Koken met Hitler
Bert Brussen

Illustratie: Mihály Zichy
Adolf Hitler, van die naam heeft u vast wel eens gehoord, was weliswaar vegetariër maar een gebakken forel met botersaus ging er ook bij Adolf wel in, schijnt. Ondanks zijn altijd lastige taak als dictator en massamoordenaar moest ook Adolfje dagelijks eten, schijten, slapen, zuchten, gapen, boeren en scheten laten. Het zou natuurlijk fijn zijn om een dictator volledig te kunnen ontmenselijken, maar de harde waarheid is dat ook dictators net zo mens zijn als de slachtoffers die ze maken. Met dezelfde menselijke gewoontes zoals het ontwikkelen van een smaak voor bepaalde maaltijden.
De forel in botersaus van Hitler is een historisch feit, zoals het een historisch feit is dat Lodewijk de XIVe zichzelf zo ongeveer dood at aan de meest vette en luxe maaltijden en de Romeinen tijdens het betere aanligwerk of bachanaal altijd een kotsstokje binnen handbereik hadden zodat ze altijd hun maag konden legen, om dat weer te vullen.
Desalniettemin mag je niet zeggen dat Hitler van forel hield. Je mag het wel zeggen, maar niet zomaar ter illustratie van een reis/kookprogramma. Al helemaal niet in het Adelaarsnest (het buitenhuisje van Hitler op de Oberzalsberg dat hij cadeau kreeg voor zijn vijftigste verjaardag, waar hij trouwens zelden verbleef).
De Vlaamse televisiekok Jeroen Meus deed dat voor zijn Canvas-kookprogramma toch en hij heeft nu ondervonden hoe joden nog altijd veel meer gekwetst zijn dan andere mensen. Joodse organisaties van oud-kampgevangenen, verbonden van Holocaustslachtoffers en hoofdredacteuren van Joodse weekbladen verdringen zich nu om zich zo slachtoffer mogelijk te gedragen. Een echte jood is namelijk verplicht aanspraak te maken op zijn of haar slachtofferrol, ook als er eigenlijk niet eens gekwetst wordt. Als iemand bijvoorbeeld het zuiver historische feit dat Hitler wel eens vis at reconstrueert, dan is het zaak als jood zo hard mogelijk te gaan jammeren en een van de vele gesubsidieerde joodse organisaties voor je te laten spreken. Het idee om gewoon de historische feiten te accepteren en niet achter elke vage verwijzing naar ook maar de naam Hitler meteen iets kwetsends te zoeken is namelijk al te raar. Een slachtoffercultus moet je koesteren. Pijn moet je zo min mogelijk verdoven en de speciale zieligheidsstatus moet je cultiveren. Opdat het verleden nooit verwerkt moge worden; als erkend slachtoffer kun je immers zoveel meer voor elkaar krijgen dan andere, mindere mensen.
Nog erger is de reactie van Michaël Freilich, hoofdredacteur van een Israelisch weekblad. Die vindt namelijk ‘dat Hitler niet mag worden voorgesteld als een gewone man die door het lint is gegaan’. Wat wil hij dan? Hitler zien als ontstoffelijke demon? Hitler de incapabele geesteszieke die zich vervolgens wel een weg naar de macht wist te banen? Dat gaat niet lukken. Er is niet het minste bewijs dat Hitler geen volledig mens was. Het was een gevaarlijk en gewetenloos mens, een nietsontziend mens met beperkte gedachtengangen, maar niet minder mens. Zoals Hitler waren, zijn en komen er nog honderdduizenden. Dat Het Kwade zo verschrikkelijk banaal is, weten we juist door de Holocaust.
Meneer Freilich doet er dan ook verstandig aan het kwaad dat zijn volk is aangedaan onder ogen te zien als de banale misdaad die het was, veroorzaakt door een sterfelijk mens die, heel menselijk, van een visje op zijn tijd hield. En godzijdank maakte die zelfde sterfelijkheid ook weer een einde aan de tirannie van deze forel-met-botersaus eter.
Dat gezegd hebbende, ga ik nu weer naar mijn keuken. Even de gasoven opstoken. Voor mijn forel met botersaus.
Bert Brussen is schrijver, journalist en columnist en de uitvinder van de Eerste Wet van Lucas. Kort gezegd houdt die wet in dat tachtig procent van de reaguurders op websites mongool is.





RSS