Applaus
Hassnae Bouazza

Afgelopen zondag was ik uitgenodigd voor een debat in Rotterdam over het Midden-Oosten, en waarom het jongeren hier zo raakt.
Hoewel ik klaar ben met dat soort debatten, omdat beide kampen altijd meteen in een kramp schieten, besloot ik de uitnodiging toch te aanvaarden, omdat het geen welles/nietes-discussie over het conflict zou worden. Voordeel ditmaal was bovendien dat de presentatie in handen was van de altijd innemende, voormalig mensenrechtendiplomate Petra Stienen, schrijfster van het boek Dromen van een Arabische Lente. Voorafgaand aan het debat was er een optreden van de Palestijnse Taher Najib met zijn monoloog In Spitting Distance.
Reutersfotograaf Jerry Lampen besprak zijn werk, Saskia Selen was uitgenodigd, omdat zij projectleider is bij het projectbureau Diversion en daar verantwoordelijk voor het programma ‘Tweede Wereldoorlog in perspectief’ waarbij joodse en islamitische studenten lesgeven aan VMBO-leerlingen over de Tweede Wereldoorlog en over de situatie in het Midden-Oosten. Ik zat er vanwege mijn columns in Vrij Nederland.
Omdat het ditmaal niet over het conflict zelf zou gaan, maar over hoe jongeren de Palestijnse kwestie hier beleven, dacht ik dat het wel mee zou vallen met te snel gekrenkte gevoelens, maar dat was een vergissing. Meteen nadat Lampen een aantal foto’s had getoond, uitte de directeur van het festival, Gary Feingold, zijn zorgen dat Lampen wat eenzijdig de Palestijnse kant besprak.
Saskia Selen had een jonge Marokkaanse meegenomen om te praten over het project. Selen vond het belangrijk te benadrukken dat het niet de schuld van de jongeren is, als ze antisemitische leuzen scanderen of met kransen voetballen. Dat kwam ergens vandaan. Wáár vandaan werd niet me niet duidelijk, ook al deel ik dezelfde achtergrond met de jongeren.
Dan was er nog een een aantal jonge mensen in het publiek dat actief meedeed. Helaas drukten ze zich nogal bot uit en vroegen ze zich af waarom het op school altijd over ‘de Joden en de Tweede Wereldoorlog’ moest gaan. Mijn antwoord dat het een belangrijk deel is van de Nederlandse en Europese geschiedenis en niet meer dan logisch dat het uitgebreid besproken wordt, leidde tot gemor, verontwaardiging en gefluister. Het zou al heel wat schelen als mensen enig historisch besef aan de dag zouden willen leggen.
Enige empathie, zoals een vrouw in het publiek terecht opmerkte, zou ook niet mis zijn. Een jongedame zei dat ze niks verkeerd bedoelde met ‘de joden’, maar als je niet wilt dat mensen spreken over ‘de Marokkanen’ of ‘de moslims’, moet je dat zelf niet gaan doen bij andere mensen.
Een opbouwwerkster, wier naam ik uit erbarmen maar achterwege zal laten, besloot het gesprek naar een hoger niveau te trekken en vertelde dat zij pas op latere leeftijd in Parijs een Joods meisje ontmoette en toen erachter kwam dat zij ‘ook een gewoon mens was’.
Sommige mensen moeten helemaal naar Parijs afreizen om te ontdekken dat Joden gewoon mensen zijn. Al die jaren daarvoor leefden ze kennelijk in de veronderstelling dat ze dat niet zijn.
De jonge Marokkaanse in het panel vulde haar aan, ze herkende het helemaal: toen ze ging samenwerken met een Joods meisje voor het project, kwam ook zij erachter dat dat gewoon een mens was, en inmiddels is ze een van haar beste vriendinnen. Tot slot vergeleek ze het Palestijns-Israelisch conflict met Ajax-Feijenoord.
Ze kreeg daarvoor applaus.
Hassnae Bouazza (حسناء بوعزة) schrijft voor Vrij Nederland, De Volkskrant, NRC Handelsblad, en de Arabische site van de Wereldomroep. Tegenwoordig is ze (bijna) wekelijks te bewonderen in Vrouw & Paard. Dat ze nog tijd heeft om in het geheim voorbereidingen te treffen voor de vestiging van het kalifaat in Nederland, mag een wonder heten. Volg haar op Twitter.






RSS