Mijn eigen lolita
A.H.J. Dautzenberg

Illustratie: Walter Sickert
Ze passen precies in de kom van mijn handen. Mijn borstjes. De tepels drukken brutaal tegen mijn huid. Als nieuwsgierige kinderen die hun neus tegen het thermopane persen, om maar niks te hoeven missen, handjes en lippen op het koele glas geplakt, met als gevolg een groeiende condensvlek – die de buitenwereld langzaam laat verdwijnen…
Genoeg genoten!
Ik laat mijn borstjes weer los. Ze gaan een beetje hangen: zwaartekracht, leeftijd, testosteron. Ik knoop mijn hemd dicht en recht mijn rug. En profil zie ik er niet verkeerd uit in de spiegel. Althans, voor een man. Overgewicht heeft zijn charme. Zeker.
Ik ben mijn eigen lolita.
Wel zo handig in deze moralistische tijden. Gebutste appels moeten we eten. Overrijp fruit dat schreeuwt om verslonden te worden. Ook als je helemaal niet van die slappe sapzakken houdt. Hard, nog een beetje zuur, dat is meer mijn stiel. The call of the wild. Meer moet U daar niet achter zoeken.
De ‘verboden grens’ is de afgelopen eeuw opgerekt van twaalf naar veertien naar zestien naar uiteindelijk achttien jaar. Niet uit ethische motieven. En al helemaal niet ter bescherming van het ‘kind’. Economische motieven liggen hieraan ten grondslag! Oplopende werkloosheid? Dan toch gewoon het toetreden (van vooral meisjes) tot de arbeidsmarkt nog maar even uitstellen: niet trouwen, maar naar school!
Wordt straks het personeelstekort in de zorg écht nijpend, dan hebben we de meisjes echter weer en masse nodig. De toekomstige boodschap: niet doorstuderen, maar trouwen en werken… De ‘grens’ gaat dan weer van achttien terug naar zestien. Zo pragmatisch zitten we in elkaar. Importeren we immers niet nog altijd massaal producten uit landen waar ‘kinderarbeid’ common good is? En waarom blijft Thailand toch zo populair?
Ik noem haar trouwens Sara, naar de elfjarige (!) maîtresse van ons VOC-kanon Jan Pietersz. Coen. Sara Specx, een door de gouverneur-generaal in Batavia ‘geadopteerde’ straatsjoffer. Ik weet niet precies waarom, maar ik weet bijna zeker dat mijn lolita op haar lijkt. Noem het instinct. Noem het voor mijn part vaderlandsliefde.
In mijn jeugd, dat vreemde land, was er nog geen thermopane. Ik werd beveiligd door verhalen over kinderlokkers. Wat kon mijn moeder daar spannend over vertellen. Meestal met dubbele tong, want het vereiste natuurlijk de nodige moed om je kind in te wijden in de duistere kanten van de mensheid. Dat dubbele vermenigvuldigde bovendien het gewicht van de woorden. Als kind ga je dan zondermeer voor de bijl.
De verhalen waren zó spannend dat ik dagenlang de weg naar school rennend aflegde, zonder op of om te kijken. Ik was doodsbang om een kinderlokker tegen te komen. Een behoorlijk preventief middel, die verhalen. Daar kan geen dubbele beglazing tegenop.
Ging daags na zo’n verhaal de laatste schoolbel, dan liep ik angstig naar de poort, me verstoppend achter de ruggen van vriendjes. In de wachtende auto’s zaten natuurlijk kinderlokkers. Klaar om mij te grijpen… Vooral de lichtblauwe kevers boezemden mij angst in, met hun quasi-lieve uitstraling… Eenmaal voorbij de witte poort zette ik een sprint in die ik volhield tot in onze straat. Twintig minuten lang. Bezweet opende ik met mijn sleutel de deur achterom. Veilig. Het duurde altijd een tijdje voor ik weer door het raam durfde te kijken.
De opvoedkundige blik was indertijd wel erg naar buiten gericht. Binnenshuis kon ‘zoiets’ niet gebeuren. Natuurlijk niet…
En dus kon Sinterklaas, naar later bleek ome Toon, me even apart nemen in de keuken. Mijn ouders lieten hem begaan. De goedheiligman zou wel een boodschap voor me hebben. Mijn moeder knipoogde, dat weet ik nog goed. Zij was bijzonder gecharmeerd van haar oom.
