Edo (3): vrouwen
Peter Breedveld

Ik raakte in gesprek met een Japanse vrouw. Dit zal wel absurd klinken, want ik ben in Japan en ze zag er Aziatisch uit, maar het duurde even voor ik doorhad dat ze Japans was. Ze kwam me Brits of misschien Amerikaans voor vanwege de manier waarop ze zat en waarop ze naar me keek, en de bewegingen die ze met haar mond maakte als ze praatte. En soms zie ik Japanners aan voor Indo’s, of andersom. O, en ze sprak voortreffelijk Engels.
Ze bleek al bijna twintig jaar in Londen te wonen, waar ze werkte voor een Japans bedrijf. Ze was in Tokio om haar ouders te bezoeken. Het was een drukke vakantie, vertelde ze, want elke dag moesten er vrienden bezocht en werd er tot laat in de avond gegeten en gedronken. We praatten over Japan en Europa, en over de VS, waar ze ook een tijd gewoond had. “Toen ik eind jaren negentig in Londen aankwam”, zei ze, “werd me nog vol ongeloof gevraagd of Japanners echt rauwe vis eten. En moet je nu zien, overal sushibars.”

Vrij als een vogel
Ik had me dat niet gerealiseerd, dat sushi, nu net zo gewoon als hamburgers en milkshake, niet zo heel lang geleden een buitengewoon exclusief exotisme was. Toen ik 26 jaar geleden begon aan mijn studie Japans, was dat ook nog omgeven met een sfeer van rituele moeilijkdoenerij, al kende ik in die tijd veel manga– en animefans (waar ik toen weinig van moest hebben – ik bedoel anime en manga – omdat ik dacht dat die altijd over het wreed verkrachten van vrouwen gingen).
Ik vroeg of ze Japan niet miste. Ze dacht heel even na. “Mwah”, zei ze, “Londen is een heerlijke stad om te wonen en in Japan zou ik me helemaal moeten toewijden aan het bedrijf waar ik voor werk, lange uren maken, verplicht sociale contacten onderhouden.” Het feit dat ik in Tokio zo vrij als een vogel was, kwam doordat ik Europeaan ben, zei ze. Ze vertelde over een vriend, een in Londen geboren en getogen zoon van een Japanse en een Britse ouder, die in Tokio geen foutje kon maken zonder tegen een muur van onbegrip en afkeuring op te lopen, omdat hij er honderd procent als een Japanner uitzag.

Ze heeft gelijk. Tokio is voor mij een speeltuin, maar Japanners moeten er in een keurslijf. De meesten moeten minstens anderhalf uur forensen naar hun werk, in volgepropte treinen, ’s morgens heel vroeg, terwijl het de avond ervoor al laat werd. Ik zie rond middernacht vaak loonslaven, ‘salarimen‘ heten ze in Japan, op de grond in metrostations slapen of hangen tegen een muur of een zuil, stomdronken of moe of beide, want er moest na het werk nog even met collega’s en relaties worden genetwerkt. De hele dag zie je Japanners in de metro als een zombie zitten, dodelijk vermoeid.
Moe en eenzaam
Japanners maken weken van zestig tot tachtig uur. Makkelijk, zonder betaald te krijgen voor overwerk. “Als mijn baas daaraan zou beginnen, zou hij dit restaurant wel kunnen opdoeken, of zou jij twee keer zoveel moeten betalen voor dit diner”, zei een kelner tegen me. Ongelofelijk. Ik zie dat een Nederlander niet zo snel zeggen. Integendeel, ik kom uit een middenstandersgezin. Het personeel van mijn vader zag het bedrijf nog liever ten onder gaan dan dat het een minuutje langer bleef dan contractueel was afgesproken.
Maar Japanners klagen er wel over. Een receptionist van mijn hotel begon uit zichzelf tegen me te vertellen dat hij zo moe was, dat hij alleen maar moest werken, werken, werken. Er is een twitteraar (ik hou niet van het woord ‘tweep‘), Kurokawa Ryuhiroshi of Kurokawa Ikoromoichi, die het eenzame leven van een vrouwelijke loonslaaf (‘office lady‘ of ‘OL’) treffend verbeeldt in cartoons en strips. Altijd moe, altijd eenzaam, vaak onderhevig aan buien van wanhoop. Ik denk dat u, ook als u geen Japans leest, de boodschap van de cartoons wel zult begrijpen.

