Alhambra
Peter Breedveld

De laatste islamitische koning in Spanje was Boabdil en het Alhambra in Granada was het laatste bastion van de moslims in Europa. Boabdil gaf zich over aan de christenen op voorwaarde dat hij en zijn familie een vrijgeleide uit Spanje kregen en dat wie achterbleef, met rust gelaten werd. Het verhaal gaat dat Boabdil vanaf een heuvel in het Alpuxarre-gebergte, La Cuesta de las Lágrimas, nog één keer omkeek en zijn smadelijke nederlaag beklaagde: de Laatste Zucht van de Moor. Zijn moeder schijnt toen te hebben gezegd: “Het staat je fraai te huilen als een vrouw om wat je niet mans genoeg was te verdedigen.”
Karel V zou, toen hij deze anekdote hoorde, hebben gezegd dat hij nog eerder het Alhambra tot zijn grafmonument zou hebben gemaakt dan het op te geven, maar de Amerikaanse schrijver Washington Irving toont meer genade voor Boabdil: “Het is makkelijk praten voor wie macht heeft en het goed gaat, om heldendom te prediken tot de overwonnenen!” schrijft hij in zijn fantastische boek ‘Tales of the Alhambra‘: ‘Maar ze begrijpen niet hoe snel het leven in waarde stijgt, voor wie niets anders meer rest!’
Ik heb best veel mooie dingen gezien, er zijn er een stuk of drie die een verpletterende indruk op me hebben gemaakt: het verblijf van Tokugawa Ieyasu in Kyoto, de oude moskee/kathedraal in Cordoba en het Alhambra.
Spaanse ziel
Hoe vaak ik het Alhambra al niet bezocht heb! De eerste keer was een dikke 25 jaar geleden, toen ik een reis door Spanje maakte met mijn toenmalige vriendin. Daarna ben ik er vaak teruggeweest en iedere keer raak ik weer vol ontzag door de schoonheid van het ding, en door het feit dat die schoonheid zoveel eeuwen, na zoveel aardbevingen en oorlogen en de stromen toeristen, intact is gebleven.

Ik wilde mijn kinderen de Alhambra beslist laten zien, en bovendien grijp ik elk excuus aan om weer even in Granada te zijn want dat is een fijne stad. Via het internet had ik kaartjes voor het Alhambra besteld, want van het Unesco mag er dagelijks maar een beperkt aantal toeristen in. Dat is verstandig en fijn, want het houdt de boel leefbaar. Zo loop je nog eens kans om helemaal alleen door een ruimte te dwalen, als dat tenminste niet één van de bekendere is, zoals het Leeuwenhof of de Sala de las dos Hermanas.
Die eerste keer dat ik het Alhambra bezocht, kocht ik er het boek van Washington Irving, een diplomaat die ook The Legend of Sleepy Hollow schreef, waarop de film van Tim Burton is gebaseerd. Ik kan niet ontkennen dat het boek de herinneringen aan die eerste keer en de beleving van al mijn volgende bezoeken enorm heeft gekleurd. Irving schrijft in een levendige, beeldende stijl vol verwondering, verbeelding en empathie en naar mijn mening met veel kennis van wat ik lekker pathetisch de Spaanse Ziel noem.
In Tales of The Alhambra beschrijft hij de mensen die in en om het Alhambra woonden toen hij er een aantal maanden verbleef, in één van de torens van het fortpaleis. Het is een bonte stoet van verschoppelingen, verarmde edelen, een oud-militair en de pittige opzichter van het complex met haar familie plus aanhang. Irving vervlecht hun verhalen met de geschiedenis van het Alhambra en met de vele legendes waarin het Alhambra een rol speelt, over verborgen Moorse schatten, smachtende, zwartogige moslima’s die opgesloten zitten in torens en betoverde islamitische legers die, in grotten in het Alpuxarre-gebergte, hun kans afwachten om de boel weer over te kunnen nemen in Andalusië (kennelijk is de angst daarvoor ingebakken in de Europese psyche). Het zal allemaal vast niet wetenschappelijk en historisch verantwoord zijn, maar zo gaat het Alhambra wel voor je leven. Het boek staat beslist in mijn persoonlijke top-honderd van must-reads.
Marokkaanse bastilla
Het Alhambra, en trouwens heel Granada, ademt pure magie. Zelfs in 2016 is de aanwezigheid van de Moren nog overal voelbaar. Als je door de smalle straatjes van de wijk Albaicin omhoog klimt, met overal het geklater van fonteinen in de blauw betegelde patio’s van de witte huizen, als je de kleine winkeltjes betreedt, de straatnamen leest, zelfs als je in de superkatholieke Iglesia de Santa Ana bent, gebouwd op de fundamenten van een moskee, als je de gerechten in de uitstekende restaurants in en om het Albaicin eet: kip met abrikozen en chocola, Marokkaanse bastilla, ananas in gember gedrenkt.




