Frontaal
Naakt
19 oktober 2008

Armen

Loor

Zichy15 (68k image)
Illustratie: Mihály Zichy

Leuke mannen zijn dun gezaaid. Leuke beschikbare mannen al helemaal. Vandaar dat ik min of meer heb besloten mij volledig aan Hogere Zaken te wijden (zoals het schrijven van een boek) dan het vinden van de Ware. Ondanks momenten van groot verlangen naar een waarachtige arm om mij heen. Een arm die mij pas loslaat als ik dat wil, en niet omdat de arm er maar weer eens vandoor moet wegens het hoognodig moeten schieten op weerloze dieren. Of omdat er ergens nog een dame nietsvermoedend op de arm zit te wachten. Met dat soort armen ben ik wel klaar.

Het bezig zijn met Hogere Zaken gaat dan ook al een hele tijd prima, en het aanvankelijk pijnlijke verlangen naar de arm is een leefbaar verlangen geworden. Een leefbare status quo, waarin ik mijzelf, het basale eeuwige zoeken en mijn existentiële eenzaamheid heb omhelsd.

Een paar dagen geleden zat ik dit heel diepzinnig en gedecideerd te vertellen aan vriendin E., die zelf alle rationele zeilen bij moet zetten om een dierbare maar helaas gedeelde arm – inclusief trouwring – van zich af te schudden.

Dit gesprek voerden we in een bekende Amsterdamse kroeg, waar we opvallend veel aandacht kregen en verschillende mannenarmen iets te vaak en vooral ongevraagd om ons middel werden gelegd. Een stevige blik op hun glimmende trouwring en nog een dodelijke opmerking er achteraan deed menige arm weer braaf naar het bierglas grijpen, en ik probeerde dapper mijn betoog voort te zetten. Bovendien bevestigde het hele spektakel der plaatselijke paradijsvogels dat ik gelijk heb: De spoeling is helemaal niet dun, als het om gehuwde mannen gaat. Een minnaar is zo gevonden, met deeltijdarm en al.

Maar daar was ineens Gunnar. Gunnar bood mij en mijn vriendin een glas wijn aan, en drong zich niet op, maar maakte zich op een aangename manier zichtbaar. En Gunnar zag er ook uit als een Gunnar: Een verfrissende Noorman, een Viking, een Scandinavisch ogende reus tussen alle gestreepte maatpakken.

Ondanks mijn primaire terughoudendheid raakten Gunnar en ik uiteindelijk in gesprek. En Gunnar had iets onschuldigs en ontwapenends over zich, waardoor ik in het geheel geen bezwaar had tegen zijn voorzichtige arm om mijn schouders. Of misschien kwam het door mijn glas wijn, dat dankzij Gunnar maar niet leeg wilde raken.

Had Gunnar een trouwring om? Nee. Vertelde hij me na een uur dat hij toch getrouwd was? Ja. Maar ik sloeg niet op tilt en zijn arm bleef om mijn schouders liggen. En even later waren het twee armen die mij stevig vasthielden en mij nooit meer los leken te willen laten. En het voelde godvergeten goed om weer eens zo vastgehouden te worden, ook al was het volledig ongeoorloofd en zeer tijdelijk. Ik leunde letterlijk tegen Gunnar aan, als was hij een levensgrote batterijoplader.

Was ik die avond op tijd thuis voor Pauw en Witteman, zoals gepland? Welnee. En liep het uit de hand? Natuurlijk niet. Nou ja, ja, niet echt. Ik ben nog steeds blanco en ongeschonden, mocht het u interesseren. Maar ik heb me met tegenzin moeten losrukken van mijn Scandinavische oplader, daar waar ik de tijd voor eeuwig stil had willen zetten, en weet dus gelukkig niet wat ik mis.

Het zo heerlijk veilig leefbare verlangen naar de waarachtige arm is weer even omgezet in een intens verlangen. It’s hard to be human after all.

Eind dit jaar is het eindelijk zover, dan verschijnt Loors eerste boek! Lees meer op haar eigen webstek, Loor schrijft!

Algemeen
Reageren? Mail de redactie.