Kyoto – dag één
Peter Breedveld

Has en ik hebben nu officieel recht op een lidmaatschap van de Mile High Club! Naah, geintje natuurlijk. Ik heb al eerder gezegd dat we ons voor elkaar bewaren tot na het moment dat een imam ons huwelijk heeft ingezegend. Niet dat ik niet met de gedachte gespeeld heb terwijl ik langzaam gek van verveling werd tijdens de tienenhalf uur durende vlucht van Amsterdam naar Osaka, opgevouwen in een kabouterstoeltje, gezeten naast een neuspeuterende, rochelende en windenlatende Japanse bioloog.
Het is zeven uur later in Japan dan in Nederland. We vertrokken om vier uur ’s middags van Schiphol en kwamen rond tien uur ’s morgens op het vliegveld in Osaka aan. Daar word je als buitenlander ongeveer behandeld als een Marokkaan in Nederland, dat wil zeggen dat de autoriteiten ervan uitgaan dat je met iets vreselijks bent besmet, dat je de Japanse samenleving komt ontwrichten en dat je komt parasiteren en daarom moet je je laten besnuffelen, je moet je vingerafdrukken achterlaten (moeten de autoriteiten in Nederland niet in hoofd halen, maar hier gehoorzamen ook de Nederlanders gedwee) en je moet rare vragen beantwoorden (“Of ik drugs smokkel? Eh, ja, ik heb een kilo heroïne in mijn koffer en mijn endeldarm zit vol cocaïnebolletjes. Mag dat niet, dan?”).
Vanuit Osaka was het nog twee uur met de taxi naar Kyoto, wat omgerekend 45 euro kost. Voor dat geld kom je in Amsterdam met de taxi nog niet eens je eigen wijk uit, als je de rit al overleeft.
Het is hier nu half één, maar in Nederland is het pas half zes, dus ik heb nog helemaal geen slaap. Daarom zit ik hier in onze hotelkamer (Westin Miyako, prachtig gelegen tegen de groene heuvels aan de rand van de stad) bij het licht van een bureaulampje Has slaapt al, die is afgepeigerd. Ze heeft een gele Stampertje (uit de Bambi-film) gescoord in een speelhal waar je met grijphaken speelgoed en snoep in een gat moet zien te krijgen. Als een kind zo blij. Ik had geen geluk vanavond. Wel een paar bijna-maar-net-niet-momenten en luidruchtige steunbetuigingen van de plaatselijke jeugd, die zich om me heen dromde om te zien of het mij ging lukken een reusachtige kruising tussen Beertje Colargol en Mickey Mouse aan de haak te slaan.
Sushi gegeten in dezelfde bar waar we vorig jaar ook zowat onze vingers hebben opgevreten zo lekker en zo vers. Langs de rivier gewandeld waarvan ik steeds de naam vergeet. Hier verzamelen jongeren zich in groepjes, zonder door de politie te worden lastiggevallen. Ze drinken wat en kijken naar het voorbijstromende water. Iemand ging languit achterover liggen en dat was kennelijk zulk bizar gedrag, dat een voorbijganger en een groep meisjes onder opgewonden gekir een foto van hem maakten, alsof hij een beroemde popster was. Max vroeg of Japanners in eigen land ook zo dwangmatig fotograferen. Nee, dat doen ze niet, maar jongeren staan wel voortdurend hun mobieltjes op elkaar te richten.
Japanse jongeren, ik vind ze eigenlijk maar raar. De jongens doen vaak heel stoer, zonder enige indruk te maken. Ze verven hun haar roze of nemen een permanentje, trekken een ruitjesbroek aan en gaan heel onverschillig kijkend een beetje staan schreeuwen, maar het blijven lulletjes rozewater. De meisjes zijn of heel trashy gekleed of juist heel truttig. Een tussenweg is er kennelijk niet.
Iedereen is hier aardig en beleefd. Japanners zijn verbaasd maar geamuseerd dat ik (erg slecht) Japans spreek. Heel veel mensen lopen zich hier aan te stellen met een chirurgenkapje voor hun gezicht, omdat er enkele tientallen Japanners met de Mexicaanse griep zijn besmet (op een totaal aantal inwoners van 128 miljoen). Amerikanen hoor je ook hier altijd overal bovenuit, de hitte valt me erg mee. Het is warm, maar het is te doen. Hassnae heeft wéér schoenen gezien die ze leuk vindt, maar waar ze nog over wil nadenken. Ze leert het nooit. Morgen gaat ze besluiten dat ze ze wil hebben, en blijkt iemand anders haar te zijn voor geweest, zoals met die Chanel-slippers in Hongkong, waar we vervolgens de halve wereld voor hebben afgereisd (uiteindelijk te pakken gekregen in Londen).
Ik heb foto’s gemaakt met mijn mobiel, maar ik ben het kabeltje vergeten om ze op mijn laptop te kunnen uploaden. Morgen gebruik ik gewoon mijn digitale camera.
Ik ken niemand die zulke goed hoteldeals kan sluiten als Hassnae. Ze krijgt altijd gratis upgrades van kamers die toch al een fractie van de prijs kosten die alle anderen ervoor moeten betalen. Daarover later meer. Ik ga nu toch proberen te slapen. Misschien eerst even kijken in de reisgids wat ik morgen zou willen zien. Begin weer trek te krijgen.
Peter Breedveld hoopt dat meneer Morika zich af en toe vanachter zijn computer loswrikt om een frisse neus te halen, en onder de mensen te komen. Moslims van vlees en bloed te ontmoeten.





RSS