De spuit kwam van links
Hans Post

Hans Post is de meest spraakmakende columnist van Nederland – én de best betaalde. Het geheim van zijn succes? ‘Haat,’ zegt hij. ‘Schrijf vanuit de haat in je hart en je lezers zullen je smeken om meer.’
Rapportages maken op locatie: het hoort er nou één keer bij. Vaste prik in mijn troosteloze journalistenbestaan. Met je pen achter je oor het land in, de hort op – iedere dagbladschrijver moet eraan geloven. Ook columnisten zoals ik.
Puike verpleegsterskont
Vooruit dan maar. Ik ging wel. Doe mij maar zo’n werkbezoek aan een gekkenhuis dan. Psychiatrisch Centrum De Hoeve of zo, bij de afrit Woerden daar. Lekker dicht bij huis.
Ik verwachtte een grauw gebouw, drie of vier hoog, vol gekken – en dat was het ook. De toegangsdeur was van gewapend glas. Een verpleegster loodste me naar binnen. Ze had een puike verpleegsterskont. Maar dat kon je verwachten. Ze wás een verpleegster. Tot dusver geen verrassingen.
Ze stelde me één voor één voor – zenuwachtig giechelend – aan de bonte stoet junks, doorgedraaide ZZP’ers en de zogenaamde ‘kasplantjes’: mannen, die mompelend door de gangen schuifelden met verlepte shaggies in de bek.
Embedded-principe
Net toen ik er weer vandoor wilde, vroeg de directeur of ik wilde blijven slapen, hier, in de inrichting. ‘Ken je dat niet?’ vroeg hij me. ‘Het embedded-principe? Laatst heeft hier nog een heel contingent journalisten van de Volkskrant tot diep in de nacht zitten klaverjassen met patiënten.’
‘Tsja ik weet niet hoor,’ zei ik twijfelend. Ik pulkte aan een korstje op mijn voorhoofd. De directeur keek me strak aan. ‘OK, toe dan maar,’ zei ik. ‘Ik blijf wel slapen.’ Had ik maar geluisterd naar het hese stemmetje in m’n kop dat me toesiste: doe het niet!
Islam zal Nederland vernietigen
Drie uur ’s nachts. Ik lag te woelen in het aan mij toegewezen bed. Diep in slaap was ik. Ik woelde de lakens zowat aan flarden. En misschien kwam het door de ruwe stof van het beddegoed, dat venijnig prikte in mijn huid. Misschien door de volle maan die buiten loodzwaar aan de hemel hing. Of door de ziekelijke kreten en het nachtelijke geprevel van de waanzinnigen op de afdeling.
Maar plotseling – in de bizarre schemerwereld tussen slaap en waken – wist ik het heel erg zeker. Met zekerheid wist ik ineens wat ik eigenlijk al die jaren al had geweten en wat ik in tientallen – nee, honderden – columns had neergepend. En ik schreeuwde het met bevende ledematen, badend in het zweet – klaarwakker nu – tegen de blinde muren van de kamer waar ik lag: ‘de islam zal Nederland vernietigen!’
Legioenen moslims
Ik krijste het uit. Ik rukte gillend aan het stalen hoofdeinde van het bed. Ik sloeg met mijn handen tegen de ijzingwekkende droombeelden die in het donker voor mijn ogen spookten: rijendikke legioenen moslims die met roestige geweren door het Hollandse polderland marcheerden in vale kaftans.
‘Ze gaan ons uitroeien,’ gilde ik. ‘Uitroeien!’ Als een speenvarken schreeuwde ik het vanuit mijn brandende longen. Nabij! Nabij! Het einde is nabij!’
Links ringbaardje
Op dat moment kwamen ze binnengestormd. Twee verpleegsters en een dokter. Ik zag het meteen: de dokter had een links ringbaardje. Een onmiskenbaar grachtengordelringbaardje. Hij was het agressiefst. Hij klemde zijn klauwen om mijn enkels.
‘Rustig nou maar, meneertje,’ sprak hij met ondraaglijke neerbuigendheid. Ik brulde. Ik ramde tegen zijn schouders, zijn schedel. Ik beet in mijn tong tot het bloedde. ‘Laat me lós. Ik bén geen patiënt. De moslims komen. Bérg je. Ik ben een stércolumnist.’
Koude naald
De verpleegsters sjorden mijn pyjamabroek routineus naar beneden. Toen: een koude naald in mijn zitvlak. Daarna niets meer. Zwarte stilte.
Hans Post heeft een bijzonder hoog IQ. Hij is slim, héél erg slim. En dat wordt algemeen erkend. Hele volksstammen – zonder overdrijving – hangen aan zijn lippen. Als hij spreekt, wordt er geluisterd. Als hij twittert, wordt er ge-retweet. Waar menig twitteraar ‘volgers’ heeft, daar heeft Hans Post volgelingen.





RSS