Frontaal
Naakt
24 maart 2017

Hoe De Correspondent racisten legitimeert en critici de mond snoert

Giorgio Touburg


Scene from Onibaba (watch it in its entirety here)

Soms leidt begripvol contact tussen tegengestelde overtuigingen tot iets moois. Zo ging Abdelkarim El-Fassi voor zijn drieluik over de politieke spanningen in ons land in gesprek met diverse ‘gewone burgers’. Het gesprek met zijn Zeeuwse oud-buurman, die in het verleden op de PVV had gestemd, leidde tot introspectie bij laatstgenoemde. Wat speurwerk deed hem beseffen dat Wilders ‘foute dingen heeft gedaan’. Het invullen van een stemwijzer maakte dat hij dit keer ‘op een van die nieuwe partijen’ zou gaan stemmen (dat kunnen natuurlijk ook het FvD of VNL zijn geweest).

Als El-Fassi de buurman vraagt waarom hij in het verleden op de PVV heeft gestemd, blijkt dat deze hook, line and sinker is gevallen voor het vertoog dat het de schuld is van gelukszoekers dat onze verzorgingsstaat onder druk staat. Op de vraag hoe hij aan zijn informatie komt, antwoordt de buurman dat hij elke dag het nieuws en Teletekst kijkt ‘met een kommetje Cup-a-Soup’. Niet bepaald de op maat gemaakte filter bubble die nogal eens in stelling wordt gebracht ter verklaring van het wereldbeeld van PVV-stemmers.

Islamofoob vuurtje

Wie de berichtgeving op Frontaal Naakt bijhoudt, weet dan ook dat het niet alleen blogs als Geenstijl en sensatiekranten als De Telegraaf zijn geweest die het islamofobe vuurtje hebben aangewakkerd; de Nederlandse ‘kwaliteitsmedia’ hebben het spelletje gewillig meegespeeld. Trouw fabuleerde bij monde van Perdiep Ramesar een Haagse ‘shariadriehoek’ bij elkaar, Jeroen Wollaars van de NOS koppelde op bedenkelijke wijze de instroom van vluchtelingen aan de nieuwjaarsrellen in Keulen en ook de NRC deinst niet terug voor een Sturmer-achtige raciale karikatuur op z’n tijd.

Een vaak gehoorde verdediging van hoofdredacteuren is dat er nu eenmaal bepaalde sentimenten in de samenleving zijn, dat die aan het publiek getoond moeten worden en dat het geen pas geeft als redactie een oordeel te willen vellen over meningen die op geheel natuurlijke wijze boven komen borrelen. Om met Theo Maassen te spreken: ‘er is blijkbaar behoefte aan en wie zijn wij dan om daar niet aan te voldoen?’

Met zo’n houding kun je in de journalistiek helaas behoorlijk ver komen: USA Today-columnist Michael Wolff gaf onlangs nog aan dat je als journalist toch vooral een stenograaf van de gevestigde machten moest zijn en ook Marcel Gelauff, hoofdredacteur van het NOS-journaal, liet zich bij De Wereld Draait Door ontglippen dat het NOS-journaal geen standpunt over het nieuws in wil nemen.

Extreme politicus

De implicatie van een dergelijke journalistieke houding is dat de waarheid wel ergens in het midden zal liggen. Maar als het maatschappelijke debat als geheel een ruk naar rechts maakt, verandert daarmee ook de locatie van het midden: wanneer de meest extreme politicus het heeft over het de-islamiseren van een land en verklaart het aantal Marokkaanse Nederlanders terug te willen brengen, is een participatiecontract opeens een gematigd idee. Dat beide plannen tegen rechtsstatelijke principes indruisen, daar hoeft de journalist-als-stenograaf zich dan ook niet mee bezig te houden.

Vandaar ook dat de column die Correspondent-hoofdredacteur Rob Wijnberg twee maanden geleden schreef, mij uit het hart gegrepen is. Wijnberg stelt in deze column dat

Objectiviteit […] misschien wel de slechtst begrepen, hardnekkigste en gevaarlijkste illusie [is] waar de journalistiek ooit in is gaan geloven. Slecht begrepen, omdat het altijd verward wordt met onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Hardnekkig, omdat het lui maakt en goedkoop is. Gevaarlijk, omdat het de grootste leugen is die je je publiek kunt verkopen. En een illusie, ja, omdat het niet bestaat.’

Intolerante hoogopgeleide

In het manifest van De Correspondent staat dan ook het volgende:

De Correspondent is onpartijdig, maar ook subjectief: de journalist moet uitzoeken welke kant van een verhaal het geloofwaardigst is en waarom. Bovendien is de krant niet alleen podium, maar ook actor in de samenleving. Zo zal een deel van de winst in samenspraak met de lezers kunnen worden gestoken in een journalistiek project, of worden geschonken aan een goed doel of beginnende onderneming.’

Deze grondhouding was voor mij een van de redenen om lid te worden van De Correspondent. Een andere reden was de levendige dialoog tussen lezers en auteurs, die meerdere malen tot interessante artikelen heeft geleid.