Aan de andere kant zitten de straten van Tokio ook vol Japanners die rustig een uur of zelfs meer in de rij staan voor sushi of ramen of zelfs een croughnut of creampuff. Je ziet ze de hele dag eten. De lunchrooms zitten vol elegant geklede vrouwen die kwebbelend hun gebakjes van tweeduizend yen verorberen (wel allemaal apart afrekenen na afloop, ook als ze met z’n tienen zijn). En Japanners hebben de meeste vrije dagen ter wereld, ik bedoel dagen zoals Koningsdag en Hemelvaartsdag in Nederland. Elke maand is er wel een. Vorige week was er zelfs een clustering van zulke dagen, Golden Week genaamd. Dan heeft bijna iedereen de hele week vrij.
Seksueel geweld
Zo is Japan nooit wat je op het eerste gezicht ziet, of het tweede gezicht. De veelbesproken onderdrukking van Japanse vrouwen, bijvoorbeeld. Die gebakjes etende vrouwen hebben mannen die ze nauwelijks zien omdat-ie zijn dagen op de zaak doorbrengt, en z’n avonden en stukken van de nacht in bars en metrostations. Ze schijnen affaires te hebben met electriciens en studenten en ze geven hun echtgenoot zakgeld. Want zijn salaris levert hij helemaal bij haar in. Zoveel macht heeft volgens mij zelfs een Europese vrouw niet.

Ik weet wel, ze hebben in Japan nog een lange weg te gaan op het gebied van de vrouwenemancipatie. Het is nog steeds ongebruikelijk dat een vrouw in dienst van een bedrijf blijft als ze gaat trouwen en toen een jaar geleden een vrouwelijke politicus aandacht voor vrouwenrechten vroeg, werd ze door conservatieve, mannelijke collega’s agressief beschimpt en vernederd, tot ze in tranen uitbarstte. Seksueel geweld in de metro is zo’n groot probleem dat er hele coupé’s exclusief voor vrouwen moeten worden gereserveerd en de Japanse seksindustrie heeft een paar zéér grimmige, donkere aspecten.
Maar die politica heeft teruggeslagen en haar belagers uit de veilige krochten van hun anonimiteit getrokken. Ze werden gedwongen om en public hun excuses aan te bieden, daarbij zwaar gezichtsverlies lijdend. En gezichtsverlies is van een wat andere orde in Japan dan in Nederland. De conservatieve premier Shinzo Abe, die in de ogen van liberalen geen goed kan doen, is een campagne gestart om meer vrouwen op de werkvloer te krijgen (hij is daartoe, in alle eerlijkheid, gedwongen door de gestaag krimpende werkende klasse).

Verplicht vakantie
Ook werkt de regering aan een wet die het werknemers verplicht hun vakantiedagen op te nemen, zodat ze meer tijd kunnen doorbrengen met hun gezin (en misschien baby’s maken, dat zou best een motivatie kunnen zijn in een land waar de vergrijzing de overheid grote zorgen baart).
De ongelijkheid tussen mannen en vrouwen wordt overigens ook door Japanse vrouwen zelf in stand gehouden. Ze trouwt met een man die in staat is in zijn eentje een gezin te onderhouden, want zij is niet van plan om door te blijven werken en mee te betalen aan de huur en de bijlessen van de kinderen. Ze wil winkelen in Mitsukoshi en gebakjes van tweeduizend yen eten, en de electricien neuken. De meeste vrouwen in Europa hebben niet zoveel noten op hun zang.






Voor Aicha Qandisha schreef ik deze bespreking van de met een Michelin-ster bekroonde sushibar van een leerling van de grote Jiro Ono, Sushi Masuda. Rechtvaardigt de sushi daar de hype? Ook schreef ik een verslag van mijn bezoek aan het Museum of Contemporary Art in Tokio, waar een prachtige tentoonstelling rond topmodel Sayoko Yamaguchi is te zien.





RSS