Frontaal
Naakt
2 mei 2012

De Heilige Toonder

Plus update: wie gaf Fritz Gottesmann aan bij de nazi’s?

Peter Breedveld


Illustratie: Marvel

Google de naam Fritz Oskar Gottesmann. Heel veel hits levert dat niet op. Je komt terecht op Frontaal Naakt, op een Stripliefhebbersforum waar mensen heel erg boos op mij zijn omdat ik de naam durfde te noemen en op dit stukje over het leven van Marten Toonder. Daarin staat:

In 1939 ontmoette Toonder de uitgeweken Oostenrijkse uitgever Fritz Oskar Gottesmann. Hiervoor deed hij eerst wat ghosting-werk, later bracht deze zijn strips over Tom Poes en Don Sombrero uit. Na de capitulatie stelde Gottesmann, die van joodse afkomst was, Toonder aan als vennoot. Dit was de manier om te voorkomen dat er een (NSB)-‘Verwalter’ in zijn bedrijf zou worden aangesteld. In september 1941, ruim een jaar later, trok Gottesman zich terug uit de firma waardoor Toonder alleen eigenaar werd.

Gottesman ’trok zich terug’? Bij mijn weten is hij afgevoerd en gestorven in een concentratiekamp. Ik vind dat een nogal drastische manier van je ’terugtrekken’.

De terugtrekking van Gottesman heeft Toonder geen windeieren gelegd. Hij ging de oorlog in als een door geldproblemen geplaagde broodtekenaar en kwam die weer uit als de eigenaar van een zeer succesvolle tekenstudio. De succesvolste die Nederland ooit heeft gehad. De meeste ondernemers boerden niet zo goed in de Tweede Wereldoorlog, of ze moesten duikboten aan de nazi’s leveren of zoiets.

Ik zeg niet dat Toonder fout was in de oorlog. Ik weet dat eenvoudigweg niet. Het valt me gewoon op dat hij in de oorlog zijn fortuin heeft gemaakt, en nog wel door de vruchten te plukken van het harde werk van een afgevoerde Jood. En het helpt niet dat Toonder van 1941 tot ver in 1944 Tom Poes tekende voor de pro-nazistische krant De Telegraaf. En dat hij na de oorlog een striptekenaar, Andries Brandt, in dienst nam die nergens anders meer aan de bak kwam omdat hij onder de Waffen-SS had gediend.

De Waffen-SS! Ik las vroeger de strips van Andries Brandt, onder andere Roel Dijkstra, waarin zo dapper stelling genomen werd tegen een fascistisch regime in één of ander Zuid-Amerikaans land. Geschreven door iemand van de Waffen-SS!

Maar iedereen wist dat, dat Brandt bij de Waffen-SS had gezeten. Jan Steeman, mijn helden Lo Hartog van Banda (die het praktisch in zijn eentje voor de inlandse bevolking van Nederlands-Indië opnam en daarom in een kooi naar Suriname werd verscheept, als een misdadiger) en Thé Tjong-Khing. Toch werkten ze met hem samen.

Soms wilden mensen met me praten over wie Marten Toonder werkelijk was. En dan deden ze het op het laatste moment toch maar niet. Bij sommige mensen dúrf ik er niet eens over te beginnen. Moet je de ogen van Dick Matena zien opvlammen als je rare vragen over zijn leermeester begint te stellen.

Ik heb het, eerlijk gezegd, ook maar opgegeven, maar soms laait het vuurtje weer op. Vandaag, bijvoorbeeld, toen ik hoorde dat NRC Handelsblad de honderdste verjaardag van Toonder viert door de foto’s in de krant te vervangen door striptekeningen. Dit jaar blijkt Marten Toonder-jaar te zijn en de man heeft nog niets aan populariteit ingeboet.

Als kind kocht ik een boek over Toonder op de markt waarin ’s mans heldendaden in de oorlog werden bezongen. Dat-ie met een illegale drukpers over straat aan het sjouwen was en er twee Duitse soldaten langsliepen. Oei, dat was linke soep! Maar de soldaten boden beleefd aan te helpen sjouwen. Haha! Hadden ze, zonder het te weten, het verzet een handje geholpen.

Yeah, right.

Maar probeer niet aan dat beeld van de Heilige Toonder te tornen, want mensen worden er loeikwaad van. Intellectuelen bewaren mappen met uitgeknipte Bommelstrips op hun jongenskamers en er bestaan Toondergenootschappen. Ik heb me op relatief late leeftijd pas gewaagd aan die bewierookte Bommelverhalen. Ze vielen me ontzettend tegen. Ik vond ze oppervlakkig, met een duimendik opgelegde moraal. Ik heb dat ontzag dus niet. Ook ben ik Toonder niks verschuldigd. Ik voel me daarom vrij om een paar vragen te stellen.

En hoe bozer mensen worden, hoe groter mijn nieuwsgierigheid. Vanmorgen begon het gedreig meteen weer toen ik erover begon op Twitter.

Een NOS-journalist wees op een artikel op de NOS-site waarin staat dat Toonder tot 1941 voor De Telegraaf zou hebben gewerkt. Dat kan haast geen vergissing zijn. Hier wordt gewoon geprobeerd het oorlogsverleden van Marten Toonder te verfraaien.

Ik heb Lo Hartog van Banda, één van de meest productieve schrijvers van de Toonderstudio, niet lang voor zijn dood geïnterviewd. Toonder had zijn donkere kantjes, zei hij. Hij streek graag met andermans eer. Ook Matena heeft, in een dronken bui, wel eens iets laten vallen. Dat moest ik dan naderhand weer van ‘m uit het artikel schrappen, dat ik had geschreven.

Ik vind dat het tijd is om eens echt in Toonders oorlogsverleden te duiken. Er zijn nog teveel vaagheden die worden afgedaan met dooddoeners als “dat weet iedereen al.”

O ja, als iedereen dat al weet, waarom word je dan zo kwaad?

Update: Vriend Smeets draagt hieronder in de reactieruimte interessante informatie aan. Friedrich Oskar Gottesheim benoemde Toonder op 31 juli 1940 tot medefirmant, en droeg in september 1941 noodgedwongen zijn bedrijf aan hem over. In 1942 dook hij op zijn eigen huisadres onder, in een schuilplaats op de bovenste verdieping, maar zes SD-rechercheurs wisten hem daar te vinden op maandag 14 augustus 1944, na twee uur zoeken. Drie dagen later werd hij naar Westerbork overgebracht. Zijn voormalig medefirmant Marten Toonder moest zich vier dagen later ook melden, maar kwam er zonder kleerscheuren vanaf. Gottesmann werd gedeporteerd naar Auschwitz op 3 september 1944. (Bron: ‘Vogelvrij. De jacht op de joodse onderduiker’, Sytze van der Zee, Amsterdam 2010)

Blij met Frontaal Naakt? Laat uw waardering blijken met een kleine donatie (grote mag ook!) via Paypal of stort op rekeningnummer 39 34 44 961 (Rabobank Rijswijk) o.v.v. ‘Frontaal Naakt’.






Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home