Frontaal
Naakt
19 maart 2009

Meisjesbesnijdenis

Peter Breedveld

merkley16 (238k image)
Illustratie: Merkley???

Meisjesbesnijdenis in Nederland bestaat niet, beweren Heleen Mees en Mohammed Benzakour in een uitzonderlijk dom en tendentieus stuk in NRC Handelsblad van 17 maart. Er is namelijk geen enkel bewijs voor: ‘Van de 44 meldingen die bij het Meldpunt Kindermishandeling zijn binnengekomen en onderzocht, is niet eenmaal geconstateerd dat meisjes hier of tijdens hun Afrika-vakantie verminkt zijn.’

Dat gebrek aan bewijs is niet zo vreemd: meisjesbesnijdenis is immers verboden in Nederland en meisjes uit zogenaamde risicolanden mogen niet worden gecontroleerd. Het Meldpunt Kindermishandeling moet het hebben van alerte betrokkenen en omstanders.

Toch is er alle reden om aan te nemen dat er in Nederland illegaal meisjes worden besneden. Er wonen hier 16.000 meisjes en 34.000 vrouwen uit landen waar besnijdenis traditie is, zoals Somalië (waar meer dan 90 procent van de vrouwen besneden is), Ghana en Egypte. Het zou grenzeloos naïef zijn te denken dat niet tenminste een deel van die groep ernstig risico loopt.

Dat de Amsterdamse GGD schat dat het om 50 tot 500 meisjes per jaar gaat, is dus niet zomaar een dwaze slag in de lucht. Een evaluatie van de Vrije Universiteit en het VU-medisch centrum uit 2003 laat ook weinig twijfel bestaan over het bestaan van meisjesbesnijdenis in Nederland. Eén van de auteurs van het rapport, cultureel antropologe Edien Bartels, sprak bijvoorbeeld met Somalische vrouwen die hun dochter hadden laten besnijden, ondanks de bedenkingen die ze daarover hadden gekregen sinds hun komst naar Nederland. Zelf heb ik gesproken met verpleegsters die met eigen ogen hebben gezien dat in Nederland geboren meisjes waren besneden en ik ken iemand die door haar Somalische buurvrouw werd gevraagd of ze wist waar ze haar dochter kon laten besnijden.

Het probleem bestaat dus wel degelijk, hier in Nederland, en de honende stemmingmakerij van Mees en Benzakour is misplaatst en schandelijk onverantwoord. Wat is hun probleem eigenlijk met het debat over meisjesbesnijdenis? Het duo lijkt er vooral zwaar aan te tillen dat Ayaan Hirsi Ali het onderwerp hoog op de agenda wist te krijgen, en dat het ‘een vast onderdeel van haar ‘islamkritiek’ is geworden.’ Het oordeelt dan dat het ‘achterlijk’ is om meisjesbesnijdenis aan de islam toe te schrijven.

Maar dat doet in Nederland ook bijna niemand meer. Dat besnijdenis uit pre-islamitische tijden stamt, weet iedereen inmiddels wel. Feit blijft dat meisjesbesnijdenis vandaag de dag vooral in islamitische landen en vooral door moslims wordt gepraktiseerd. Ook beroepen die moslims zelf zich op de islamitische traditie en zelfs op de koran. Een dikke tien jaar geleden verzette een groep fundamentalistische moslims zich tegen het Egyptische verbod op meisjesbesnijdenis omdat, zo beweerden ze, besnijden verplicht zou zijn volgens de islamitische wet. Niet voor niks hebben invloedrijke islamitische geestelijken als Mohammed Sayyed Tantawi en Yusuf al-Qaradawi zich omstandig tegen meisjesbesnijdenis uitgesproken als onislamitisch.

‘In Indonesië, het grootste moslimland ter wereld, komt meisjesbesnijdenis niet voor’, schrijven Mees en Benzakour. Toch wel, helaas.

Besnijdenis is wel degelijk (ook) een islamitisch probleem. Mees en Benzakour blaffen tegen de verkeerde boom. Ze moeten hun pijlen op de fundamentalistische sjeik Yusuf al-Badri richten, niet op Ayaan Hirsi Ali.

Maar misschien draait het gesputter van Mees en Benzakour om iets totaal anders. Misschien gaat het ze helemaal niet om een vermeende hype of de stigmatisering van moslims. Aan het eind van hun betoog wordt namelijk zomaar uit het niets schrijver Hafid Bouazza uit de hoge hoed getoverd:

De Nederlands-Marokkaanse schrijver, Hafid Bouazza, moest eind januari het manuscript voor De spotvogel inleveren. Alleen onder die voorwaarde wilde zijn uitgever, Mai Spijkers, hem uit de financiële brand helpen, zo blijkt uit het profiel dat de KRO onlangs van de schrijver uitzond. Bouazza flanste er die laatste week nog gauw een meisjesverminking aan vast.

Sapperdeflap! Wordt hier gesuggereerd dat Bouazza een meisjesverminking in zijn boek heeft verwerkt om in te haken op de hype en zo meer boeken te verkopen? Haalt Benzakour nou gewoon over de ruggen van verminkte meisjes heen even vals uit naar de man op wie hij zo stinkend jaloers is, omdat hij nooit een boek zal schrijven dat zelfs maar half zo interessant is als Spotvogel? En heeft hij Heleen Mees daarbij met zijn gladde praatjes voor zijn karretje weten te spannen? Waar is het trouwens het bewijs voor die rare suggestie? Of doet bewijs er nu opeens niet meer toe?

Hoe dan ook, het is goedkoop en misplaatst, deze ad hominem, net als de hele rest van Benzakours samenwerking met Mees. Benzakour zou er goed aan doen wat respect op te brengen voor de man aan wie hij zo overduidelijk schatplichtig is en laat anders iemand hem eens leren googlen, zodat in zijn volgende betoog de feiten een beetje kloppen.

Peter Breedveld hoort vaak zeggen dat Mohammed Benzakour schrijver is, maar daarvoor heeft hij vooralsnog geen enkel bewijs gezien.

Peter Breedveld