Het geluid van water, overal waar je bent in Granada, herinnert aan de obsessie van de Moren met dit element, het kostbaarste goed in de blakende Noord-Afrikaanse en Spaanse hitte. De bewoners van het Alhambra deden grote moeite om altijd en overal de beschikking te hebben over helder, koel water, dat hoog van de bergen naar beneden stroomde. Ze legden leidingen en ondergrondse reservoirs aan en lieten het klateren in de vele fonteinen. Het stroomt door goten langs de wegen die naar het Alhambra leiden. Het zal ook wel de oorzaak zijn van het weelderige groen rondom het Alhambra, zodat het daar een grote oase lijkt. Het kan flink warm worden tijdens de dwaaltocht door het Alhambra, maar er is altijd fris, verkoelend water in de buurt.
Het Alhambra zelf bestaat uit verschillende delen, waarvan de Palacios Nazaríes veruit het interessantst zijn. Dit was het officiële verblijf van de islamitische heersers (chillen deden ze verderop, in de Generalife) en je kijkt hier je ogen uit. Patio’s met fonteinen, omgeven door zuilengangen, vertrekken met rijk versierde muren vol reliefs en arabesques en gekaligrafeerde poëzie, doorkijkjes naar andere vertrekken, spectaculaire uitzichten op de stad, hofjes, tuinen met vijvers, the works. Oriëntalisten laten hier hun verbeelding prikkelen, moslims, en onder de bezoekers tel ik er altijd veel, halen hier hun hart op. Hier heeft de islam één van de hoogtepunten van haar beschaving beleefd.
Voor mij is één van de meest tot de verbeelding sprekende gebouwen in het Alhambra het badhuis, vrij onopvallend gelegen langs de weg naar de Palacios Nazaríes. Het enige licht komt er binnen via stervormige gaten in het plafond en er is niet veel fantasie voor nodig om hier, door de stoom, de vage schimmen van voluptueuze naakte vrouwen te zien.

Onthoofde prinsen
Of de Sala de los Reyes, waar 36 prinsen, beschuldigd van verraad, werden onthoofd en waar je de bloedvlekken nog op de vloer schijnt te kunnen zien. Als je er alleen bent, kun je de kettingen van de geketende prinsen nog horen ratelen, en het gezucht van de verdoemden, maar er zijn er ook die zeggen dat dit het geluid van water is, dat door ondergrondse leidingen loopt.
Je kunt niet anders dan betoverd raken door het Alhambra. Mijn kinderen overkwam het ook, en dan is de magie sterk, want doorgaans zijn ze vooral geïnteresseerd in hun telefoons, hun stomme selfies en Instagram. We hebben er uren rondgedwaald in de hitte, onder de felle zon wier uitwerking zo sterk was dat ze een Spaanse schone zover bracht met me te flirten in de Generalife, waar ik ruzie kreeg met een Franse toeriste (ik krijg altijd ruzie met Franse toeristen). Maar echt, een mooie jonge Spaanse vrouw, en ze lachte naar me en keek naar me, gewoon waar mijn zoon en dochter bij waren.














U wilt wel geloven, lieve lezer, dat ik dit bezoek aan de Alhambra als één van mijn meest geslaagde beschouw. Aan het eind maakte mijn knie me het lopen bijna onmogelijk maar het was het waard en het was nog niet afgelopen.
Spectaculaire balletvoorstelling
Ik ga u namelijk een geheim verklappen maar u moet me beloven het onder ons te houden, anders weet straks iedereen het en is er voor mij geen plaats meer. Dat geheim is namelijk het balkon van het Hotel Alhambra, halverwege een weg die van het Alhambra naar beneden loopt, naar de stad. Ik dacht slim te zijn en met de auto van de parkeerplaats van het Alhambra naar het hotel te rijden, maar ik kon er nergens parkeren, dus ben ik weer terug naar die parkeerplaats gegaan en ben, op mijn lippend bijtend van de pijn, met mijn kinderen weer naar beneden gestrompeld.
Op het balkon van het Alhambra kun je een koel glas drinken, luxe tapas eten, de beste van de stad, en uitkijken over Granada, beneden in de vallei. Ik heb er al vele uren doorgebracht, vaak gebiologeerd door de zwaluwen die er een spectaculaire balletvoorstelling voor je uitvoeren.
Vanavond waren ze er niet bij, maar het uitzicht, de zonsondergang en de oplichtende stad waren er niet minder om. De superaardige ober, de kinderen die hun eerste alcoholvrije cocktails dronken (en vervolgens op elk terras, waar we in de dagen erna aanschoven, vroegen: “Hebben ze alcoholvrije cocktails?”), wat een perfecte afsluiting van een perfecte dag.






RSS