Beproeving in de woestijn

A.H.J. Dautzenberg

bel18 (88k image)

Stel, u maakt een avontuurlijke kamelentocht door de woestijn, raakt achterop en verdwaalt. Dagenlang doolt u rond in de verzengende hitte, zonder voedsel en water. In heinde en verre geen spoor van ook maar iets dat op leven lijkt. Alleen maar zand, zand en nog eens zand. Het overkwam de 11-jarige Melanie en haar vader. Die laatste overleefde de tocht niet, maar hield wel op een bizarre manier dochterlief in leven. We spraken het meisje, bijna een jaar na de schokkende gebeurtenis. ‘Ik denk er liever niet meer aan.’

Libië, 17 mei 2008. Melanie Groessen en haar vader vertrekken vanuit Tripoli met een groep toeristen per kameel naar de oase Ghadames, een tocht van twee dagen. De moeder blijft met lichte darmklachten achter in de ‘witte bruid van de Mediterranée’, de prachtige hoofdstad van het Noord-Afrikaanse land. Na een paar uur moet het meisje plassen en stapt af, vader begeleidt haar naar een duin. Een prachtige zandroos trekt hun aandacht. Na een tijdje zien ze dat de karavaan niet heeft gewacht – hun kamelen zijn verdwenen. Ze zetten de achtervolging in, maar hun voeten zakken weg in het zware zand. De achterstand wordt groter en groter. Bovendien hebben ze tegenwind, waardoor de anderen hun hulpgeroep niet horen. De karavaan trekt nietsvermoedend verder…

Tegenover ons zit een schuw meisje, het gezicht verstopt in een hoge col. Zenuwachtig speelt ze met het blikje cola. Ze durft ons nauwelijks aan te kijken. Naast haar zit haar moeder, een jonge veertiger met een zichtbaar door verdriet getekend gezicht. Tijdens het interview aait ze regelmatig haar dochter over de zwarte krullen. Het is de eerste keer dat Melanie publiekelijk over de gebeurtenis spreekt.

Hoe is het met je?

Gaat wel…

Een jaar geleden ben je aan de dood ontsnapt…

…

Vind je het moeilijk om over de gebeurtenis te praten?

‘Ja… Ik denk er liever niet aan, want dan word ik weer verdrietig en dan moet ik huilen… Maar volgens de dokter is het goed om af en toe erover te praten…’
(Haar moeder: ‘Melanie heeft een ontzettend zware tijd achter de rug. Vooral de eerste maanden waren een hel. Verschrikkelijk gewoon…’)

Dat begrijp ik, ook voor u moet het ontzettend zwaar zijn geweest… Melanie, weet je nog op welk moment jullie verdwaalden?

‘Niet echt… Op een bepaald moment waren we de groep kwijt. Pappa snapte niet waarom ze niet hadden gewacht… Ik weet wel nog dat hij heel hard riep, maar dat hoorden ze niet. Toen zijn we gaan lopen. We liepen heel ver en zagen alleen maar zand. Ik had nog nooit zoveel zand bij elkaar gezien…’

Je was zeker bang…

‘Nee, eerst niet. Pappa was heel rustig en zei steeds dat het goed zou komen… Toen het donker werd, moest ik wel huilen. Het was opeens ook heel koud. Pappa is om mij heen gaan liggen.’

En toen werd je de volgende ochtend wakker. Wat deed je vader toen?

‘Pappa had helemaal niet geslapen. Hij zag er heel moe uit… We zijn toen weer gaan lopen. De afdrukken van de kamelen waren verdwenen. Volgens mij zijn we de verkeerde kant op gelopen. Alles lijkt daar op elkaar.’

Laat je betoveren door de pracht van de woestijn tijdens een reis door de Akakus, één van de mooiste woestijnlandschappen ter wereld. Op een kameel trek je langs oogstrelende hoge zandduinen en imposante rotsformaties. En je slaapt onder de schitterende sterrenhemel. Een sprookjesachtige reis voor de echte fijnproever, een belevenis die je niet snel vergeet… (www.woestijnreizen.nl)

Hadden jullie eten en drinken bij je?

‘Nee niks, dat zat in de tassen die aan de kameel hingen…’

Kwamen jullie ergens water tegen?

‘Nee, er was alleen maar zand en zon.’
(Haar moeder: ‘Melanie, misschien moet je wat meer vertellen over hoe pappa ging zingen om de moed erin te houden!’)
‘Ja, pappa zong liedjes van toen ik klein was. Dat vond ik fijn, want daar werd ik rustig van.’

