Iedereen vindt Brimstone kut, en de Nederlandse filmkritiek is dood
Ruud Hendriks

‘The Western is the philosophical and political genre par excellence, because it considers a pre-bureaucratic state in which societal functions are realized onscreen in direct, physical action.’ – filmcriticus Richard Brody, The New Yorker, in zijn recensie voor Silence (Martin Scorsese, 2016)
‘In the Western genre, evil can be less nuanced than in your modern movies with all their psychological insights.’ – filmcriticus Roger Ebert over True Grit (Joel & Ethan Coen, 2010)
De Nederlandse film is levenloos, de Nederlandse filmjournalistiek morsdood. In ons land werd Brimstone van Martin Koolhoven bejubeld als meesterwerk. Nergens is uiteengezet en beargumenteerd waarom. In het buitenland is echter hoofdzakelijk beschreven waarom Brimstone een platvloerse mislukking is.
Ik zag de film en constateerde dat buitenlandse recensenten het meteen al – naar aanleiding van de première in Venetië (september 2016) – goed hadden gezien. In Brimstone dondert en bliksemt, knalt en geselt het. Alles met tieten krijgt met de zweep. Spannend, intelligent, innemend, uitdagend of ontroerend is het geen moment. Bij vlagen is de film onbedoeld lachwekkend, met name op momenten dat er grootse tragiek wordt gesuggereerd. ‘Ingmar Bergman’s Faith Trilogy this ain’t‘, schreef een Britse recensent met kenmerkend understatement. En nope, it ain’t.
Op Twitter beweert Koolhoven dat zijn film alleen in Amerika slecht is gerecenseerd, om morele redenen. Net zo triest als potsierlijk, die leugen.
Uitgesproken negatief
Ten eerste: Brimstone maakte geen indruk op de prestigieuze filmfestivals, en won in Venetië, Toronto en Londen geen enkele prijs. In die fase waren de voornaamste internationale recensenten, niet alleen de Amerikaanse maar ook Britse, al uitgeproken negatief. Drie (voor de filmmarkt belangrijke) vakbladen, het Britse Screen Daily, het Amerikaanse Variety en The Hollywood Reporter (met notabene een door een Nederlander geschreven recensie) waren uitgesproken negatief in hun oordeel:
Screen Daily, Lee Marshall: ‘Here the frontier-hooker clichés begin to pile up thick and fast, larded here and there with Last Judgement winks (the bar is called Frank’s Inferno…), and the lighter, show-don’t-tell touch of the first part gets buried beneath crass dramatic shock tactics. These include repeated, graphic abuse of women, something which leaves a bad taste in the mouth despite the kneejerk-feminist parabola of the plot. But what’s lacking here, mostly, is a clarity of vision and control of tone that would give this prestige Euro-Western’s mannerisms a focus. Tarantino touches – a disembowelment, a travelling Chinaman – hit the ground with a nasty thud because while Brimstone is solemn (something the orchestral requiem score reminds repeatedly), it doesn’t have a cool bone in its body.’
Variety, Owen Gleiberman: ‘The movie does indicate, though, that Koolhoven should consider going Hollywood, since that might do a handy job of separating his talent from his pretensions. For Brimstone is a lurid, grinding piece of religioso high trash taking itself seriously. […] The theme of Brimstone, to the extent that it has one, is that incest is the demon in that closet. The sickness of Pearce’s Reverend isn’t just that he does what he does, but that he believes he has the right to do it. God is urging him on (in his own mind), yet his view is also depicted as having emerged from the rigid repressive elements of Dutch Christianity. Brimstone is like the Dutch sexual-nightmare version of a Catholic horror film, with the Reverend as a kind of sternly lustful father-figure Freddy Krueger. He may not be a supernatural character, but just like Freddy, he’s coming for you.’
Grenzen dicht
The Hollywood Reporter, Boyd van Hoeij: ‘But one of the main questions remains largely unanswered: What does the story gain by going back into the past in reverse order rather than being told chronologically? If anything, Koolhoven has painted himself into a corner because the film’s unifying theme, the maltreatment of women at the hand of righteous-acting men, takes much too long to crystallize. It is practically absent from chapter one, in which Liz leads a happy family life that’s disturbed by an evil male protagonist only one step up from a cartoon villain because his motivation and backstory aren’t yet known.’
Glenn Kenny recenseerde Brimstone op de website van de in 2013 overleden, wereldwijd populaire en veelgelezen filmcriticus Roger Ebert. Kenny ziet in Koolhoven, zeg maar, niet de reïncarnatie van Sergio Leone of Orson Welles.
Kenny heeft een advies voor Koolhoven: ‘Brimstone was apparently a passion project for the filmmaker, taking him years to write, driving him to the extent that he didn’t take a salary; he turned Hollywood money down when he couldn’t get final cut, and he had a near-breakdown that required a trip to the hospital emergency room when it looked like his financing was going to fall through. I’m all for heroic exertion in pursuit of one’s art, but in this case I wish Koolhoven had tried therapy first.’
