Lieve Jan
Frans Weerts

Illustratie: Fidus
Lieve Jan,
Dank voor je felicitaties, al ben ik alweer een jaar ouder dan door jou berekend. Maar een felicitatie is het niettemin waard. Immers, met mijn ongezonde leefstijl mag het een wonder heten dat ik nog steeds alive and kicking ben. Al 19 jaar overleef ik mijn vrouw die toch echt heel wat gezonder in het leven stond. Ik had toen graag mijn leven ingeruild voor het hare, als dat medisch mogelijk was geweest.
Long time no see. De laatste keer om jouw vrouw ten grave te dragen. Die klotekanker ook, die kerngezonde mensen zomaar velt. Ik vraag me af waarom de natuur werkt zoals ze werkt. Teveel drinken, teveel roken. Okay, dan vraag je erom. Maar nee, ik doe het al sinds mensenheugenis en ik voel me er wel bij. Zelfs een hartinfarct – op 2500 meter hoogte tijdens het skieën – heeft mij er niet onder weten te krijgen. Even dotteren na thuiskomst en hop, ik was en ben weer helemaal boven Jan (sic!).
Ik hoop niet dat ik jou ook nog overleef, noch een van mijn twee resterende zussen. Ik heb mijn portie gehad en ben er inmiddels achter dat het getal 37 voor mij een duivelse betekenis heeft gekregen. Onze oudste zus stierf op die leeftijd, De moeder van mijn kinderen ook. En op exact diezelfde leeftijd haperden mijn hartspieren door een abrupt tekort aan bloedaanvoer.
Vader en moeder allang passé en met hen het ware gevoel nog deel van een familie te zijn. We zijn helaas los zand geworden, dat door onze vingers wegsijpelt, dat niet langer handzaam is geworden. We leven ons leven ver van elkaar. Het gemis van mijn zijde is er wel, nog dagelijks. Maar ik heb werkelijk geen idee hoe iets van die bloedbanden te herstellen. We zijn nooit echt close geweest, zo zijn we niet opgevoed. Met ouders, die de duisternis van WO II hebben ondervonden, is dat niet zo verwonderlijk. We dragen de genen mee van een generatie, die de onmenselijkheid in de ogen moest kijken.
Zo zijn we nu individuen die alles moeten zetten op survival. We kunnen simpelweg niet terugkijken naar het verleden, omdat het ons niet verder helpt in het heden. We zijn de verloren generatie die volkomen onterecht wordt verguisd als zijnde spilzuchtige babyboomers. De Bert Brussens van deze wereld vergeten evenwel dat wij de erfenis dragen van een generatie die Nederland na de oorlog heeft helpen opbouwen tot wat het nu is. Een welvarend land, dat hoog scoort in de tabel van landen, waar mensen zich het meest gelukkig voelen.
De laatste keer stond ik in de winterkou aan het graf van jouw vrouw. De zon scheen en ik voelde me weer even deel van een grote familie. De rouw om een geliefde brengt je nader. Een weerzien van oude vrienden en kennissen in de Heerensociëteit was hartverwarmend en deed mij denken aan de tijd dat ik onverhoopt deel uitmaakte van een vergelijkbare high profile mannenclub. En een weerzien met alle cardiologen die – destijds nog in opleiding – op die fatale wintersportvakantie totaal niet herkenden dat ik 2,5 kilometer naar beneden moest skiën met een zojuist opgelopen infarct. Tja, diagnostisering is ook een vak…
En hoe staat het met je vliegtuig-bouw? De laatste keer mocht ik een soort van Cessna ontwaren, die in je ondergrondse garage werd geassembleerd. Begonnen met ultralights en waar eindigt het? Een zelfbouw Fokker 50? We spraken in ieder geval af dat, mochten jij en jouw vliegmaat ooit eens het luchtruim kiezen, om de kist te laten landen in het vliegveld nabij Poznan. Het is tenslotte maar 800 kilometer vliegen naar hier, dus met een uurtje of drie ben je hier.
Eigenlijk snak ik wel naar wat eerstegraads familiegevoel. Al zijn we daar niet echt voor in de wieg gelegd.
Frans Weerts heeft zijn zwakke momenten en mist zijn zoons, zussen en broer, die veel te ver verwijderd zijn. In alle opzichten.
10 juni 2011 — Frans Weerts
Reacties op dit artikel zijn gesloten. Wilt u reageren?
Stuur een e-mail naar de redactie.





RSS