Het witte feminisme van Aletta Jacobs
Roman Akyüz

Het Nederlandse collectieve geheugen is opvallend selectief. Een aanzienlijk deel van de historische figuren die Nederlanders als helden vereren waren racisten. Jan Pieterszoon Coen en Michiel De Ruyter krijgen inmiddels de kritiek die ze verdienen. Wie er progressiever oogt, niet. Aletta Jacobs was een pionier voor vrouwenrechten en de eerste vrouwelijke arts van Nederland, een reputatie die haar diepgewortelde koloniale wereldbeeld generaties lang heeft beschermd.
Tijdens haar wereldreis in de periode rond 1911 en 1912 schreef Jacobs haar ‘Reisbrieven uit Afrika en Azië‘, gepubliceerd in De Telegraaf. Hierin toont zij zich onverbloemd racistisch. In Kaapstad beschreef zij de lokale bevolking als ‘de kleine, fijn gebouwde, aapgelijke Bosjesman en vrouw’ die de Europeaan probeerden na te doen en er ‘daardoor dikwijls allerbespottelijkst’ uitzagen. De vergelijking met apen trok zij vaker door. Op Java schreef ze over inheemse vrouwen die luizen bij elkaar zochten met de woorden dat ‘geen aap in Artis het haar verbeteren zou’.
Naakte jongens
De neerbuigendheid druipt van de pagina’s. Bij de Victoriawatervallen observeerde ze de zwarte bedienden en schreef dat ze eruitzagen als ‘naakte jongens enkel met een zwembroekje gekleed’ en ‘voor het vasthaken van een vanachter sluitende japon of blouse niet goed te gebruiken’ waren. Over Afrika schreef ze dat het wachtte als ‘één groote, woeste vlakte, bewoond voor het overgroote deel door inboorlingen, dat als het ware wacht op energieke blanken om het tot ontginning te brengen’.
Zwarte mensen reduceerde ze stelselmatig tot ‘kindertjes’ die ‘nog een trede lager in hun ontwikkeling’ stonden. En over Rhodesië noteerde ze kil dat als de honderdduizenden zwarten niet zo ‘goedaardig van karakter’ waren, zij de kleine blanke groep ‘nooit gehoorzaam zouden blijven’. Als luchtige anekdote voor haar Nederlandse lezers voegde ze toe dat haar reisgenoot ‘den wensch geuit’ had ‘om op haar verjaardag van ons zoo’n klein negertje cadeau te krijgen, maar het mag dan niet grooter worden’.
Vaak wordt als excuus aangevoerd dat racisme toen de absolute norm was. Dit is echter een zwaktebod. Haar taalgebruik sloot weliswaar naadloos aan bij het heersende pseudowetenschappelijke sociaal-darwinisme, maar Multatuli had decennia eerder de koloniale onderdrukking al aan de kaak gesteld. Ook vroege socialisten en radicale denkers in haar tijd verzetten zich tegen dit superioriteitsdenken.
Wit feminisme
Jacobs vocht haar hele leven tegen de patriarchale orde, terwijl ze haar eigen hiërarchie volledig had geïnternaliseerd. Ze begreep onderdrukking aan den lijve als vrouw, maar vertaalde dat inzicht nooit naar de mensen om haar heen die óók werden onderdrukt. Ze wilde de ladder op. Niet de ladder omgooien. Dit heet ‘wit feminisme’.
We hoeven Aletta Jacobs niet uit de geschiedenisboeken te scheuren. Haar strijd blijft noemenswaardig. Maar een held die de vrijheid van de ene mens verdedigt terwijl ze de ander met apen vergelijkt, is geen held zonder vlekken.
Roman Akyüz is afgestudeerd in evolutionaire, comparatieve en ontwikkelingspsychologie, en werkt momenteel als beleidsmedewerker. Dit stuk is eerder op LinkendIn gepubliceerd.





RSS