Ja, zoiets werkt wel natuurlijk. Maar vertel eens hoe je aan eten en drinken kwam, want jullie waren bijna acht dagen in de woestijn…

…

(Haar moeder: ‘Ze hadden niks te eten en te drinken. Dat is ook de reden dat mijn man niet meer leeft. Hij is uitgedroogd, dat kunt u wel begrijpen, in de woestijn is het onmenselijk heet.’)

Dat begrijp ik zeker, een verschrikkelijke situatie… Melanie, hoe komt het dan dat jij het hebt overleefd? Kun je daar iets over vertellen?

‘Ik weet niet hoe ik het heb overleefd…’

De moeder kijkt ons streng aan, om te waarschuwen dat we niet door moeten vragen. We kunnen de feiten echter niet negeren. In woestijngebieden valt gemiddeld minder dan honderd mililiter per jaar. Overdag loopt de temperatuur op tot soms vijftig graden Celsius. Het woestijnoppervlak kan tijdens de heetste uren 75 graden worden. Ons lichaam bestaat voor zestig procent uit water en verliest circa één liter vocht per dag. Daarom is het noodzakelijk om dagelijks anderhalf tot twee liter water te drinken. Drie dagen zonder water leidt tot twaalf procent vochtverlies – en is fataal…

Volgens een deskundige kun je in de woestijn hooguit drie dagen overleven zonder water…

(Haar moeder: ‘Meneer, ik ben blij dat ik haar nog heb… Heeft u nog andere vragen? Zo niet, dan gaan we weer naar huis.’)

Melanie, hebben jullie ergens water gevonden?

(Haar moeder: ‘Kom Melanie, we zijn klaar!’)
‘Misschien kan ik vertellen over hoe pappa mij heeft gered…’

De moeder staat op en gebaart haar dochter hetzelfde te doen. We zeggen dat we allang weten hoe Melanie kon overleven, dat we de behandelende arts hebben gesproken, maar dat we het haar zelf wilden laten vertellen. We herhalen Melanie’s woorden: het is juist goed om erover te praten. Aangeslagen gaat mevrouw Groessen weer zitten. We schenken nog een kopje koffie in en geven Melanie een koud blikje cola. Ook benadrukken we dat Melanie’s verhaal misschien levens kan redden. Melanie kijkt vragend naar haar zwijgende moeder en begint te vertellen.

‘De eerste twee dagen hadden we niets. Mijn keel was helemaal… ik kon niet meer slikken, en mijn lippen waren keihard. Ik had heel veel dorst… ik hoefde ook niet meer te plassen, dat deed pijn…’

En toen…

‘Uit pappa zijn piemel kwam vocht, dat gaf hij mij…’

Híj heeft dus je leven gered?

‘Na een tijdje kon hij me geen vocht meer geven, want hij was helemaal verzwakt… Toen heb ik zelf het vocht gehaald.’

Met je hand?

‘Nee, met mijn mond. Ik had zo’n dorst en was bang dat er wat in het zand zou vallen…’

Met je mond?

‘Ja…’

Melanie, ik vind het heel dapper dat je dit vertelt… Je kunt trots zijn op jezelf, meid! Kun je nog vertellen hoe vaak je van het vocht hebt gedronken?

‘Het lukte niet altijd… De eerste dagen dronk ik drie of vier keer. Maar daarna ging het niet meer… en toen ging pappa dood…’

De moeder begint te huilen. Melanie kijkt haar emotieloos aan. We beëindigen het gesprek. De afloop stond al in een 101-tje op Teletekst.

Tripoli, 23 mei 2008

Het leger heeft een 11-jarig Nederlands meisje met een helikopter uit de woestijn van Libië gered. De militairen troffen het verzwakte meisje aan op het dode lichaam van haar vader. De twee waren al bijna een week vermist, nadat ze met een karavaan vertrokken voor een toeristische woestijntocht. Hoe de twee konden verdwalen, is nog niet duidelijk.

Touroperator Sawadee Reizen wil liever niet op de gebeurtenis reageren, ‘uit respect voor de nabestaanden’. De namen in dit artikel zijn om privacyredenen gefingeerd.

9 januari 2009 — Algemeen, Dautzenberg

Reacties gesloten. Reageren? Mail de redactie.

« home