Eenmaal in de keuken graaide Sinterklaas onhandig onder zijn mantel en haalde plotseling een stijf geslacht tevoorschijn…
Nu moet ik zeggen dat dit mij indertijd niet afschrok. Integendeel. Dat stijve ding fascineerde mij tot en met. Bovendien voelde ik me vereerd dat de goede Sint mij had uitgekozen om hem te laten zien…
Sinterklaas’ geslacht was overigens opvallend donker. Misschien kwam het door de witte handschoenen? Ik weet het niet. Ik herinner me een donkerbruine stengel. Hij stak ietwat schuin naar boven. Alsof er een vlezige tak uit de rode mantel groeide. Sinterklaas probeerde met zijn handen die tak af te breken – of zoiets. Uitermate fascinerend.
Even mysterieus als hij tevoorschijn was getoverd, verdween het ding weer onder de rode mantel. Sinterklaas bracht zijn vinger naar zijn mond en gebaarde mij hierover te zwijgen. Spannend… Hij aaide nog even nonchalant over mijn bol en ging me voor naar de huiskamer.
Even later kreeg ik van de goedheiligman een poppenkast cadeau.
Natuurlijk merkten mijn ouders er niks van. Ik hield mijn mond. Tot op de dag van vandaag heb ik dit avontuur geheim gehouden. Avontuur? Ja, wat anders! Ik kreeg een inkijkje in een andere wereld. Een groter plezier kun je een kind niet doen. De negatieve connotaties kwamen pas later. Maar die raakten mij toen niet meer. Ik was het kwetsbare stadium reeds voorbij. Het avontuur bleef een avontuur.
Enkele jaren later nam mijn volwassen buurjongen mij mee. Wij klommen in een grote boom. Die stond een beetje afgelegen, aan de rand van het onttakelde mijnterrein. Eenmaal boven opende hij zijn broek en begon hij aan zijn piemel te trekken. Ik moest dat ook proberen, zei hij. Dat durfde ik niet. Hij ging door en ik keek ademloos naar zijn getrek. Ik meende een lichtknetterend geluid te horen – een geluid dat ik daarna nooit meer heb gehoord. Mijn buurjongen lachte trots. Ik lachte mee. Daarna kerfden we met een zakmes de datum en onze naam in de bast.
De boom staat er vijfendertig jaar na dato nog steeds. Het mijnterrein is veranderd in een speelplaats. De hekken van lagere school De Harlekijn belemmeren mij om legaal te controleren of mijn naam nog zichtbaar is. Een volwassen man die op de speelplaats van een lagere school in een boom klimt…
Ook U heeft vast en zeker een ome Toon of volwassen buurjongen in de familie. Sterker nog, misschien speelt U zelf wel jaarlijks voor Sinterklaas (of volwassen buurjongen). Dat geeft niet hoor. De Sint is en blijft een kindervriend. Die kan geen schade aanrichten. Fantasiefiguren openen de kindergeest en onderhouden het incasseringsvermogen. De schade komt meestal voor rekening van de realisten.
Ter zake.
Met grote verbazing volg ik de berichtgeving over de pedofiele zwemleraar. Nee, volg is niet het juiste woord. Het ‘nieuws’ wordt me door de strot geduwd. Er is geen ontkomen aan. Nederland is collectief verontwaardigd en dat moet iedereen weten.
Laten we eens even inzoomen op de feiten. Wat blijkt? Het merendeel van de Slachtoffertjes heeft het geslacht van de zwemleraar gezien. Sommigen in erectale toestand. Niets meer, niets minder. Een stijf geslacht. Een gekke vleespaal. Inderdaad, geen penetraties – ook de zwemleraar is volgens mij een kindervriend[1].
En dan die ophef! De verontwaardigde ouders weten elkaar eindelijk te vinden en versterken elkaars schaamte en zelfmedelijden, met hulp van gretige journalisten. Ze klitten samen in schoollokalen en wijkcentra. De schande die hen is overkomen… Wat moet de buurt wel niet denken? En de collega’s? We zullen moeten verhuizen…
En hun kinderen hadden dat drama kunnen voorkomen, zeggen ze impliciet met hun gedram. Ze hadden moeten vertellen wat die zwemleraar allemaal deed. Waarom trokken ze niet tijdig aan de bel; pappa en mamma kun je toch wel vertrouwen…?
Maar beste pappa en mamma, misschien vonden jullie kindertjes het wel helemaal geen ramp om een geslacht te zien, al dan niet in erectale toestand. En dus hielden ze hun mond. Ze vonden het misschien wel spannend… Maar pappa en mamma hebben daar een andere mening over, net als de rest van Nederland.
En dus moeten de smalle schoudertjes van de kindertjes al die ouderlijke schaamtegevoelens dragen. Zíj zijn immers de schuldige; dat voelen ze maar al te goed. Waarom moeten ze anders zo vaak naar die vreemde mevrouw om te praten over die Gebeurtenis? En waarom moeten ze anders op die gekke pop aanwijzen wat er is Gebeurd? En waarom zijn pappa en mamma anders zo Verdrietig en Kwaad?