Gooi die grens maar dicht, smeekt Kenny, want die lompe Hollanders: ‘In any event, by the finale, it is entirely clear that the Reverend is the character with whom Koolhoven actually identifies. Gross. I wonder if President Trump can extend that travel ban to The Netherlands. (Let’s not even consider the implausibility of an American pioneer tale in which all anybody ever thinks about is sex, specifically incestuous sex. Empirical evidence indicates this was not actually how the West was won.)’
Kenny’s analyse van Koolhoven is spot-on: ‘Speaking of pioneers, the long-time rock critic Robert Christgau, back in 1971, condemned Black Sabbath’s 1971 LP Masters of Reality as ‘dimwitted, amoral exploitation.’ He was wrong about the album—it rules—but as a sharply intelligent phrasemaker he scored big. And his phrase applies almost exactly to Brimstone.’
Morele redenen
Ten tweede: tot het moment dat Brimstone in de UK ging draaien, stond de film bij Rotten Tomatoes op een gemiddelde van 3.7, op een schaal van tien. Rotten Tomatoes, mind you, houdt álle belangwekkende internationale recensies bij, dus niet alleen de Amerikaanse. Tot dat moment waren er ongeveer veertig recensies, an sich al een zeer lage score. Telt je film internationaal mee, dan kan dat oplopen tot een aantal van ongeveer 250-300 recensies.
Ten derde: Momenteel, nu Brimstone in de UK is gaan draaien, scoort Koolhovens film een 3.8. Er is in de essentie van de filmkritiek betreffende Brimstone niets wezenlijks veranderd. Die kritiek heeft tal van overeenkomsten. Bovendien is het aantal internationale recensies nog altijd laag, en blijkt andermaal dat de belangrijkste recensenten Brimstone negatief tot zeer negatief beoordelen. Bij Rotten Tomatoes zijn (bijvoorbeeld) óók de Britse recensies te lezen.
Ten vierde: Dat Amerikaanse filmcritici Brimstone louter om morele redenen negatief tot zeer negatief beoordelen is pertinent onjuist. Wat de (belangrijke, veel gelezen, bekeken en beluisterde) Britse filmcriticus Mark Kermode al vanaf zijn eerste zin vaststelt, werd al vastgesteld door tal van andere filmcritici: dat Koolhoven zijn pretenties niet onder controle heeft, dat die pretenties vals zijn, en dat het scenario en de structuur ondermaats zijn. Belangrijkste rode draad in die kritieken, is dat die pretenties niet worden waargemaakt, dat de ontwikkelingen in de film het niet verdragen.
Vrouwonvriendelijk geweld
Ten vijfde: Koolhoven veinst wel vaker dat zijn film ‘uitdagend’ is, en dat Amerikanen daar moeite mee blijken te hebben. Lariekoek. Hijzelf geeft altijd hoog op over ‘de genres’, over regisseurs à la Sergio Leone, Sam Peckinpah, Orson Welles, en maakte met Brimstone een film naar een Amerikaans genre, de western, zoals zijn volgende naar een ander Amerikaans genre wordt gemaakt, de film noir. Leone en Peckinpah, om slechts twee filmmakers te noemen die zowel westerns maakten als uitblonken en opvielen vanwege hun gebruik van (niet zelden vrouwonvriendelijk) geweld, zijn controversieel maar nagenoeg altijd positief tot zeer positief gerecenseerd door filmcritici, zeker de Amerikaanse.
Vakmatig zijn Leone en Peckinpah echter heer en meester over hun vak, en internationale trendsetters en ‘uitvinders’. Koolhoven jat met Brimstone tal van ingrediënten uit andere films bij elkaar om die in zijn eigen blender te flikkeren. Critici houd je niet voor de gek, zeker de internationale niet, met kennis van een beetje filmgeschiedenis. En helaas voor Koolhoven: zij zien, net als ik, dat Quentin Tarantino beter jat, maar dat naar zijn eigen hand weet te zetten: zijn invloed zegt genoeg.
Er zijn tal van andere dingen door buitenlandse critici opgemerkt, die ik zelf had opgemerkt. De (belangrijke!) thema’s worden niet uitgewerkt, en zijn slechts platte exploitatie. Dat heeft niets met ‘morele oordelen’ te maken, maar met vakmatige onkunde. Er is niets dat tot nadenken aanzet: niet qua thema religie, niet qua geweld jegens vrouwen. Wat Koolhoven nekt, is zijn opgeblazen bravoure, waarmee hij ‘Leone acteert’, of ‘Amerikaantje speelt’. In Nederland vindt men dat oké, of grappig. Over de grens ben je meteen de dorpsidioot.
Leegheid en nietszeggendheid
De structuur van zijn film moet leegheid en nietszeggendheid verhullen: dat is door veel critici terecht opgemerkt. Die structuur, hoofdstukken met ronkende ‘bijbelse’ titels, werken op de lachspieren, en dienen louter platte, plotmatige spanningsvragen. Wat óók vaak is opgemerkt door critici, is dat die structuur niet origineel is, slecht afgekeken van andere films die daar beter en zinvoller gebruik van maakten, waaronder Christopher Nolans Memento (2000) en Quentin Tarantino’s Pulp Fiction (1994). Ook de vrouwelijke hoofdpersoon, door Koolhoven voorgesteld als iets unieks, haalt het niet bij de films waar hij uit stal of van afkeek: The Piano (Jane Campion, 1993), True Grit (Joel & Ethan Coen, 2010).
