De Armeense Genocide (6)

Tayfun Balçik

serge6
Illustratie: Serge Baeken.

In de Volkskrant was er weer iets over de Armeense genocide. En daarmee doel ik niet op de bikkelharde spotprent van Bas van der Schot over de erkenning van de Armeense genocide in Duitsland. Nee, zulke vuistslagen die de westerse hypocrisie weergeven komen maar zelden voor in Hollandse couranten.

Het gaat mij – helaas maar waar – om het typisch Nederlandse stukje waarin een groep uitsluitend witte Nederlanders een oproep doet om de Armeense genocide erkend te krijgen.

Ik weet niet wat deze gasten bezielt, maar dit is koren op de molen van nationalistische Turken. En maar doorgaan met hameren op wat voor fout volk Turken zijn.

Europese genocide

Ik was wel positief verrast door de volgende zin: ‘Als jonge generatie Nederlanders doen we een klemmend beroep op onze regering en minister-president Rutte in het bijzonder om de grootste Europese genocide na de Holocaust te erkennen en actief Turkije op te roepen hetzelfde te doen.’

Ze hebben het namelijk over ‘Europese genocide’ en daar sluit ik me volledig bij aan. Turkije en de Turkse geschiedenis behoren tot Europa en de Europese geschiedenis. Je begrijpt niks over de Armeense genocide zonder een oog te werpen op het machtsconflict tussen de christelijke grootmogendheden (Engeland, Frankrijk, Oostenrijk-Hongarije, Rusland en Duitsland) en de ‘zieke man van Europa’. Een conflict dat al vanaf het Congres van Wenen in 1815 volgens een vrij vast patroon verliep.

Namelijk zo: christelijke volkeren die ‘eeuwenlang onder het juk van de Turken leefden’, rebelleren tegen hun islamitische heersers voor onafhankelijkheid, over en weer vinden er slachtpartijen plaats, er komt een Europese top en het Osmaanse rijk verliest grondgebied aan volkeren die daarbij actief gesteund worden door grootmogendheden.

Islamitische slachtoffers

In Europese media werden christelijke bloedbaden uitvergroot en islamitische slachtoffers veronachtzaamd (ook toen inderdaad!). Waarom zouden ze? Het doel was immers om de moslim-Turk terug te schoppen naar waar hij vandaan kwam: de Centraal-Aziatische steppes. Dit is iets wat door die lui van het stukje in de Volkskrant totaal wordt genegeerd.

Kijk in welke ‘historische context’ zij de Armeense genocide plaatsen:

‘De christelijke volken hadden eeuwenlang samengeleefd met de Turkse bevolking, maar werden tijdens de Eerste Wereldoorlog, waarin het Ottomaanse rijk meestreed aan Duitse zijde, gewantrouwd en via een vooropgezet plan uitgemoord.’

Beknopter en nietszeggender kan haast niet. Alsof er helemaal geen voorgeschiedenis bestaat. Alsof inkrimping van het Osmaanse rijk geen duizenden ‘muhacirs’ teweegbracht: moslimvluchtelingen die noodgedwongen huis en haard verlieten en bescherming zochten in het land dat nog in Ottomaanse handen was.

Bovendien miskent zo’n visie de agency en verantwoordelijkheid van vrijgevochten volkeren. Minderheden waren vaak de onderliggende partij, maar zeker niet machteloos. En dit zag ik niet om het Turkse gedrag te excuseren. Mijn taak blijft begrijpen. Een collega-historicus zei ooit: ‘1915’ is niet te begrijpen zonder ‘1913’.

Christelijke natiestaten

Laten we dus terugkeren naar 1913. Geen witte Nederlander in de ‘kwaliteitskranten’ die dat voor jou gaat doen. Voor historische duiding moet je hier zijn.

De desastreuze (voor de Turken) Balkanoorlog was ten einde. Het Osmaanse rijk had zestig procent van haar grondgebied op de Balkan verloren aan de Griekse, Bulgaarse, Servische en Montenegrijnse ‘knechten van weleer’. Een miljoen moslimvluchtelingen (etnisch gezuiverd uit hun woonplaatsen in de nieuw ontstane christelijke natiestaten) hadden zich verzameld in Istanbul. Vergis je niet, dat was dus al op een bevolking van een miljoen in Istanbul. De Turken waren in het nauw.