Puttend uit eigen ervaring, zeg ik: maak er in de beleving van de kinderen gewoon een avontuur van. Ze hebben iets geks meegemaakt, iets leuks. Ze hebben een stijf geslacht gezien. Weet je wel, net als bij die zebra in die dierentuin. Ja, dat was een gek gezicht hè… Gun ze dat inkijkje in die andere wereld. Doe daar niet zo krampachtig over. Geef het een plaats in de opvoeding. Deal with it.
Ho ho, ik praat het gedrag van die zwemleraar heus niet goed. Strafrechtelijk zal hij vast en zeker vervolgd kunnen worden. Maar ik filosofeer even louter vanuit het belang van de kindertjes: wat is het beste voor hen, zij die nog niet misvormd zijn door seksuele teleurstellingen en erotische machtsspelletjes?
Dat belang wordt compleet ondergesneeuwd. Het gaat om de ouders, de ouders en nog eens de ouders. En om de advocaten die hun belangen collectief willen behartigen. Schaamte en geld, een gevaarlijke combinatie.
Ik ben mijn eigen lolita. Gelukkig. Mijn decolleteetje is ongevaarlijk. En lekker glad, dankzij een stevige scheerbeurt.
Natuurlijk moet ik wel mijn gewicht in de gaten houden. Niet te mager, maar zeker ook niet te dik. Een beetje mollig, een A-tje, meer moet het niet worden. Kwestie van maat houden, in alle betekenissen van het woord.
Mijn vrouw ziet mij liever iets zwaarder. Dan heeft ze iets om vast te houden, zegt ze. Als reactie gaf ik haar Nabokovs meesterwerk cadeau. Vol afgrijzen kreeg ik het retour.
Onlangs was Jerry Lee Lewis weer eens in Nederland om zijn jaarlijkse kunstje te vertonen. Hij blijft beroemd. Vooral onder mannen, zo bleek. Nog geen twintig procent van de bezoekers was van het vrouw’lijk geslacht, waarschijnlijk meegetroond om op de terugweg te chaufferen.
Komt die populariteit onder mannen voort uit het feit dat hij indertijd vooral naar zijn grote vuurballen luisterde en met zijn dertienjarige nichtje copuleerde? Ik durf er gif op in te nemen. Zijn carnavalsact is uit muzikaal oogpunt immers niet meer serieus te nemen. Het ‘optreden’ van de mean old man triggert de Humbert Humbert in de man – en is dus de 65 euro meer dan waard.
Jerry Lee Lewis werd onthaald als een held. De zwemleraar verketterd, ondanks zijn pedagogische kwaliteiten en goede bedoelingen. Die arme man. Hij heeft de reinigende werking van het chloor compleet overschat. Hij opereerde duidelijk in de verkeerde omgeving.
Hij had voor het podium moeten kiezen. Artiesten mogen immers meer dan het volk. Het podium is een excuus voor ‘artistiek’ gedrag. Bill Wyman, David Hamilton, Roman Polanski, R. Kelly, Charlie Chaplin, Silvio Berlusconi, ze blijven helden…
Ook verzachtend: lid zijn van een of ander koningshuis. Willem III trouwde met zijn volle nichtje, de prille tiener Mary Stuart. Prins Bernhard deed het met… En over de grens zijn de voorbeelden niet aan te slepen. Vooral richting evenaar is het raak…
De roep van de natuur is oersterk.
Neemt niet weg dat ik van de meisjes afblijf.
Ik heb daar zo mijn redenen voor.
Ik ben mijn eigen lolita.
En dat functioneert prima.
Een recente ontwikkeling: bij het strelen van mijn prille borstjes sabbel ik op een ontpitte lychee.
Mijn lolita evolueert.
Naschrift: Uit piëteit met mijn Heeroom laat ik in dit verhaal de rol van de kerk buiten beschouwing.
[1] Het overgrote deel van de pedofielen zijn kindervrienden. Dat blijkt uit verschillende onderzoeken. Slechts een kleine minderheid misdraagt zich. Uit andere onderzoeken blijkt dat er ook moeders zijn die hun kinderen misbruiken of slaan. Dát gedrag wordt niet geprojecteerd op alle mamma’s.
Onlangs verscheen van A.H.J. Dautzenberg bij Uitgeverij Contact de verhalenbundel ‘Vogels met zwarte poten kun je niet vreten’. Hij staat komend weekend op Crossing Border.





RSS