Ik was dan ook verbaasd dat uitgerekend De Correspondent aankondigde dat ze een platform ging bieden aan Joris Luyendijks project ‘Kunnen we praten?’, een serie gesprekken met PVV-stemmers, om te kijken wat ze beweegt. Die tegel is de afgelopen jaren namelijk al vele malen gelicht.

Naast het lezen van de interviewverslagen konden leden in gesprek met de geïnterviewde PVV-stemmers. Ik heb dat gedaan en moet zeggen: dat beviel niet echt, niet in de laatste plaats omdat ik twee dagen later door Luyendijk in het Algemeen Dagblad werd weggezet als ‘intolerante hoogopgeleide’.

Karikatuur

Een paar dagen na het stuk in het AD — waarover ik vooraf overigens geen contact met De Correspondent of Luyendijk heb gehad — kreeg ik een mail van Luyendijk met daarin excuses voor het feit dat het onvoldoende duidelijk was dat de discussie openbaar was: hoewel het er alle schijn van had dat het een Correspondent-project was, was het discussieforum van het online medium slechts een vehikel voor de ontmoeting tussen PVV’ers en Correspondentleden. Achteraf bleek zelfs dat via de homepage van het project iedereen die dat wilde onder de eigen naam of middels een pseudoniem een maand lang gratis alle artikelen van De Correspondent kon lezen.

Luyendijk stond in zijn mail niet stil bij het feit dat ik zonder wederhoor geciteerd werd of de karikatuur die hij maakte van mijn bijdrage. Een paar dagen nadat ik hier op mijn blog melding van had gemaakt, werd ik overigens door De Correspondent gebeld: mijn volledige naam en de uitspraken die ik op het forum had gedaan, hadden nooit zonder mijn toestemming in het AD gepubliceerd mogen worden. Niet echt een goede beurt, als privacy een van je stokpaardjes is.

Mijn indruk is dat de hoofdredactie zich vanaf het begin van het project maar nauwelijks raad wist met de reactie van enkele kritische leden, die zich beklaagden over het ondoorzichtige ‘onderverhuren’ aan een extern project, de vrijelijke en ongecontroleerde toegang die werd verleend tot een journalistiek platform waar zij zelf 60 euro per jaar voor betaalden, en de onzorgvuldige wijze waarop Luyendijk met de vaste lezersschare omging in de landelijke pers.

Racistische denkbeelden

Daar komt nog eens bij dat kritiek van leden die minder gecharmeerd waren van de handelswijze van Luyendijk en De Correspondent, steevast werd verwijderd door de moderator, want ‘off-topic’. Enkele leden die bleven volharden in hun kritiek hebben zelfs een tijdelijke ban gekregen. Na mijn blogpost, die op een gegeven moment de rondte deed binnen de discussie op De Correspondent, heb ik dan ook meerdere mails gehad van teleurgestelde leden. Hun informatie heb ik gebruikt ter verificatie.

Wat mij en de leden die met mij contact zochten nog het meeste dwars zit, is de legitimiteit die De Correspondent verleent aan racistische denkbeelden door ze te beschouwen als ‘ook maar een mening’ waar over gediscussieerd dient te worden en niet als de haatzaaiende drek die het is. 1.

Een van de geïnterviewden, Tamara Wulfellé, is een oud-fractiemedewerker van Wilders en houdt zich nu bezig met het WOB’en van asielzoekerscentra (een van de vragen die zij gemeentes stuurt: ‘Wordt in geval van kinderloze gezinnen door de gemeente inspanning verricht om geboortebeperking te stimuleren? A) Zo ja, op welke wijze? B) Zo nee, waarom niet?’). Een andere geïnterviewde is Willem Jan Hilderink, voormalig scribent voor De Dagelijkse Standaard, tegenwoordig in dienst van hetzeblog The Post Online. Willem Jan is auteur van artikelen als ‘Het echte haatzaaien: het NK feminisme’ en ‘Gloria Wekker pleit voor wetenschappelijke apartheid’. Deze mensen lijken in niets op de zachtmoedige buurman waar El-Fassi mee in conclaaf ging, maar hebben zich reeds diep in hun reactionaire loopgraaf verschanst. Een gesprek haalt in zo’n geval niets uit.

Nieuwe inzichten

Toch is er hoop: Correspondent-journalisten hebben zich in het verleden bereid getoond hun standpunten bij te stellen. Zo schaamt Rutger Bregman zich naar eigen zeggen voor een oude, racistische column en gaf Rob Wijnberg onlangs toe tot voor kort nog tot het tut-tut-ho-ho-kamp te behoren als het om racisme in Nederland gaat. Beide mannen zijn – en dat siert ze – tot nieuwe inzichten gekomen na gesprekken met slachtoffers van racisme. Zelf heb ik een zo mogelijk nog langere weg afgelegd. Maar juist daarom is het zo vreemd dat De Correspondent een platform biedt aan iemand die doodleuk met sympathisanten gaat praten in plaats van met de slachtoffers van PVV-retoriek.

Misschien een idee voor een volgende serie?

Giorgio Touburg is socioloog en promoveert aan de Rotterdam School of Management, waar hij lesgeeft over cultuur in organisaties. Hij Twittert ook. 

1. [Overigens zijn er Correspondenten die zich hebben uitgesproken tegen dit aanhoudende gedweep met PVV-stemmers.]


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home