Frontaal
Naakt
13 oktober 2010

Charlatan

Prediker


Illustratie: Hans Sebald Beham

Hans Jansen heeft een bescheiden mediacarrière gebouwd op het leveren van ongezouten islamkritiek. Regelmatig verschijnt hij op televisie en in radioprogramma’s om te vertellen dat de Koran moslims toch echt opdraagt om de ongelovigen de hals af te snijden en dat Nederlandse moskeeën galmen van haatprediking. Zijn ‘Islam voor varkens, apen, ezels en andere beesten’ (Van Praag, 2008) werd mede door deze mediaoptredens een bestseller.

Inmiddels staat wel vast dat Jansen als getuige-deskundige in het proces van Geert Wilders een aantal klinkklare onwaarheden heeft gedebiteerd. Dat behoeft ook geen verbazing, want Jansen verdraait aan de lopende band koranteksten, en verkondigt regelmatig samenzweringstheorieën en lasterfabeltjes over moslims en de islam, om deze in een zo ongunstig mogelijk daglicht te stellen. Een bloemlezing:

1. Verdraaiing: De afgelopen jaren hebben filosoof Michael Leezenberg, journaliste Hassnae Bouazza, islamoloog Martin van Bruinessen en tal van anderen op gewezen dat Jansen koranteksten selectief citeert of hun betekenis verdraait. Zoals op de site van De Buren, waar Jansen schrijft:

“Het is zowel vanuit menselijk als intellectueel oogpunt een raadsel waarom mensen ontkennen dat er in de koran wordt opgeroepen tot het vermoorden van andersdenkenden. ‘Doodt hen waar ge ze maar vinden kunt’ , wa-qtuluuhum Haythu wagadtumuuhum, 4:89, en vele vele dergelijke passages. (…)

Bedoelen moslims die ontkennen dat de koran moord voorschrijft (kutiba alaykumu-l-qitaal, 2:216), dat zij deze opdracht van de koran naast zich neer willen leggen? Dat zou mooi zijn, want dan komen zij niet met de Nederlandse justitie en AIVD in aanraking. Er is daarentegen ook een sinistere verklaring voor deze ontkenning: geen slapende honden wakker maken.

Wat mensen als Peter beweegt om te ontkennen dat de koran zulke opdrachten bevat, begrijp ik wel. Niemand hoort graag dat hij op weg is naar een gruwelijk einde. Uit de geschiedenis zijn daar tal van voorbeelden van.”

Jansen zet het vet aan wanneer er eens op de nekken moet worden ingehakt, maar dat er direct vóór en na zo’n passage bijstaat dat men de strijd moet staken als de ander tot vrede geneigd is, of dat men stammen die zich aan hun afspraken houden met rust moet laten, vertelt de geleerde er niet bij.

Op deze kritiek werpt Jansen steevast tegen dat de bewuste teksten in de klassieke islamitische theologie eeuwenlang zijn verstaan zoals hij ze uitlegt. Daarmee verschuift hij echter de doelpalen: Jansen pretendeert immers niet enkel iets te zeggen over wat islamitische theologen eeuwenlang van de Koran hebben gemaakt, maar over wat er in die Koran zelf stáát. Al krabbelt hij daar, als het hem zo uitkomt, doodleuk weer van terug.

2. Lasterfabeltjes: De arabist ziet er evenmin een probleem in islamitische doctrines verkeerd weer te geven om moslims daarmee in een verdacht licht te plaatsen. Geconfronteerd met het gegeven dat de meerderheid van de moslims in Nederland zich toch gewoon aan de wet houden, antwoordt de hoogleraar:

“Ben je bekend met het begrip taqiyya? Dat is Arabisch voor behoedzaamheid. Moslims behoren behoedzaam te opereren in ongelovige landen. Langzaam koloniseren ze de gebieden waar ze zich hebben gevestigd. Zoals Slotervaart. Als ze zich eenmaal heer en meester voelen, laten ze dat ook blijken. Kijk maar naar Gouda.” (Revu, nr. 9, 25 februari-3 maart)

De betekenis die Jansen hier aan ‘taqiyya’ geeft, is een veelgehoord internetfabeltje dat de ronde doet onder islamofoben. In werkelijkheid houdt taqiyya in dat je ongeloof mag veinzen indien je als moslim wordt gemarteld of met de dood bedreigd. Dat is ook de betekenis die Ayman al-Zawahiri, de ideoloog van al-Qaeda, er aan geeft. De meeste moslims hebben er echter nog nooit van gehoord (tenzij dan via islamofobe websites), omdat het onder soennieten nauwelijks een rol speelt. Men hoeft slechts het lemma ‘TAKIYA’ op te slaan in Brills Encyclopaedia of Islam om hier achter te komen. Jansen zou dus moeten weten dat hij klinkklare nonsens verkoopt. Blijkbaar wint de behoefte om moslims als de vijfde colonne voor te stellen het van academische integriteit.

