Marokkaanse zussen

Peter Breedveld

Marokkaanse meisjes moeten worden ingezet in de strijd tegen het antisemitisme, schrijft Abdelkader Benali in dagblad Trouw. Volgens Benali helpt het niet de Marokkaanse jongens, die Joden uitschelden en bedreigen, voor te lichten over Joden, want aan voorlichting hebben die jongens een hekel. In de ouders van de jongens heeft Benali weinig vertrouwen, want die zijn de controle over hun zoons allang kwijt.

Des te meer bevreemdt het me dat Benali wél denkt dat het de zussen van deze jongens zijn, die hun broers ‘kunnen corrigeren aan de eettafel, voor de televisie wanneer het antisemitische vuur weer oplaait.’ Nrc.next-blogster Hanina Ajarai valt Benali meteen enthousiast bij. ‘Pak je broertje, neefje en hun vriendjes flink aan, als zij zich schuldig maken aan deze weerzinwekkende praktijken’, roept ze haar zusters op.

Alsof de gemiddelde Marokkaanse moslima ook maar íets over haar broers heeft te zeggen. Ik herinner in dit verband nog even aan de Meiden van Halal, die op televisie al te vriendelijk voor homo’s waren geweest. Ze hadden de handen van nichten geschud, op een boot gestaan tijdens de Gay Paradethe works. De broers van hun vriendinnen waren woedend geweest, vertelde een van hen in een interview. Bij nader inzien vond ze homoseksualiteit toch echt niet kunnen.

En die Meiden van Halal zijn dan zogenaamd moderne, goed geïntegreerde moslima’s, waar Job Cohen en de NOS altijd triomfantelijk mee lopen te pronken als boegbeelden van de multiculturele samenleving. Zúlke meiden gaan hun broers corrigeren als ze op Joden schelden aan de eettafel?

Sympathiek en bemoedigend zijn deze oproepen van Benali en Ajarai zonder meer. Er zijn duidelijk vorderingen gemaakt, want tot voor kort was Marokkaans antisemitisme nagenoeg onbespreekbaar voor Marokkaanse Nederlanders, en trouwens ook voor veel autochtonen. Want er moest dan altijd op gewezen worden dat autochtonen óók aan antisemitisme doen en dat Joden in Marokko al eeuwen in vrede en harmonie samenleven met de Berbers en Arabieren.

Feit is helaas dat Joden het vooral in Marokkaanse wijken in Nederland voor de kiezen krijgen, en niet in autochtone wijken. Feit is ook dat een autochtoon, die zich aan antisemitisme schuldig maakt, door zijn gemeenschap binnen de kortste keren unaniem tot paria wordt gedegradeerd. In de Marokkaanse gemeenschap is antisemitisme heel normaal, heel terloops.

Ja, ik hoor het gemor alweer, maar het is gewoon zo. Te vaak ben ik getuige geweest van denigrerende opmerkingen over Joden door Marokkanen die even vergeten waren dat ik ook zat mee te luisteren. In discussies met Marokkanen is het bijna onvermijdelijk dat, ongeacht het onderwerp, de Joden er aan hun pijpekrullen worden bijgesleept, vooral als de gemoederen een beetje verhit raken. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat voor veel Marokkanen Joden de ultieme pispaal zijn.

En niet alleen voor Marokkaanse puberjongens, dus. Al te snel wordt er gewezen naar de Palestijnse kwestie als oorzaak van de Jodenhaat onder Marokkaanse pubers maar werkelijk, het gaat er bij mij niet in dat jongens, die er geen been in zien om iedereen in hun omgeving het leven zuur te maken, ten aanzien van de Palestijnen opeens worden bevangen door een vroom rechtvaardigheidsgevoel. Hun antisemitisme wordt er ingeweven aan de eettafel, en daar doen de zusjes gewoon aan mee.

Dáár ligt de oorzaak van het gevaar dat Joden hier in Nederland lopen: het terloopse antisemitisme, de volkomen vanzelfsprekende Jodenhaat, die altijd wel door iemand wordt gebagatelliseerd of zelfs goedgepraat.

15 december 2010 — Peter Breedveld

Reacties gesloten. Reageren? Mail de redactie.

« home