Doof (2)
Josje
Steevast krijg ik in de wereld van de doven de vraag: “Ben jij wel echt doof?”.
In de wereld van de doven maakt het nogal uit of je als doof kind uit een horende of uit een dove familie komt. Ik heb dove mensen leren kennen die uit een horende familie komen. Het viel mij bij hen elke keer weer op hoe krampachtig zij proberen in het leven overeind te blijven. Het gaat er veelal om om zich geaccepteerd te voelen. Ik zag steeds die starheid in hun blik, hun gebaren. Het is de starheid van het weten zich anders te voelen bij hun eigen lotgenoten. Het tekent hun eenzaamheid, waarvan zij zich niet bewust zijn.
Daaraan debet is weer de starre houding van de dove mensen die uit dove families komen. Heb je dat voorrecht niet, dan hoor je er niet bij. Ook al ben je 100 procent doof. Ook al beheers je de Nederlandse Gebarentaal. Het is opvallend dat op belangrijke posities in de wereld van de doven juist die mensen staan die uit een doven-nest komen.
Ik ken ook dove mensen uit horende families die veel meer gericht zijn op zichzelf als mens. Die schamen zich er juist niet voor om hun doofheid te etaleren als iets normaals, als iets eigens. In mijn eigen pogingen om vanuit mijn horende familieachtergrond mee te gaan in de wereld van de doven, werd ik altijd getest hoe ik dacht over het doof-zijn. Dat ik daar niet aan mee wilde doen, omdat ik het mens-zijn veel belangrijker vond, maakte mij tot een paria.
Als ik vroeg aan een ‘rasechte’ dove hoe het met deze ging, echt uit belangstelling, of over hoe deze dacht over een bepaald onderwerp buiten het Doof om, was vaak een verraste blik het antwoord. Argwanend ook. “Hoe bedoel je?”. “Gewoon, ik vind het leuk om te weten.” Het tekent de enorm beperkte wereld van de doven dat men daar alleen uitgaat van Doof.
Natuurlijk, het is belangrijk om te laten zien dat er ook Doof is en dat er middelen nodig zijn om te kunnen participeren (let wel: niet assimileren) in de maatschappij. Ik vind evenwel dat de wereld van de doven zich daarbij veel te argwanend en slachtofferig opstelt. Er is echt méér dan Doof.
Oók omdat ik uitstekend overweg kan met de geschreven en gesproken Nederlandse Taal, en mij prima kan redden in de wereld van de horenden, is dat een belemmering voor veel dove mensen gebleken om mij als volwaardig te zien. Om mij als Doof te zien. Wellicht is dat juist mijn grootste kracht, want hierdoor kan ik mijzelf zijn. Ik hoor er immers niet bij.
Om op de vraag aan het begin van dit stuk terug te komen: ja, ik heb echt doof, maar ik ben het niet.
Josje is op-en-top Josje. Vrolijk, slim, nieuwsgierig, op een leuke manier naïef, houdt van de zon op haar huid, rode lippenstiftdraagster, houdt van open kijk op de wereld. Hééft doof, dus ís niet doof. Lees hier de eerste aflevering van ‘Doof’.






RSS