In deze chaotische en vernederende toestand werd ook het Armeense hervormingsverdrag in februari 1914 getekend tussen het Osmaanse rijk en de grootmogendheden. De zes oostelijke provincies (Vilayat-I Sitte) waar de Armeniers overwegend leefden, maar nergens een meerderheid vormden, zou worden onderverdeeld in twee provincies met elk een Europese inspecteur-generaal aan het hoofd die zou toezien op de beloofde hervormingen.

Bloedige onderdrukking

Laat er geen twijfel over bestaan, hervormingen waren broodnodig. De Armeense gemeenschap in het oosten van het rijk was slachtoffer van bloedige onderdrukking. Er hadden zich al eerder slachtingen voorgedaan. Door sultan Abdülhamid II in de jaren 1894-96, waar hij speciaal de Koerdische Hamidiye-regimenten voor oprichtte. En in 1909 in Adana. Daarnaast werden Armeense gronden afgepakt door Koerdische stammen of toegekend aan moslimvluchtelingen (die ‘strategisch’ werden geplaatst onder groepen die als onloyaal werden gezien), hun vee werd gestolen en ze werden dubbel getaxeerd.

Maar goed, terug naar het verdrag. De Armeense historicus Richard Hovanissian zegt daarover het volgende:

‘The Signing of the compromise program by Russian and Turkish officials in February 1914 was greeted with celebration and anticipation by Armenians worldwide, but in fact added to Turkish suspicions of the Armenians and may have contributed to the Young Turk decision to eliminate the Armenian question by eliminating the Armenians. The cover of World War I was to provide the opportunity to implement that decision’.1

Hovannisian geeft alleen niet echt invulling aan ‘how it may have contributed.’ Het onderzoek van Rober Koptas naar de effecten van de hervormingsonderhandelingen biedt daarbij soelaas.2 Na de Balkanoorlog zag de Armeense elite in het rijk de tijd rijp om de hervormingen eindelijk van de grond te krijgen.

Praten met de Turken

Zo heeft het Osmaanse parlementslid Krikor Zohrap, die in 1915 is vermoord, in zijn dagboek het volgende genoteerd:

‘Vandaag ziet de internationale situatie voor de Turken er slecht uit. Daarom is het praten met de Turken vandaag het beste moment. Zo’n dag is moeilijk te vinden. De Turken kunnen door enkele concessies aan een aantal staten zich gemakkelijk uit deze situatie redden. Dan kan de situatie voor de Armeniërs erg moeilijk worden.’

Papazyan (ook parlementslid) deelt de mening van Zohrap wat betreft de timing:

‘De unionistische regering die in Afrika en de Balkan de oorlog heeft verloren, verkeert niet in de situatie om zich te verzetten tegen onze stappen voor hervormingen. Intern en extern is de voortgang zeer slecht. Ze proberen koste wat het kost leningen af te sluiten bij de grootmogendheden. Aan de andere kant wachten de conservatieven binnen op een kans om problemen te veroorzaken.’

Waar de Armeniërs hoop en vrijheid zagen, zagen de Turken dreiging en separatisme. Ze waren van mening dat dit pakket de territoriale integriteit van de staat serieus bedreigde. Vooral de interventiemogelijkheid van vreemde mogendheden werd gehekeld. De Jong-Turkse unionisten en de Dashnaksutyun (Armeens-nationalistiche partij) waren in 1913 al begonnen met onderhandelingen en deze pogingen moeten volgens Koptas beschouwd worden als de laatste pogingen om de kwestie ‘binnenshuis’ op te lossen. Met zachte woorden maar ook met regelrechte bedreigingen probeerden de unionisten de Armeense elite ervan te weerhouden om grootmogendheden erbij te betrekken.

Armeense chantages

Zo erkent Cemal Pasa dat ze hun beloftes niet zijn nagekomen: ‘De Armeniërs moeten ons begrijpen en niet naar onze strot grijpen. De Russen gebruiken jullie om de kastanjes uit het vuur te halen’ (het was de lang gekoesterde wens van de Russen om de ‘warme wateren’ van de Middelandse zee te bereiken, TB). Cemal Pasa: ‘als jullie niet luisteren gaan we nog hardere maatregelen nemen’.

Hoewel Koptas geen oorzaak/gevolg-relatie ziet in het hervormingspakket en de genocide, zou er wel sprake geweest zijn van een tweedegraadse, psychologische verbintenis. Er zijn harde woorden gevallen. Beide groepen lieten hun tanden zien waardoor het idee van een gedeelde toekomst aan kracht inboette. ‘Dit zou in de hoofden van de unionisten de demografische chirurg opgewekt kunnen hebben om zich te genezen van de ziektes afkomstig van de Armeniërs’.

