Gezellig wit zijn in Amsterdam
Tayfun Balçik

Vorige week was er in Vonk, de zaterdagbijlage van de Volkskrant, een special over de ‘verhipstering’ van Amsterdam: ‘hoe hipsters, creatievelingen en rijken razendsnel de hoofdstad veroveren.’
In het bericht ‘Kloof tussen arm en rijk in Amsterdam wordt snel groter’ krijg je al een voorschot. Hier zegt hoogleraar Stedelijke Vernieuwing Maarten van Ham (TU Delft) het volgende: ‘Om concurrerend te kunnen zijn in Nederland en daarbuiten is het van groot belang dat Amsterdam hoger opgeleiden kan aantrekken en dat er voor hen aantrekkelijke woonmilieus zijn. Dat dit enigszins ten koste gaat van de lagere inkomensgroepen is niet te voorkomen, maar misschien wel beter voor de stad. Maar dit is een politieke discussie.’
Ronald van Kempen, hoogleraar Stadsgeografie van de Universiteit Utrecht vult aan: ‘De kloof neemt inderdaad toe… armere mensen die naar elders moeten vetrekken, zijn daar lang niet ontevreden over. Elders kunnen ze soms betere woningen krijgen voor hetzelfde geld.’
Witte bewoners
Met andere woorden: economische polarisatie hoeft niet altijd slecht te zijn. Daar kan je zo je vraagtekens bij plaatsen, maar goed, wat me bij deze introducties opvalt, is het klassenperspectief. Het feit dat hipsters, creatievelingen en rijken onevenredig vaak witte bewoners van de stad zijn, wordt onbenoemd gelaten.
Ik vind dat opmerkelijk, omdat dát punt juist het eerste is wat mijn aandacht trekt als ik de fiets van het August Allebeplein pak en van Postjesweg de ring ‘binnendring’. Of het nu café’s op het Mercatorplein, De Clerqsraat of Jan Pieter Heije betreft, de witte dominantie is onmiskenbaar. Intimiderend zelfs. Onlangs vertelde een vriend dat hij met een witte collega een kopje koffie deed bij een van die tentjes: ze keken om zich heen. Iedereen die zat was blank en bijna iedereen die voorbij liep, was allochtoon.
Het is niet zo dat de witte schrijvers van Vonk daar helemaal geen aandacht aan besteden. Dat zou pas echt belachelijk zijn in een stad waar de helft van de bevolking allochtoon is. Maar het gebeurt op zo’n typische wijze dat je denkt, is dit wat Turks, Marokkaans of Surinaams Amsterdam te bieden heeft? En met typisch bedoel ik: geen allochtoon die om zijn mening wordt gevraagd.
Geen hekel
Johan Huizinga (42) uit de Van der Pek-buurt in Amsterdam-Noord mag wel leeglopen: “Hier kennen we elkaar allemaal, hier gaan we wat vrijer met elkaar om. Maar de yuppen komen hier niet. Contact? Laten zij zich maar aanpassen, ik heb er niet om gevraagd dat zij hier komen wonen.’ En daarna: ‘Ik woon nu tussen de Marokkanen. Ik heb geen hekel aan die mensen, totaal niet. Maar ik bemoei me er ook niet mee.’
Harmen Bockma schrijft vervolgens: ‘Veel autochtone Amsterdammers in de nabijgelegen wijken Tuindorp Buiksloot en Floradorp voelen zich in de steek gelaten en achtergesteld. De bewoners van de witte arbeiderswijken vinden dat yuppen en allochtonen worden voorgetrokken, terwijl uit hun eigen buurt steeds meer voorzieningen verdwijnen.’
De Marokkanen waar meneer Huizinga het over had, blijven naamloze Marokkanen die de gebeurtenissen in hun wijk meningloos ondervinden.
Politieke correctheid
De volgende schrijver die het over Marokkanen en Turken heeft (eveneens zonder naam of geschiedenis) is niemand minder dan de seculiere fundamentalist Jonathan van het Reve: ‘Gewoon even naar de Turk’. Hij heeft er de pest in dat de ideale balans tussen ‘vrolijk en treurig, tussen autochtoon en allochtoon’ in de Van Woustraat verdwijnt. Waarom, vraagt hij zich af:
‘Voor de afwisseling, denk ik. Maar misschien is dat te makkelijk, want het verklaart bijvoorbeeld niet waarom mensen vaak met een zekere tevredenheid vertellen dat ze hun fruit graag bij de Turk halen. Of dat ze voor lamsvlees altijd – echt altijd – naar hun Marokkaan gaan. Niemand meldt uit zichzelf dat hij een boek bij de Bruna heeft gekocht, of nieuwe gympen bij de Footlocker. Maar als er een kleine, liefst allochtone, winkelier in het spel is, dan wordt het opeens interessant.’
