Frontaal
Naakt
19 december 2011

Poldercorruptie

Frans Smeets

Gaat het over de Eurocrisis, dan wordt het beeld geschapen dat de hardwerkende en broodeerlijke Nederlander moet opdraaien voor de corrupte Zuid-Europeaan die de hele dag in de hangmat ligt. Dat beeld klopt niet. We zijn alleen wat rijker, daarbij ook nog geholpen door de gasbel. Ook hier in Nederland zijn er de laatste decennia heel weinig werknemers geweest die tot de pensioengerechtigde leeftijd van vijfenzestig zijn blijven werken. Bij de ambtenaren vind je ze al helemaal niet.

De vroegpensionado’s gingen in de VUT en met prepensioen, de babypensionado’s keurden we af en gingen in de WAO. Iedereen van mijn leeftijd (46) kent wel mensen die voor hun veertigste, in samenspraak tussen werkgever en werknemer, de WAO ingingen en er nooit meer uitkwamen. Je ziet ze nu opvallend vaak bij De Rijdende Rechter met een ‘versleten’ rug over de heg hangen en hun werkende buren terroriseren.

En wat te denken van het Zwaard van Damocles, de huizenbubbel. Er is geen land in Europa dat hypothecair zoveel schulden heeft uitstaan. Er is een woningmarkt gecreëerd waar de prijzen, met dank aan de hypotheekrenteaftrek, nog steeds veel te hoog zijn. Arme Henk en Ingrid, die zich weer in de luren hebben laten leggen.

Ook in Nederland hebben we onze portie witteboordencriminaliteit. Wat te denken van de bouwfraude, die met een schijntje is afgekocht en waarbij degene, die klokkenluider de enige is die voor het strafbankje heeft gestaan. Prijsafspraken zijn nog steeds schering en inslag in Nederland.

En vergeet niet de diefstal van pensioengelden, het geknoei met Europese subsidies, de Nina Brink-achtige piramidespelen, de keurige banken en verzekeringsmaatschappijen met hun oplichtingsproducten, het gegraai en geknoei van fopondernemers. Ook in Nederland is de lijst oneindig.

Maar de witteboordencriminaliteit is nog een vorm van corruptie die we afwijzen. Veel hardnekkiger zijn de corruptievormen die zo ingesleten en vanzelfsprekend zijn, dat je er niet eens meer bij stilstaat dat het corruptie is.

Ik kom zelf uit Limburg, waar het fêteren van je omgeving ‘het smeervet van de samenleving’ wordt genoemd. Vriendjespolitiek is er om de schop in de grond te krijgen, zonder jarenlang te vergaderen en in procedures te verzanden. Tegenwoordig noemen we dat netwerken. Wethouder van Rey heeft op deze wijze een vervallen stad als Roermond weer aantrekkelijk weten te maken. De bevolking draagt hem op handen.

Het ervaren van corruptie als een way of life zal voor veel Italianen of Grieken niet anders zijn. Op een gegeven moment herken je het niet eens meer als corruptie.

Het is boven de rivieren niet anders, alleen gaat het daar minder door middel van het schuiven met envelopjes of bezoekjes aan bordelen, maar vooral keurig via het loonstrookje, oftewel, de baantjescarrousel.

Wanneer er een vacature vrijkomt voor de Raad van State, dan wordt er, voordat de advertentie geplaatst wordt, in de achterkamertjes van tevoren bepaald wie die gaat vervullen. De open sollicitatie is voor de vorm.

Laatst liep er een radiospotje op Radio 1. Femke Halsema werd door een zekere Tineke meegenomen naar een vluchtelingenkamp in Oeganda. Vervolgens hoorde je Femke Halsema in het spotje zeggen: “Toen Tineke mij vroeg om bestuursvoorzitter te worden van Vluchtelingenwerk Nederland, zei ik direct: “Ja.”

Dus zelfs een organisatie als Vluchtelingenwerk Nederland heeft niet eens door, dat ze publiekelijk een techniek hanteren die in veel ontwikkelingslanden de reden is, dat hulp in verkeerde handen belandt. Vervang de namen, die in het radiospotje te horen zijn, door willekeurige Afrikaanse namen en Vluchtelingenwerk Nederland spreekt van corruptie en bad govermance. Je zou op de plek van bestuursvoorzitter iemand verwachten met een jarenlange ervaring met vluchtelingenproblematiek in plaats van een voormalige fractieleider van een milieupartij.

Bijna alle bestuurders met macht in Nederland worden geselecteerd uit de kleine vijver van actieve leden van de politieke partijen. Tweeënhalf procent van de kiezers in Nederland is lid van een politieke partij. Een klein gedeelte daarvan is actief lid. Als je dan ook nog bedenkt dat vooral de middenpartijen de grootleverancier zijn van bestuurders, dan besef je pas hoe klein die vijver is.

En we hebben het hier niet alleen over politieke functies als burgemeesters, Raad van Commissarissen en leden van de vele commissies en adviesorganen. Van vakbond tot werkgeversvereniging, van generaal tot korpschef, van bank tot verzekeringsmaatschappij, van publieke omroep tot cultuurorganisatie, van woningcorporatie tot ziekenhuis, van universiteit tot Hogeschool, van ontwikkelingsorganisatie tot handelsorganisatie.

Weinig bestuurders hebben hun baan gekregen omdat ze aan de kwalificaties of het profiel voldeden, maar des te meer omdat ze de goede mensen kenden.

Het beschaafd onderling toeschuiven van baantjes -noem het de poldercorruptie- is de Nederlandse variant van corruptie en net zo remmend en fnuikend voor structurele veranderingen als de corruptie in Italië en Griekenland.

We mogen dan met onze zunigheid goed zijn in het beheersen begrotingstekorten, we leven nog steeds in een democratie uit 1848, waarin bestuurlijke hervormingen tegen een muur van onwil en belangenverstrengeling aanlopen. Een vastgeroest systeem uit de tijd van paard en wagen in de wereld van het snelle Internet.

Deze poldercorruptie zorgt ervoor dat bij de witteboordencriminaliteit van de laatste decennia nog nooit iemand achter de tralies heeft gezeten. Bestuurders moeten het wel heel bont maken, willen ze een echte prijs betalen voor falen en graaien, net als in Italië en Griekenland.

En net als bij de Italianen en Grieken komt de onrust in onze samenleving niet alleen door het moeten veranderen of bezuinigen. Het is ook woede naar een bestuurderskaste die van iedereen verwacht dat ze zekerheden overboord gooien en de broekriem aantrekken, maar zelf met niemand concurreert, zelf geen enkel ondernemersrisico draagt en op niets kan worden afgerekend. Laat staan, dat ze tot haar zevenenzestigste door moet werken.

Frans Smeets heeft de vreemde opvatting dat hedendaagse kunst behalve oeverloos gezwets en geld ook nog schoonheid in zich mag herbergen.

Frans Smeets