3. Samenzweringstheorieën: Evenmin legt de arabist enige wetenschappelijke scrupules aan de dag als het aankomt op het aan de man brengen van de hedendaagse variant op de Protocollen van de Wijzen van Zion.

Zo heeft Jansen meermaals de Eurabiëtheorie van Bat Ye’or (een pseudoniem van Gisèle Littman) aangeprezen, volgens welke Europese diplomaten het tijdens de oliecrisis van 1973 op een akkoordje zouden hebben gegooid met de OPEC-landen. Die zouden de olie weer laten vloeien, indien Europa massaal moslims zou laten immigreren, een pro-Palestijnse koers zou gaan varen, en propaganda zou gaan maken voor de islam, aldus Littman. Met name Frankrijk zou hier de katalysator van zijn geweest: die zou hebben gemikt op een Euro-Arabische as, als tegenwicht voor de Amerikaanse dominantie.

Tegen Henk Rijkers beweerde Jansen “dat hele verhaal is van A tot Z gedocumenteerd” en dat hijzelf bij die conferenties aanwezig was geweest (KN, 27 mei 2005). In een recensie van Bat Ye’ors ‘Eurabia’ voor het parochieblaadje van de neoconservatieve denktank Middle East Forum, schreef Jansen dat het boek “een krachtig instrument biedt voor hen die willen zien” (Middle East Quarterly, Spring 2005).

Wie de arbeidsmigratie vanuit islamitische landen naar Europa echter bekijkt, ziet al gauw dat deze na de oliecrisis in rap tempo tot nul daalt. Daarnaast beginnen Europese landen – Frankrijk voorop – vanaf begin jaren ’80 met het aannemen van steeds strengere wetgeving om de immigratiestromen te stuiten. Dat strookt niet bepaald met de voorstelling van zaken, dat Europa vanaf 1973 de sluizen wagenwijd heeft opengezet voor moslimimmigranten. Hier komt nog bij dat de moslimlanden waar het om gaat helemaal geen lid zijn van de OPEC en – in het geval van Turkije – zelfs op gespannen voet staan met de Arabische naties.

Pure kul dus, die Eurabiëtheorie, maar Jansen slikt het allemaal voor zoete koek, en prijst het nog aan ook!

Sterker nog, Jansen is zo ingenomen met ‘Bat Ye’or’ dat deze samen met haar echtgenoot – en een hele stoet Fortuynisten, neoconservatieven, islamofoben en internetkrabbelaar Barry Oostheim – Hans Jansens bundel ‘Eindstrijd’ (Van Praag, 2008) vol mocht schrijven. Het tekent het wetenschappelijk gehalte van Jansens pennevruchten.

4. Leugens: Onlangs informeerde Jansen de lezers van de Volkskrant dat “9/11 heeft laten zien dat de jihad weer een individuele plicht is”. De offensieve jihad is echter nooit een individuele, maar altijd collectieve plicht geweest, zoals we eerder zagen in The Reliance of the Traveller. Het standaardwerk op het gebied van het islamitisch oorlogsrecht, War and Peace in the Law of Islam (1955) van Majid Khadduri stelt zelfs dat de plicht tot offensieve jihad al sinds de 10e eeuw in de theologische ijskast is gezet, en dat moslims dit sindsdien als de normale stand van zaken in de wereld zijn gaan beschouwen.

Moslims moeten niet-moslims doden van de koran; moslims mogen liegen tegen niet-moslims als dat de zaak van het geloof dient; er is een wereldwijde samenzwering gaande om moslims aan de macht te helpen; en moslims zijn de eeuwige vijanden van het Westen. Het zijn klassieke antisemitische fabeltjes over Joden en de Talmoed, alleen gaan ze nu over moslims en de Koran. Maar aangezien het collectieve geheugen slechts tot twintig jaar terug reikt, kom je daar gewoon mee weg.

Jansen beweert graag dat hij slechts rapporteert hoe het in de islamitische wereld is gesteld. In werkelijkheid bedrijft hij een vorm van rabiate anti-islampropaganda op basis van verdraaiingen, internetfabeltjes, samenzweringstheorieën en regelrechte leugens. Jansen gedraagt zich aldus als een charlatan, die het aura van zijn academische titels aanwendt om gezag te verlenen aan zijn continue stroom verdachtmakingen aan het adres van moslims en de islam.

Voorwaar, een passende kroongetuige voor onze nationale uitventer van de islamofobie.

Prediker (oogst van 1976) heeft een bloedhekel aan leugenaars en propagandisten.

Prediker