Turkse bedreigingen worden beantwoord met Armeense chantages (van Armen Garo, politicus van de Dashnaksutyun): ‘één kleine gebeurtenis in het Oosten is al genoeg. Wij zullen dan onze activiteiten in Istanbul weer oppakken en daarbij kunnen we wat betreft de veiligheid niks garanderen’. De uitval van Armen Garo tegenover Talat, die de Noorse inspecteur-generaal obstrueerde in zijn wens om Armen Garo aan te stellen als assistent, is tekenend voor de psychologische breuk:

‘Vanaf nu bevinden jullie je niet op de goede weg. Het Ottomaanse rijk wordt door jullie de chaos in gesleurd. Door uw overwinningen denkt u dat u Napoleon en Bismarck bent. U weet niet welke kant het opgaat met dit land en toch zet u uw koppigheid voort. Bewijzen? Een tijdje geleden heeft u Vramyan gezegd dat jullie de Koerden zouden Turkificeren. Met wat? Met welke cultuur?

Als u enig besef heeft van uw verleden zou u het niet over zulke onzin hebben. U vergeet dat jullie je slechts vijfhonderd tot zeshonderd jaar bevinden op onze gronden en dat daarvoor andere volkeren over dit gebied zijn gegaan: de Perzen, de Romeinen, de Arabieren, de Byzantijnen. Als zij al de Koerden niet hebben kunnen assimileren, hoe gaan jullie dat dan voor elkaar krijgen?

Vorig jaar ben ik voor het eerst naar drie van onze provincies gegaan en ik heb in dat gebied drie bruggen gezien: twee daarvan waren oude Armeense bouwwerken, de derde was er een uit de tijd van Timur. Ik heb niks aangetroffen van uw beschaving. Het is ontoelaatbaar om ongeoorloofde ideeën te hebben over belangrijke problemen van deze staat.

U bent niet oprecht wat betreft de hervormingen. Denkt u nou echt dat wij geloven in die economische en politieke maatregelen om de Armeense kwestie op te lossen?Ons nationaal bewustzijn is in die zin ontwikkeld, dat we uw streven blokkeren.’

Talats streven was het Osmaanse rijk te ‘verlossen’ van christelijke minderheden die volgens hem niet te turkificeren waren en dus vernietigd moesten worden. De rest is geschiedenis.

Armeense chantages

Nog even een laatste blik op het stuk in de Volkskrant: ‘Als jonge Nederlanders zijn wij opgegroeid in relatieve rust en grote weelde. Deze welvaart en vrijheid brengen de verantwoordelijkheid met zich mee onszelf te vergewissen van een vreselijke gebeurtenis als de Armeense genocide.’

Als jonge Turk ben ik opgegroeid in relatieve onrust en armoede. Net als vele Turken in Nederland. Deze omstandigheid zou ertoe hebben kunnen leiden dat ik schijt zou hebben aan wat mijn voorouders allemaal hebben uitgespookt. Toch heb ik, met vele andere Turken, dat niet. Zelfs de meeste ontkennende Turken hebben dat niet. Ze weten gewoon niet beter. Ik ga uit van het goede van de mensen. En dat is – helaas – niet dankzij Nederlanders, maar ondanks een groot aantal Nederlanders. Zonder ons te accepteren, los je deze kwestie niet op.

Peace out!

1. [R.G. Hovannisian, The Armenian People from Ancient to Modern Times (New York 1997) Vol.2 (Foreign Dominion to Statehood: The Fifteenth Century to the Twentieth Century).]

2. [R. Koptas, ‘Zohrab, Papazyan ve Pastirmaciyan’ in kalemlerinden 1914 Ermeni reformu ve Ittihatci-Tasnak müzakereleri’, Tarih ve Toplum Yeni Yaklasimlar 5 (2007), 159-179.]

Tayfun Balçik is historicus, gespecialiseerd in de moderne geschiedenis van Turkije en die van Amsterdam-West. Hij heeft een Facebook-pagina. Op Frontaal Naakt heeft hij inmiddels vijf stukken over de Armeense genocide gepubliceerd.

18 juni 2016 — Tayfun Balçik

Reacties gesloten. Reageren? Mail de redactie.

« home