En zo bazelt Reve verder over politieke correctheid om te vertellen dat je ook bij Turken of Marokkanen shopt. Interessant toch? Dat Turken en Marokkanen in Reves wereld alleen maar fruitverkoper of slager zijn.
Bruisen van eenvormigheid
We zijn ondertussen bij pagina 6 van de special: Geen Turken. Pagina 7: Geen Marokkanen. Pagina 8 en 9: Rio, Parijs, Londen, New York en Beiroet, ze komen allemaal aan de beurt, maar geen plek voor Surinamers en Antillianen. Hoe het voelt om als Marokkaan, Turk of Surinamer in Amsterdam te leven? Dikke middelvinger krijg je van Vonk.
Op pagina 10 en 11 wel de verhalen van oud-inwoners van Amsterdam. Wat de hedendaagse niet-westerse inwoners van Amsterdam van gentrificatie vinden, mag Jos Gadet, hoofdplanoloog van de gemeente Amsterdam, vertellen: ‘Gentrificatie brengt werk met zich mee. In het Ramada Apollo Hotel in Nieuw-West is 75 procent van de werknemers afkomstig uit de buurt. Er ontstaat juist een markt voor nieuwe voorzieningen. Een Turkse slager kan zijn zaak beter runnen in een gegentrificeerde wijk dan in Osdorp, een Marokkaanse vishandel gedijt beter in Amsterdam-Oost dan buiten de ring.’ Nu is de Turk slager en Marokkaan visboer. What’s next?
Op pagina 13 slaat Julien Althusius de spijker op zijn kop met de opmerking dat gentrificatie bedoeld is om mensen zoals hij te plezieren: ‘Natuurlijk, de stad bruist en zal dat altijd blijven doen. Maar het wordt een bruisen van eenvormigheid. Van een knappe, welgestelde en gepolijste groep mensen met pilotenzonnebrillen op het hoofd en linnentasjes aan de arm. De bezoekers even uniform als de plekken waar ze samenkomen: een blank, hoogopgeleid spiegelpaleis waar je alleen in mag als je bereid bent 15 euro voor een hamburger te betalen.’
Domein van de overheid
Natuurlijk is deze ene zin niet genoeg om de gevoelens van uitsluiting, vernedering en marginalisering van niet-witte Amsterdammers te dekken. Toch bedanken we Althusius’ kleine stap uit kleurenblindheid. Deze momenten moeten we koesteren en uitvergroten. Want op pagina 14 en 15, over de Kolenkitbuurt in Amsterdam-West, is het weer vanouds aapjes kijken met kunstenaar Roel Schoenmakers:
‘Er zijn hier sterke banden in de verschillende culturele groepen zoals de Turken en de Marokkanen. Ze waren verbouwereerd dat we hier kwamen, ze zagen zichzelf helemaal niet als enorm probleemgebied. Het viel ons wel direct op dat de verschillende groepen erg gescheiden leefden. De meeste mensen hier hebben geen band met westerse kunst… Ons doel is dat mensen hier de openbare ruimte weer gaan zien als ontmoetingsplek, niet als domein van de overheid.’
Veranderingen van onderaf
Dit heet in gemeentejargon de buurt ‘optillen’ of ‘versterken’. Maar laat er geen misverstand over bestaan, in deze laatste quote ligt verscholen wie Schoenmakers werkelijk optilt of versterkt: ‘We zijn onmisbaar geworden in het bewerkstelligen van veranderingen van onderaf.’
Dat Sheila Sitalsing dit in haar column van eergisteren allemaal heeft gemist, vind ik jammer. Maar misschien is het missen van bepaalde dingen een noodzakelijke eigenschap om bij de Volkskrant aan de bak te gaan. Happy gentrification allemaal!
Tayfun Balçik is historicus, gespecialiseerd in de moderne geschiedenis van Turkije en die van Amsterdam-West. Hij heeft een Facebook-pagina.





RSS