Jezus en Mohammed
Esra Dede

Ik was negen toen de kinderen in mijn klas naar de moskee begonnen te gaan. De moskee was in een ander buurt van Amsterdam, waardoor ze elk weekend door hun ouders werden gebracht. Ook ik wilde elke maandag mee kunnen praten over Koranles en de nieuwste kleuren hoofddoekjes van de docenten.
Ik kreeg echter niet dezelfde reacties van mijn ouders. Mijn moeder vond het leuk om te horen dat ik (eindelijk) interesse begon te tonen in mijn geloof. Voor haar was ik er eigenlijk al te laat mee.
Mijn vader kwam echter tot een andere conclusie. Als ik naar de moskee wilde, dan moest hij ook naar de moskee, want hij moest natuurlijk wel voorkomen dat de mannen van de buurt hem belachelijk zouden maken. Van hem mocht ik daarom niet naar de moskee. Dan maar een alternatief, de zondagschool.
Enge gedachten
Ja, u leest het goed, ik ben als negenjarig Turks meisje een halfjaar naar zondagsschool gegaan. Ik mocht er naartoe op één voorwaarde: ik moest alles, wat ze over Jezus vertelden, vergeten op het moment dat ik de kerk uitliep.
In het begin was het wennen. Ik was een van de weinige buitenlanders in dat kerkje in Amsterdam Oud West, maar ik vond het geweldig. De liedjes, gebeden, kleurplaten en filmpjes over Jezus maakten mijn zondagen helemaal compleet. Elk zondagochtend zwaaiden we eerst de peuter- en kleutergroepen uit die les kregen op de bovenverdieping. Daarna begonnen we aan een middag vol nieuwe verhalen en spelletjes.
Aan het einde van dat jaar had ik mijn eerste kerststal gemaakt en vol trots aan mijn moeder laten zien. De volgende dag lag het in de prullenbak, want mijn moeder kreeg er maar enge gedachten van.
Mag geen ‘Mohammed’ zeggen
Ik kon zien dat de zondagdocenten ook aan mij moesten wennen, ik was een bedreiging en tegelijkertijd een test. De dreiging begon op het moment dat ik het woord ‘Mohammed’ combineerde met een vraag. “Hebben Jezus en Mohammed elkaar wel gekend?” vroeg ik mij hardop af.
“Wie is Mohammed?”, vroeg een ander kind. “Een profeet, toch, juffrouw?”, vroeg ik dan. In het begin werden deze gesprekken stellig ontweken, maar na een tijdje door mij in een hoek te zijn gedreven moest ze er toch aan.
Ik mocht Mohammed niet meer noemen in de kerk. “Hij heeft geen plek in het christendom” werd er aan me verteld op een zondagnamiddag. “Je mag hier blijven op één voorwaarde: je moet alles wat ze over Mohammed vertellen vergeten op het moment dat je de kerk binnenloopt. Anders moeten wij je laten gaan”.
Levend maken
Het idee alleen al maakte mij bang, maar thuis kreeg ik weer twijfels. Waarom kreeg ik thuis wel verhalen over Mohammed en niet in de kerk?
Met mijn mama kon ik er niet over praten, mijn beste vriendin was een atheïst. Het is moeilijk om als kind aan te voelen wat het beste is voor jezelf, maar op een zondag besloot ik toch om op mijn gevoel af te gaan.
Het was een verhalen-vertel-dag. We mochten een eigen interpretatie geven van een bekend verhaal uit de bijbel. Ik was als laatste aan de beurt en in rap tempo begon ik mijn verhaal. “Jezus liep langs een boom, waar een soldaat was begraven. Hij wilde aan deze soldaat vragen hoe hij was overleden dus probeerde hij hem weer levend te maken. Het lukte hem alleen niet, hij was even te moe om het in zijn eentje te doen.”
“Dus-kwam-profeet-mohammed-en-hij-zei-ik-help-je-wel-en-toen-gingen-ze-elkaars-hand-vasthouden-en-hem-samen-weer-levend-maken-en-toen-was-iedereen-blij.”
Zombies maken
Dat was mijn laatste middag in de kerk. Ik was de andere kinderen alleen maar in de war aan het brengen. Ik was een doorn in hun oog en niet meer te redden.
Mijn conclusie was dat noch zondagsschool noch zaterdagschool mijn weekenden compleet konden maken op de manier die ik wilde, een conclusie waar ik nog steeds tevreden mee ben.
Want zeg nou zelf, een weekend waar Jezus en Mohammed zombies maken en elkaar high-fives geven, klinkt veel beter dan de nieuwe trends op het gebied van hoofddoekjes.
Esra Dede is geboren en getogen Amsterdammer. Zij studeert geneeskunde en wordt door haar familie gezien als communist, omdat ze ooit lid was van de SP. Volg haar op Twitter.
7 november 2014 — Esra Dede
Reacties op dit artikel zijn gesloten. Wilt u reageren?
Stuur een e-mail naar de redactie.





RSS