Een andere film die model stond voor Brimstone, The Night of the Hunter (Charles Laughton, 1955) is op alle onderdelen de superieure film: Robert Mitchums priester is een veel interessantere én beter in het drama verankerde antagonist, en de mengeling van verschillende genrestijlen (te danken aan scenarist James Agee) is daadwerkelijk uniek: ‘Americana’ (melodrama) wordt soepeltjes gecombineerd met genre-elementen uit de film noir en de horror, met als unieke element de lyrische, soms sprookjesachtige benadering.
Wie de balans opmaakt, kan onmogelijk volhouden dat Brimstone internationaal indruk maakt. Dat is het lot van elke Nederlandse film, die van Paul Verhoeven uitgezonderd. Er is geen enkele buitenlandse regisseur die een Nederlandse collega of een Nederlandse film als voorbeeld neemt, als uitgangspunt, er uit steelt, enzovoorts. In Nederland, erg genoeg, ontbreekt elke traditie om op enig werkelijk niveau over film te debatteren, en de staat van onze filmjournalistiek is daar de spiegel van. Dat Ivo Niehe de kijkcijfers van de uitreiking van de Gouden Kalveren, de jaarlijkse sigaar uit eigen doos waarmee de Nederlandse filmwereld zo zelfvoldaan joviaal doet en waar niemand intrinsiek in blijkt geïnteresseerd, spreekt boekdelen.
Magere imitaties
Genant is Koolhovens opportunistische copycat-gedrag als maker. Zijn eerste tv-film, Duister Licht, en zijn eerste bioscoopfilm, AmnesiA, bleken magere imitaties van David Lynch. De boekverfilming De Grot was geen onverdeeld succes. Daarna preekte Koolhoven het commerciëlere pad en de genrefilm. Het Zuiden was een pover voortborduren op het laatste golfje Dogma. Knetter een dertien-in-een-dozijn familiefilm. Oorlogswinter had nu uitgerekend aan het genre van de oorlogsfilm, vanuit het perspectief van een kind, niets toe te voegen, en werd ontsierd door momenten waarop Koolhoven de discipline inruilde voor potsierlijke slow-motion op tragische momenten, zichzelf blijkbaar Brian De Palma wanend.
Kijk, voor de top van Ajax is het meegenomen dat Koolhoven de rechtsachter of centrale verdedigers vertelt hoe die een bal moeten aannemen, zoals moslima’s in hun handen mogen wrijven met de adviezen van Koolhovens collega-filmmaker Eddy Terstall. Met twee benen op de grond blijkt het advies van Glenn Kenny hout te snijden. Koolhoven doet aan pijnlijke zelfoverschatting, niet alleen waar het hemzelf aangaat, ook waar het gaat om de betekenis en relevantie van de Nederlandse film, internationaal beschouwd.
Peter van Bueren was Kenny al eens voor, en adviseerde Jos Stelling, bedenker van de Gouden Kalveren, een psychiater. Het bleek een knuppeltje in het hoenderhok, en filmblad Skoop had destijds, eind jaren zeventig, weer even iets om over te schrijven. Stelling waande zich Rembrandt zelf, schreef Van Bueren, als recensent voor de Volkskrant, naar aanleiding van Stellings Rembrandt Fecit 1669. ‘Een meesterwerk!’, gilde de Nederlandse Speelfilmencyclopedie. Lange rijen in Parijs, waar Stellings film maandenlang draaide.
Kleffe kliek
Met het vertrek van Van Bueren bij de Volkskrant bloedde de Nederlandse filmkritiek dood. De Nederlandse filmwereld is, de filmjournalistiek inbegrepen, een kleffe kliek, een zandbak.
Wie Nederlandse films met een kruiwagen de grens bij Hazeldonk oversmokkelt, treft hetzelfde lot als Nederlandse voetbalclubs: het stelt geen reet voor, ze doen er niet toe, het zijn kruimels in een verzadigde markt met veel sterkere buitenlandse concurrentie. De uitzonderingen zijn de makers van de vorige generatie: Fons Rademakers, Paul Verhoeven (met Elle wederom eindeloos succesvoller, overtuigender en internationaal invloedrijker dan Koolhoven cs), Robby Müller en Jan de Bont (als invloedrijke, succesvolle DP’s). Hun opvolgers, Koolhoven, Mike van Diem (Nederlands laatste Oscar-winnaar, in 1997) en Robert-Jan Westdijk zijn aantoonbaar minder begaafde ‘goden’. Al moet iemand de filmgod zijn van Ab Zagt. Laat Koolhoven vooral niet klagen.
Ruud Hendriks is opgeleid aan de Nederlandse Film- en Televisie-Academie. Hij is regisseur en docent scenarioschrijven.
Reacties op dit artikel zijn gesloten. Wilt u reageren?
Stuur een e-mail naar de redactie.





RSS