Welkom of rot op
Justine le Clercq

Protesterende mensenmassa’s ontloop ik liever. Maar nu het protest bij mij om de hoek was, ging ik toch even kijken hoe het (uit de hand) zou lopen en ik moest ook nog haarverf en bospeen kopen. De komst van een azc, vermengd met nog andere doelgroepen met forse problemen, zorgt voor heel wat opschudding. Het gaat om een gebouw dat ooit een ziekenhuis was. Het staat leeg. Er is wel winteropvang voor daklozen.
Er zijn twee kampen, zoals eerder al op deze plek toen de Atlantikwall, de verdedigingslinie van Nazi-Duitsland, hier werd aangelegd. Ook nu weer gaat het over wie er wel of niet naar binnen mag, wie wel of geen vijand is, wie hier mag wonen en wie niet.
Het ‘Welkom’-kamp grossiert in warme gevoelens voor de pechvogels der aarde, en heeft al een cursusaanbod ontwikkeld voor de 750 nieuwe bewoners van de wijk. Ze wijzen erop dat de huidige daklozenopvang ook prima loopt.
Het ‘Rot op’-kamp roept op dat die woke hufters dan maar zelf twee van die asielzoekers in huis moeten nemen, en ze wijzen met ferme vinger naar het mislukte ideaal uit Amsterdam. Ook sommen ze de overlast van de huidige winteropvang op: veel mensenpoep in de struiken (klopt, vraag maar aan mijn hond) en overal spuiten (onzin, er wordt nauwelijks meer gespoten).
Wat opvalt is niet hun standpunt, maar wel hoe snel en sterk ze zich als groep hebben gevormd en hoe onomstotelijk ze wonen in hun gelijk.
Tussen de gemoederen door meldt de gemeente sussende beloften: er komt beveiliging en hun paradeargument: er komen verschillende ingangen voor de verschillende groepen, wat iets positiefs moet suggereren. Dat klinkt helaas vrij naïef, vooral als je weet dat er een giga gemeenschappelijke tuin is (beschermd vogelgebied) en gedeelde parking voor en tussen het gebouw.
Rellen ze al?
Maar ik ging op weg om haarverf en bospeen te kopen. Op de hoek stond een enkele wijkbewoner. “Is er al gereld?” vroeg ik mijn buufie. Ze at plakjes salami uit een doosje en wees naar de niet heel grote groep demonstranten. “Kijk, onze witte kansparels. Komen echt uit onze wijk.” Zwartgeklede jongeren en mannen, sommigen met gezichtsbedekking, stonden in groepjes te wachten.
Toen ik mijn haarverf en bospeen even verderop had gescoord, zag ik de zwartgeklede menigte weer afdruipen. Verder dan het omschoppen van een hekje waren ze niet gekomen. Er was geen aanvoerder geweest om ze op te zwepen waardoor de hele oproep tot protest nogal zielig leegliep. Een groepje tieners liet zich het plezier niet afnemen, en ging precies dat doen waar ze tegen protesteerden: tuinen vertrappen, schelden en de politie uitdagen. Tot zover onze eigen Haagse schoffies.
Maar onze eigen schoffies hebben een punt. En de optimisten hebben ook een punt. Niemand hoeft zijn gelijk te halen, want alle angsten zijn reëel (want al ooit gebeurd), alle risico’s zijn reëel (idem), en het optimisme, het nemen van verantwoordelijkheid, onze rijkdom delen, noblesse oblige, is van grote menselijke waarde.
Groepsvorming
Ik mis alleen iets in deze Atlantikwalldiscussie en de plannen van de gemeente. Iets essentieels: de menswetenschappen. Specifieker, de kennis over groepsvorming.
Bijvoorbeeld hoe groepen zich vormen en welke stadia ze doormaken. Dat mensen die niks te verliezen hebben elkaar emotioneel beïnvloeden en de eigen identiteit verdwijnt in het groepsproces. Dat mensen dan meegaan in de groepsnorm. Als je dat positief wil beïnvloeden, dan moet je er direct bij zijn voordat alle groepsrollen verdeeld zijn. We weten ook hoe groepen anderen uitsluiten om een identiteit te ervaren, om zich gezien te voelen, zich veilig te wanen of zichzelf iets te voelen. We weten nog veel meer.
Van de ene op de andere dag 750 mensen bij elkaar zetten die allemaal uit een overlevingssituatie komen, uit verschillende milieus, met diverse geloofsovertuigingen, en een scala aan ellendigheid achter de rug en zelden met genoeg geld: noem mij een plek waar dat heeft geleid tot een heilzame, motiverende en veilige woonomgeving zonder de aanwezigheid van intensieve begeleiding.
We kunnen nog niet eens een woonhuis met tien weggelopen jongeren in het gareel houden. De dak- en thuislozenopvang wordt gekenmerkt door problemen en escalaties. Gevangenissen, ook zo’n woonvorm met mensen met issues. Die hebben notabene allemaal hun eigen deur, maar ook daar loopt het geregeld uit de hand. Recent bleek dat in een vrouwengevangenis ook de groepscultuur je grootste vijand is.
Wat voor mensen lastig is om zich in in te leven, is hoe je als mens denkt en handelt als je niets te verliezen hebt. Er komen geen 750 blije dankbare mensen. Er komen 750 mensen die aan hun nagels boven de afgrond hangen.
Misser
De leukste misser in de hele aanloop vind ik deze: in het buurtkrantje van december 2024 stond te lezen dat de opvang zal bestaan uit 750 bewoners waarvan 440 asielzoekers en verder o.a. nog jongeren uit een psychiatrisch zorgtraject en acuut dakloos geworden gezinnen.
Verderop staat een artikel over de huidige winteropvang waarin een hulpverlener zegt: “Het werk lijkt nu (…) beter te behappen want het maximale aantal bewoners is niet meer 120 maar 80. Met 120 liepen we van begin tot eind op ons tandvlees.”
Voor die 80 mensen is nu intensiever contact met de politie, lopen er continu twee hosts rond om de bewoners buiten in de gaten te houden, zijn er camera’s opgehangen met een bemande controlekamer en krijgen bewoners die zich misdragen ‘kamerarrest’.
Als je al zoveel moet inzetten voor 80 bewoners, en hebt afgeschaald van 120 naar 80, wat verwacht je dan van 750?
Afblazen?
Moet het worden afgeblazen? Kleinschaliger zou beter zijn. Maar de beslissing is al genomen. Het is een moeilijke opgave, heel moeilijk. Erken dat gewoon en maak nou eens een goed plan. Maar vooral, plaats de mensen niet in een keer. Kleine plukjes bewoners. Die begeleid je intensief om een goede, veilige sfeer mogelijk te maken en normen neer te zetten. Met ondermijners direct aan de slag, zo nodig overplaatsen. Realiseer je dat het even duurt voor een groep zichzelf positief heeft ontwikkeld. En vooral, zorg dat ze iets te verliezen krijgen.
Justine le Clercq vindt dat ze recht van spreken heeft. Ze is zeven jaar dak- en thuisloos geweest, werkte in de jeugdzorg en met thuislozen en woont nu in de Vogelwijk. Ze heeft nooit in de bosjes gepoept.





RSS