Frontaal
Naakt

22 juni 2013

Rehabilitatie

Jona Lendering

FKK9
Naakt omdat het moet

Mijn huis heeft een balkon. Wie de moeite neemt over een hekje te klauteren, loopt zo het balkon van de buren op, een Marokkaans gezin. Omgekeerd kunnen de jongens makkelijk mijn balkon op, en hun schotelantenne staat dan ook aan mijn kant, waar een betere ontvangst is.

Vroeger – ik heb het over 2005 – klom een van de buurjongens wel eens naar mijn balkon en liep mijn huis dan binnen om aan de computer te werken. Werkstukken printen, wat zaken opzoeken op het internet, dat soort dingen. Hij leende soms wat geld, waarvan ik eigenlijk wel wist dat ik het nooit terug zou krijgen, maar ik bekreunde me er niet zo om. Het leek me niet makkelijk als Marokkaanse puber te leven in het Nederland van Fortuyn en Wilders, waar je op voorhand gestigmatiseerd was.

Vertrouwen beschaamd

Dat die stigma’s niet helemáál onverdiend waren, ontdekte ik toen ik in het voorjaar van 2006 thuiskwam van een bezoek aan Oxford. Ik wilde net beginnen met het downloaden van de foto’s uit mijn camera, toen mijn buurjongen aankwam: hij moest iets opzoeken. Ik liet hem zijn gang gaan, ging ergens wat zitten lezen, maar toen hij even later weer vertrok en ik verder wilde gaan met mijn foto’s, kon ik mijn camera nergens meer vinden. Mijn halve huis afgezocht, maar de camera was weg en ik was niet zo naïef dat ik niet wist wie die had meegenomen.

Naar de politie. Pissig, want mijn vertrouwen was behoorlijk beschaamd. Maar ik realiseerde me ook dat een vmbo-er van Marokkaanse komaf met een strafblad in het Nederland van Fortuyn en Wilders eigenlijk kansloos was en alleen maar verder op het slechte pad kon gaan. Wilde ik dat? Nee. Dus ik deed geen aangifte. De wijkagent is nog eens langs geweest, een week later, en ik heb mijn buurjongen nog eens laten weten dat ik verdraaid goed in de gaten had wat ’ie had gedaan. Hij ontkende, maar ik had mijn punt voldoende gemaakt en besloot over te gaan tot de orde dag.

Geld teruggeven

Lekker zat het me ondertussen niet. Elke keer dat ik de jongen zag lopen, had ik het gevoel dat ik té vriendelijk was geweest. Jonge mensen hebben recht op herkansingen, maar ook ik heb een recht, namelijk om niet bestolen te worden. Hij is het balkon niet meer op geweest en op straat wisselen we geen woord méér dan strikt noodzakelijk.

Tot vanavond. Ik schrok eerlijk gezegd toen hij me op straat onverwacht aansprak, maar hij vertelde dat hij me graag het geleende geld wilde teruggeven en de gestolen camera wilde vergoeden. Ik kan niet anders dan zeggen dat ik onder de indruk ben. Het gaat om iets van zeven jaar geleden en er is geen enkele praktische reden om er nog op terug te komen. Als hij niets zou doen, veranderde er niets. Hij was ermee weg gekomen.

Moreel kaliber

Maar blijkbaar zat het de jonge man toch niet lekker en had hij er spijt van. Dat je, terwijl het gaat om een in feite afgeronde kwestie, toch iets wil goedmaken, zegt iets over je morele kaliber. De jongen waarvan ik meende dat hij opgroeide voor galg en rad, blijkt meer karakter te hebben dan ik voor mogelijk had gehouden. Mijn Oxford-foto’s krijg ik er natuurlijk niet mee terug, maar ik ben blij dat mijn pessimisme is gelogenstraft.

Eerder gepubliceerd op Lenderings blog Mainzer Beobachter. Jona Lendering is als historicus werkzaam bij Livius Onderwijs, wanhoopt aan de toekomst van de geesteswetenschappen en schrijft daarom, of desondanks, een boek over het ontstaan van het christendom en rabbijnse jodendom.


Reacties gesloten. Reageren? Mail de redactie.

« home