Frontaal
Naakt
13 november 2010

Saih Bin Sakam

Peter Breedveld


Illustratie: Walter Sickert

Op de Nederlandse scholen wordt de kindertjes altijd flink ingepeperd hoe fout andere landen zijn, van Spanje tot Duitsland tot het Verenigd Koninkrijk, de VS, Frankrijk, Japan, China – nou ja, eigenlijk alles wat niet Nederland is. Als het echter over Nederlands-Indië gaat, moeten we nog steeds geloven dat daar iets groots werd verricht, en dat die nare Sukarno en Hatta dat hebben verpest door te collaboreren met de Jappen en de onafhankelijke Indonesische Republiek uit te roepen.

En toen gingen de Nederlanders daar even orde op zake stellen, door middel van ‘politionele acties’, een misselijkmakend eufemisme dat moet verhullen dat Nederland, vlak nadat het zelf is bevrijd van de nazi’s, een smerige koloniale oorlog in Indonesië heeft gevoerd. Een oorlog die de Australische diplomaat William Roy Hodgson de volgende woorden ontlokten: ‘even worse than what Hitler did to the Netherlands in 1940’.

Eén van de ergste misdaden in die oorlog was de massamoord op 431 mannen van het dorp Rawagede onder leiding van majoor Alphons Wijnen. Al in 1947 werd besloten de verantwoordelijken niet te vervolgen. Pas in 2010 erkende de Nederlandse staat dat het bloedbad een oorlogsmisdaad is, maar dat die is verjaard.

Afgelopen week kwam de enige overlevende van de slachtpartij aan in Nederland, Saih Bin Sakam. De 87-jarige wilde graag een ontmoeting met de koningin, maar die weigerde dat botweg. Ook de vaste Kamercommissie voor buitenlandse zaken wil hem niet ontvangen. Naar ik begrijp, hebben alleen Harry van Bommel van de SP en Arjan el Fassed van GroenLinks een ontmoeting met Bin Sakam gehad. De rest heeft de andere kant opgekeken toen dit slachtoffer van de Nederlandse overzeese bloeddorst door onze overheid bruut werd geschoffeerd.

Ik schaam me diep voor deze harteloze behandeling door mijn landgenoten. Als het om de executies van Nederlanders door de nazi’s gaat, zijn er in Nederland altijd genoeg helden te vinden om de bijna honderdjarige daders in gehuchten in Duitsland op te sporen – die daden verjaren kennelijk nooit – en over de Japanse oorlogsmisdaden raken we in Nederland ook maar niet uitgebalkt. Iedereen huilt hier hete tranen van verontwaardiging als het woord ‘troostmeisje’ valt, maar vrijwel niemand in Nederland is bereid de hand in eigen boezem te steken als het om ons koloniale verleden gaat.

En dat verleden liegt er niet om. Eigenlijk heeft Nederland Duitsland niks te verwijten. Dat land toont zich tenminste keer op keer bereid de pijnlijke confrontatie aan te gaan, en gaat steeds weer door het stof. Nederland heeft na veel gedraai en gehannes een paar jaar geleden schoorvoetend een ambassadeur naar een herdenking in Indonesië gestuurd, en de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot mocht zeggen dat het hem speet. Als in: “Het spijt me dat het allemaal zo gelopen is.”

“Jaaaa”, zei een type op Twitter van de week tegen me, “maar die Indonesische onafhankelijkheidsstrijders waren ook geen lieverdjes, hè? En de Indonesische regering is ook niet zo netjes geweest toen Nederlands bezit werd onteigend.” Hij is niet de eerste die dat tegen me zegt als ik de Nederlandse oorlogsmisdaden in herinnering breng. Voor het gemak wordt daarbij altijd vergeten dat dit Nederlandse bezit op zijn beurt weer was ‘onteigend’ door de Nederlanders, want het is natuurlijk gewoon van de Indonesiërs, en dat is het altijd geweest. Ik vind het gerechtvaardigd om, als de bezetter van je land niet uit eigen beweging oprot, het nodige geweld te gebruiken om hem dan maar kwaadschiks te laten vertrekken.

Dergelijke gesprekken eindigen trouwens doorgaans met de mededeling dat ik maar uit Nederland moet oprotten als ik er zo’n hekel aan heb. Deze Twitterfittie was geen uitzondering.

Twee groepen in het bijzonder staan mijns inziens een Nederlandse publieke boetedoening in de weg: de Indië-veteranen en de overlevenden van de Jappenkampen. Zij eigenen zich al het leed in Nederlands-Indië toe – bang dat, als er een stukje van de koek moet worden gedeeld met weer een andere groep, ze ook naar hun moeizaam verkregen slachtofferstatus kunnen fluiten. Die angst is terecht, want de manier waarop ze na terugkeer in Nederland zijn behandeld, is eveneens stuitend en beschamend, maar het mag toch inmiddels wel worden gezegd dat het de Indonesiërs zijn geweest, die het ergst hebben geleden onder eerst de Japanse bezetting, en vervolgens de Nederlandse agressie in de onafhankelijkheidsoorlog. Ook vóór de Japanse invasie was het voor de inlandse bevolking niet zo prettig in Nederlands Indië

Al meer dan zestig jaar lang houden de veteranen de rest van ons land in een wurggreep, want wie maar durft te reppen over het leed dat door Nederland is aangedaan, wordt op niet mis te verstane wijze bevolen zijn bek te houden. De eerder dit jaar overleden Rudy Kousbroek, zelf een kampoverlevende, was één van de zeer weinigen die zijn mond niet hield. Ik geloof dat hij er in zijn boek Het Oostindisch Kampsyndroom op wees dat er tussen de Aceh-oorlog, waarin de Nederlanders eveneens helemaal losgingen op de Indonesische bevolking, en de Tweede Wereldoorlog een kortere periode zat dan tussen de Tweede Wereldoorlog en nu. Over de Aceh-oorlog hoorde je toen niemand meer, maar de Nederlanders raken niet uitgezeurd over het leed dat hen door de Japanners is aangedaan.

Ieder jaar, als de Japanse premier weer een tempel bezoekt ter ere van de gesneuvelde Japanse soldaten in de Tweede Wereldoorlog, begint in Nederland weer het verontwaardigde geloei. Maar zolang Nederland niet eens bereid is een 87-jarig slachtoffer van de eigen oorlogsmisdaden te woord te staan, moesten we dáárover ook maar zwijgen.

Dit is het eerste deel van een ‘Indische serie’ die Peter Breedveld van plan is te schrijven.

Peter Breedveld
Reageren? Mail de redactie.