Frontaal
Naakt
9 december 2013

Man van mijn leven

Anita Brus

man11
Illustratie: Milo Manara

“Er mist een laag”, zei de buurvrouw. “Hij ging als een speer, vergat jou en uiteindelijk ook zichzelf”. De zoveelste liefdesaffaire naar de knoppen. In zo’n geval hebben mijn buurvrouw en ik elkaar als troost. Hoe het zo gekomen is?

Het begon met een tekeningetje van Jan Cremer en een veilinghuis aan de Herengracht. Als je daar eenmaal een werk koopt, zit je in hun bestand. Ook al kocht je er slechts een niemendalletje. Voor je het weet sta je dan bij de opening van hun volgende veiling naast Ruud Lubbers en Hans Wiegel tussen de foto’s van Vincent Mentzel. En dat niet alleen. Het kan ook zomaar zijn dat je via Hans Wiegel en die foto’s ‘de man van je leven’ tegenkomt.

We spraken een week later opnieuw af in hetzelfde veilinghuis. In een feestelijke roes van oliebollen en champagne – het veilinghuis wist wel hoe hun klanten te belonen – kocht ik een levensgrote foto van de hoofden van een groep mensen in een ver Afrikaans land en hij een portret van een blozend Chinees meisje tegen een achtergrond van stoere ruiters. Als kinderen zo uitgelaten waren wij over onze aankoop en over elkaar, waarna wij uitgingen in Amsterdam.

Twentsche Heimat

De dating-sites had ik sinds mijn laatste mislukte date afgezworen. Die had ik ook niet meer nodig, bleek nu. Ik vond hem leuk, maar moest tegelijkertijd wennen. Afkicken van tenminste één ‘likmeneer’, één Afrikaanse schrijver en een oud medestudent die precies een jaar geleden weer stralend om de hoek kwam kijken zonder ook maar enige dieper gaande interesse in mijn persoon. Die interesse had hij wel, al bleven ook bij hem de castagnetten (ai, cliché!) niet in de kast liggen toen hij mij mailde dat het ‘Spaanse feest’ nagenoeg compleet was. Maar leuk vond hij mij met mijn “mooie korte koppie”, al vond ik dat hij dat net iets te vaak zei.

Toen ik hem vertelde dat ik het weekend naar Twente zou gaan, wilde hij mij daar afhalen, waarop ik hem de foto stuurde van mijn vader als boer naast zijn twaalf koeien, compleet met klompen en overall. Wij daalden vervolgens samen af in de Twentsche Heimat waar we de oude vrienden van mijn overleden ouders bezochten, om daarna in het donker rond de boerderij te sluipen waar ik geboren werd.

Goudglanzen muren

Honderduit vertelde ik hem over onze verhuizing, eind jaren zestig, naar een eengezinswoning een eindje verderop in het dorp en over het echtpaar Van Delden van wie mijn ouders en grootouders de boerderij huurden. Ik vertelde hem over de Twentse verhoudingen in die tijd, over hoe mijn oma wegrende om snel haar schort af te doen als meneer en mevrouw Van Delden weer eens onaangekondigd op bezoek kwamen om te zien hoe ‘de boerderie’ erbij lag. Mijn vader en moeder werden door de Van Deldens bij hun voornaam genoemd terwijl zij hen met ‘de heer en mevrouw’ bleven aanspreken. “Oh, God, ’n heer en mevrouw komt d’r an!”, riepen zij als de grote auto van Van Delden de kastanjelaan van de boerderij op kwam rijden.

Het contrast tussen de eenvoud van weleer en het hotel waarin wij die nacht belandden had niet groter kunnen zijn. Hij had zich met al zijn loftuitingen zodanig overschreeuwd dat het tijdens onze maaltijd in het Turkse restaurant van de goudglanzen muren droop. Ineens zag ik heel mijn Twentse omgeving als symbool voor alles wat te veel was aan hem.

Romantische Boomhutten

‘Ben sinds gisteren en vanavond bekend met elk, écht elk B&B in Enschede en wijde omtrek. Hotels, studenten-logeermogelijkheden, jachthutten, daklozenopvang, romantische boomhutten die te huur zijn etcetera, etcetera…’, had hij mij de dag ervoor geschreven. Waarom niet in plaats van dit kille, luxe Hengelose hotel iets eenvoudigs in Enschede gekozen dacht ik achteraf, voor mijn part een boomhut. Nee, het moest meer zijn en beter en niets leek goed genoeg.

Dit kon alleen maar misgaan en dat deed het ook. Binnen een halve nacht zakte het hele kaartenhuis in elkaar. Het was met ons niet wat hij er van verwacht had en dat kon het ook nooit zijn, want zijn verwachtingen waren in de korte tijd dat wij elkaar kenden veel te hoog gespannen. En ik had mij daar met mijn ‘mooie korte koppie’ in laten meeslepen.

Zwarte hoofden

Ik kijk naar de foto van de zwarte hoofden van Vincent Mentzel die nu in mijn huiskamer aan de wand hangt. Die foto werd in 1984 door Mentzel gemaakt in Mozambique tijdens een bezoek aan dit land van Eegje Schoo, de toenmalige minister van ontwikkelingssamenwerking.

Over twee weken ga ik naar Kameroen.

Anita

Anita Brus is docent in de Spaanse taal/literatuur/kunst en schrijft over tango in het tijdschrift La Cadena. Zij publiceert ook teksten in het Spaans en in het Nederlands op haar eigen weblog. Lees het verbijsterende relaas over haar domrechtse date. Volg haar op Twitter.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home