitgeschreven versie van een column die ik eerder deze maand voorlas bij het Filosofisch Café in Nijmegen.
Vroeger, nog niet eens zo heel lang geleden, was het voordragen van een column heel eenvoudig. Je ging gewoon staan, gaf je mening, de helft van het publiek liep weg, je kreeg spontaan applaus, werd na afloop op bier getrakteerd en dat was dat. Het was dan ook in die dagen dat het leven van een columnist mooi en overzichtelijk was.
Sinds de invoering van Ernst Hirsch Ballin-gedachtenpolitie met daaraan verbonden de departementale werkgroepen cartoonproblematiek, columnistenproblematiek en vrije meningsproblematiek ligt dat heel anders.
Ik ben nu als voordragend columnist verplicht vooraf te controleren of er in de zaal geen groeperingen of minderheden aanwezig zijn die door het voorlezen van een column eventueel GEKWETST zouden kunnen worden.
Dus als u allemaal even meewerkt, zijn we er zo vanaf:
Eens even kijken, zijn er in de zaal ook negers aanwezig? Vrouwen? Joden, christenen, moslims, boeddhisten en mormonen? Homo’s? CDA-stemmers? Zigeuners? Bejaarden? Mensen met geslachtsziekten (kom anders even naar voren)? Studenten die afstuderen in de taalfilosofie? Ik zei: studenten die afstuderen in de taalfilosofie? Huisvrouwen? En natuurlijk Brabanders en Limburgers maar dat spreekt voor zich.
Ok, check.
Fijn, dan hoef ik nu alleen nog maar de van overheidswege verplichte disclaimer voor te lezen:
De nu volgende column is zuiver satirisch bedoeld. De columnist is zich bewust van het feit dat satire (dat is bijvoorbeeld het gebruik van overdrijving, woordspelingen, sarcasme, vergelijkingen, het over één kam scheren van groepen, het bespotten van heilige symbolen, het gebruiken van krachttermen, het benoemen van zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsdelen en het bewust verdraaien van feiten) mensen tot in het diepst van hun ziel kan KWETSEN.
Voorts is de columnist zich bewust van het feit dat het op puberale wijze onderuitschoffelen van heilige zaken en/of sociale conventies niet bijdraagt aan het bij elkaar houden van de sociale cohesie in de samenleving.
Een ieder die meent het hier niet mee eens te zijn, krijgt bij dezen de wettelijk voorgeschreven vijfendertig seconden de tijd om de zaal te verlaten.
( )
Goed. We kunnen.
Nog niet zo heel lang nadat de cartoonist Gregorius Nekschot door tien man politie van zijn bed was gelicht en in de cel gesmeten, voor de verschrikkelijke misdaad van het tekenen van cartoons, kwam ik bij hem thuis. Ik trof daar een chaos aan: tekeningen waren verfrommeld, dvd’s en cd’s uit de kast getrokken en de computer van de cartoonist was verdwenen. Dat is nou het werk van de Nederlandse politie, fluisterde de cartoonist mij toe. Hij fluisterde omdat hij oprecht bang was te worden afgeluisterd.
Voor de duidelijkheid: dit speelde zich af in 2008, in Nederland.
Ik heb sindsdien niet meer rustig kunnen slapen. Telkens als ik een column had geschreven, schrok ik ’s nachts wakker en was er zeker van dat overheidsfunctionarissen mij met tien man sterk probeerden te gijzelen. Ik heb inmiddels alle porno inclusief bijvangst van mijn harde schijf gewist. Alle erotische mailtjes die ik ooit heb gestuurd naar die ene ex zijn gedelete en privé-foto’s staan niet langer op mijn computer maar op een USB-stick. Mocht de politie komen en kennelijk ongehinderd door welke wet dan ook mijn spullen in beslag nemen dan kunnen ze in ieder geval niet meegenieten van mijn privé-leven.
Voor iedereen die denkt: Die cartoonist is een uitzondering, zo’n vaart zal het allemaal wel niet lopen, heb ik nieuws. Het Europese Hof van de Rechten van de Mens heeft onlangs een laatste verzoek van een door het Hooggerechtshof veroordeelde catoonist afgewezen. Ook het Europese Hof was van mening dat de cartoonist, ik citeer, het terrorisme had verheerlijkt. De cartoonist had namelijk vlak na 11 september 2001 een tekening met vier torens waarin vliegtuigen vliegen met daaronder een Arabische reclameslogan gepubliceerd. Het blijkt dat dat dus geen vrijheid van meninsguiting is maar het verheerlijken van terrorisme.
Onlangs nog werd een columnist van een Amsterdams studentenblad veroordeeld tot het betalen van een boete. De man had in één zin de woorden joden en Auschwitz in negatieve context gebruikt. Dat mag dus niet in Nederland. Het blijkt dat joden altijd net iets meer dan anderen worden gekwetst.
Een cartoonist die opgepakt wordt. Een hoogste rechtsorgaan dat cartoonisten terroristenverheerlijkers noemt. Een columnist die een boete moet betalen
De discussie over de vrije meningsuiting die wij voeren is achterhaald. De wetten die het mogelijk maken meningen te censureren en dissidenten op te pakken, zijn onder vermomming van anti-terrorisme maatregelen al lang in stilte binnengesluisd.
De vrijheid van meningsuiting is alleen nog maar een zoethoudertje. Het vrije woord is allang morsdood.
Ik mag hopen dat u daar, al was het maar voor één nacht, net zo slecht door slaapt als ik.
Bert Brussen is schrijver, journalist en columnist en de uitvinder van de Eerste Wet van Lucas. Kort gezegd houdt die wet in dat tachtig procent van de reaguurders op websites mongool is.
12 oktober 2008 — Algemeen
Reacties op dit artikel zijn gesloten. Wilt u reageren?
Stuur een e-mail naar de redactie.





RSS