Nel
Majda Ouhajji

Illustratie: Nguyen Bich Ngoc
Als ik aan het begin van de werkdag de lange gang in loop, zie ik Nel mijn kant op komen. Ze kijkt net als ik recht vooruit en ziet mij ook. Ik blijf haar strak aankijken om te zien wat ze gaat doen. Ze kijkt snel de andere kant op en loopt me zo voorbij, zonder me een blik waardig te gunnen. Alsof ik niet besta.
Nel en ik werken deze zomer voor de derde keer samen; mijn vakantiebaantje, haar vaste baan. Bovenstaande is geen eenmalige gebeurtenis geweest. Om haar te testen doe ik dat namelijk vaker. En de reactie is altijd hetzelfde. Nel mag mij niet en ik heb lange tijd niet goed begrepen waarom. Ik ben altijd heel beleefd geweest tegen haar, want dat ben ik altijd. Maar Nel had geen behoefte aan contact met mij. Ook prima, denk ik dan, genoeg andere collega’s.
Deze week heb ik dus mijn vakantiebaantje weer opgepakt. Nel zag mij op mijn eerste werkdag en deed wederom alsof ik niet bestond. Er kon geen groet vanaf, terwijl we elkaar al twee jaar niet hebben gezien. Dus ik heb Nel eens goed geobserveerd en ben tot een conclusie gekomen die ik eigenlijk al wist: Nel is een racist. Een echte. Ik heb nog nooit een echte racist ontmoet, dus stiekem vind ik het wel interessant.
We werken namelijk in een omgeving met veel allochtonen. En dan heb ik het niet over de huis-, tuin en keukenmarokkanen. Die zijn er ook, maar verder is er bijvoorbeeld een Kameroense, Litouwse, Hongaarse en nog veel meer. De hele wereld bij elkaar op één werkplek. En Nel praat met geen van allen. Behalve als ze er langs wil en een Hongaarse in de weg staat. En zelfs dat niet eens altijd. Blijkbaar doet dat pijn, praten met een allochtoon.
Als ik langs Nel loop, terwijl ze met een autochtoon praat, pik ik flarden op als: “Het zijn buitenlanders, hè? Die mogen dat.” “Ze zouden dat paspoort eens in moeten leveren, zien wat er dan gebeurt.” Meer van de gesprekken hoor ik niet, want Nel weet heus wel wanneer ze haar mond moet houden.
Iets in mij zegt: laat ik Nel gek maken en gewoon constant tegen haar praten. Maar ze kijkt zo vol walging naar me, daar begin ik niet aan. Nel leeft in haar eigen wereldje, waarin de buitenlanders de oorzaak zijn van haar miserabele leven. Waarom ze precies zo’n hekel aan allochtonen heeft? Goede vraag, maar ik weet niet of dat belangrijk is. Feit is dat ze vast zit in haar tunnelvisie. Allochtonen zijn slecht en daar moet je niet mee omgaan. Kun je daar iets tegen doen?
Weet je wat, Nel? Fuck you too.
Over een aantal jaren woont Majda Ouhajji als correspondent in Londen en eet ze zich rond aan cupcakes. Tot die tijd studeert ze journalistiek.






RSS