Prostitutie
Jona Lendering

Illustratie: Wilhelm Hempfing
Als u, door welke ongelukkige speling van het lot dan ook, nog nooit de autobiografievan Casanova hebt gelezen, ga dan NU naar de bibliotheek, want u hebt leukere dingen te lezen dan wat ik nu ga schrijven. Het onderstaande is namelijk helemaal niet leuk, terwijl Casanova geestig is, ontroerend, afwisselend, levenslustig en scherpzinnig. Hij is een van die mensen die je sympathiek vindt, ook zonder dat je zijn moraal deelt. Want ja, hij hield van vrouwen.
Eén ervan was een kapster in Rome, die hem op een gegeven moment bekent dat ze niet met haar geliefde kan trouwen, omdat ze (als ik het me goed herinner) geen bruidsschat heeft en zij en haar verloofde de huur niet kunnen opbrengen van het huis dat willen betrekken. Casanova weet raad. Het kapstertje komt elke dag wat eerder, levert een dienst die ook de autobiograaf vermijdt te noemen en brengt daarna het haar in orde van haar klant. Tegen de tijd dat de immer reislustige Casanova Rome verlaat, heeft hij al gezorgd voor een bruidsschat en een huis.
Je zou dit prostitutie kunnen noemen, maar Casanova, het meisje en haar verloofde zagen dat anders. Ik ben er vrij zeker van dat de jonge vrouwen die je heden ten dage in Rome tijdens de siësta met keurige heren naar hotels ziet wandelen, hun herdersuurtjes ook eerder als een relatie dan als prostitutie definiëren.
Volgend voorbeeld. Toen ik in Leiden studeerde, circuleerde het verhaal over een huis – het werd ook aangewezen – waar, afhankelijk van het gekozen perspectief, óf de huisbaas de huursters korting gaf als ze hem seksuele diensten verleenden, óf een man gelijktijdig een relatie had met drie jonge vrouwen. Is dit prostitutie?
Ik vraag het, omdat de Amsterdamse burgemeester Van der Laan en wethouder Lodewijk Asscher instemmen met het voorstel uit Den Haag dat prostituees zich moeten registreren. De reden daarvoor is, zo lees ik in de papieren versie van Het Parool, dat “klanten die een niet-geregistreerde prostituee bezoeken vanaf volgend jaar strafbaar zijn”, en op deze manier mensenhandel kan worden bestreden (internetversie). Bij de registratie vinden ook controles plaats en krijgen de vrouwen te horen welke rechten ze hebben. Of vrouwen zelfstandig zijn, moet onder meer worden vastgesteld aan de hand van een taaltoets; een onderwerp dat gefundenes Fressen was voor columnisten, en dat is jammer, want het is alleszins reëel dat als iemand alleen Hongaars spreekt, ze het slachtoffer is van vrouwenhandel.
De noodzaak van beleid staat niet ter discussie; Het Parool geeft een voorbeeld van vrouwenhandel dat te walgelijk is om te herhalen. Zelf ben ik ook op de hoogte van een triest geval, dus ik waardeer de inzet om de problemen aan te pakken.
De krant schrijft echter ook dat er geen duidelijkheid is over het aantal prostituees (naar schatting tussen de 5000 en 8000 in Amsterdam) en het percentage dat dit werk onvrijwillig doet (tussen de 8 en 90 procent). Deze onduidelijkheid is ook niet zo vreemd, want er zijn legio omstandigheden waarvan je eigenlijk niet weet of het prostitutie is. Zie de vriendinnen van de Leidse huisbaas, de kapster van Casanova en de Romeinse siëstameisjes. Als dit je cijfers zijn, weet je simpelweg te weinig om überhaupt aan beleid te gaan denken.
Ik lees verder dat het Clara Wichmanninstituut en De Rode Draad zich uitspraken tegen het registratievoorstel, omdat het prostitutie zou criminaliseren. Asscher ontkent dit, verwijt deze instellingen “comfortfeministen” te zijn en vindt dat ze eigenlijk voor registratie zouden moeten zijn. Hij laat de vraag dus in feite onbeantwoord: wordt prostitutie erdoor gecriminaliseerd?
Het makkelijke antwoord is “nee”, want het staat niet in het Wetboek van Strafrecht. Het feitelijke antwoord is “ja”, want mensen gedragen zich alsof prostitutie crimineel is. Ik denk dat Ischa Meijer de laatste is geweest die openlijk zei naar De Wallen te gaan, en Asscher moet weten hoe zijn collega-raadslid Karina Schaapman werd afgebrand nadat ze had erkend in “het vak” te hebben gezeten.
Belangrijker nog is dat mensen het niet alleen ervaren als crimineel, maar er ook consequenties aan verbinden. Dat blijkt althans uit een stuk dat ik een tijdje geleden las in De Volkskrant (samenvatting). In Utrecht is men al eerder begonnen met de registratie van prostituees, en onmiddellijk daarna verdwenen de Nederlandse vrouwen. Hun plaatsen werden ingenomen door Oost-Europese vrouwen. Geen Nederlandse liet zich registeren; liever werkten ze op andere, onzichtbare plaatsen. Casanova, de Romeinse siëstameisjes en de Leidse huisbaas tonen dát er omwegen zijn, en ik herinner me dat er een paar jaar geleden een nagelstudio zat aan de Amsterdamse Da Costa-kade waarvan alle omwonenden beter wisten.
Samenvattend: er zijn voldoende voorbeelden te geven waaruit blijkt dat er iets moet gebeuren. (U kunt alvast deze petitie tekenen.) De situatie in Utrecht bewijst echter dat registratie ertoe leidt dat veel vrouwen zich gecriminaliseerd gestigmatiseerd voelen; alleen buitenlandse vrouwen die al wat zwakker staan, zullen zich laten registreren. Dat zij hun rechten uitgelegd zullen krijgen, is winst. Dat de Nederlandse vrouwen de illegaliteit in gaan, lijkt me echter contraproductief.
Ik schrijft met opzet “lijkt”. Ik denk dat Lodewijk Asscher argumenten kan hebben, maar die wil ik dan wel eens horen. Waarom zijn vrouwen in Utrecht anders dan in Amsterdam? Door op deze kwestie niet in te gaan en zijn critici te typeren als “comfortfeministen”, laadt de wethouder de verdenking op zich dat hij de kritiek in feite niet kan pareren. Daarmee doet hij zijn standpunt geen goed.
Historicus Jona Lendering won in 2010 de Oikos Publieksprijs. Lees zijn boeken. Meld u aan voor een cursus op Lenderings onderwijsinstituut Livius. Uw leven wordt erdoor verrijkt.
Reacties op dit artikel zijn gesloten. Wilt u reageren?
Stuur een e-mail naar de redactie.





RSS