Slappe Zakken
Hassnae Bouazza

Illustratie: Frank Frazetta
Journaliste Astrid Theunissen heeft niet zo veel geluk gehad met mannen. In Slappe Zakken doet ze daar uitgebreid en met verve verslag van. Het is een uitwerking van een eerder artikel dat in HP/De Tijd was verschenen onder dezelfde titel. In 2006 interviewde ze mij en drie andere Marokkaanse jongedames over Naema Tahirs boek Kostbaar Verleden en vertelde ze dat dit haar eerste egodocument was. Ons interview wordt ook in het boek genoemd.
In haar voorwoord schrijft ze dat alles wat er in het boek staat, waar gebeurd is. Voor een feitelijk relaas heeft ze het boek zeer kunstig opgebouwd: we beginnen bij de bevalling, daarna neemt ze ons helemaal mee terug naar het begin, en vervolgens komen we weer bij de bevalling – gepokt en gemazeld – want we weten inmiddes hoe moeilijk het voor haar is geweest. Het zou me niet verbazen als er ergens een regisseur met het plan loopt haar verhaal te verfilmen.
De ene na de andere slappe zak komt voorbij in haar leven: mannen die geen kinderen en dus ook geen verantwoordelijkheid voor die kinderen willen. Sommige van die mannen zijn vanaf het begin duidelijk tegen Astrid, anderen wat minder. Neem bijvoorbeeld ‘journalist De Jong’, ofwel Stan de Jong (het feest der herkenning in het boek is een smakelijk pluspunt) die haar zegt verliefd te zijn, haar best een kindje te willen geven, mits zij er voor zorgt, en vervolgens vanuit Spanje per mail de relatie verbreekt.
Theunissen laat het er niet bij zitten. Ze vliegt naar Spanje, wint hem voor haar in, hij komt weer naar Nederland en net als ze denkt dat het helemaal goed zit, verdwijnt hij weer. Radeloos van verdriet struint ze cafés af in de hoop hem te vinden. Als ze in een café een vriend van hem tegenkomt, vertelt hij haar dat De Jong terug is naar Spanje en ze beter haar zoektocht kan staken.
Raden wie er op dat moment het café binnenkomt met een vriend. Theunissen springt op, valt hem huilend in de armen, maar het enige dat De Jong eruit kan brengen is dat ze hem los moet laten, dat hij naar Spanje gaat en dat ze hem niet zal kunnen vinden. Dan duwt zijn vriend hem naar de deur. Huilend roept ze hem na: ‘slappe zak!’
En dan was er ‘De BeeldHouwer’, die pertinent geen eigen kind wilde, en er geen probleem mee had als ze zich liet insemineren; de jongere ‘Krullebol’ die meteen bij de eerste ontmoeting zei haar een kind te willen geven, om uiteindelijk ervandoor te gaan, want hij had niet door dat ze het zo graag wilde. De ‘Getrouwde’, de ‘Oude’ en uiteindelijk de ‘Oude Bekende’ die haar daadwerkelijk bevruchtte, maar daarna verdween.
Slappe Zakken is een vermakelijk, goed geschreven boek dat sterker zou zijn geweest als Theunissen het bij haar eigen ervaringen had gehouden. Jammer genoeg trekt ze het in het algemene en doet ze, ondersteund met onderzoeken, wat boude, generaliserende uitspraken over Nederlandse mannen: dat ze geen kinderen willen, dat ze heel weinig contact hebben met hun kinderen en geen verantwoordelijkheid willen. Dat geldt zeker voor de mannen in haar omgeving en van haar vriendinnen en kennissen, maar er is nog een andere realiteit. Die van de vele, vele vaders die wél graag kinderen willen, voor die kinderen willen zorgen en alle verantwoordelijkheid nemen. Geen kinderen willen, is een keuze waar niks mis mee is. Mits je er eerlijk over bent.
Theunissen heeft het ook over de papamaffia en zet de aanval in: dat een vrouw alleen prima haar kind(-eren) kan opvoeden en dat de vader heus niet onmisbaar is. Onterecht, wat mij betreft. Het is alsof ze zich aangevallen voelt, alsof mensen haar raar zullen aankijken dat ze voor het alleenstaande moederschap kiest. Maar het is nu niet bepaald zo dat ze een keus heeft en uit rancune de vader buiten de deur houdt. Natuurlijk kan een vrouw alleen prima de zorg voor kinderen op zich nemen. Dat neemt echter niet weg dat vaders net zo veel recht hebben op het kind net als de moeder. Daar gaat het de ‘papamaffia’ om: het recht van de vaders te verdedigen die hun kinderen wél willen zien.
Daar kan Astrid Theunissen niets kwaads in zien, en dat doet ze, denk ik, ook niet: zelf wil ze ook graag dat de vader van haar zoontje betrokken blijft bij de opvoeding en met zijn zoontje omgaat. En dat siert haar. Net zoals het haar siert dat, hoewel de verbittering soms voelbaar is, ze met zelfspot over zichzelf schrijft en zich, in tegenstelling tot vele mindere godinnen, geen heldenrol toedicht. Ze doet niet aan zelfbevlekking en dat is heerlijk verfrissend. Theunissen spaart haar mannen niet, maar zichzelf evenmin: ze beschrijft zichzelf in alle kwetsbaarheid als ze een man uit onzekerheid begint te verstikken, De Jong weer eens mailt in een dronken bui, ze huilend aan de bar staat of haar vriend betrapt als hij snel de condoom weggooit om Boris Becker-achtige praktijken te voorkomen.
Ik herinner me Astrid als een aantrekkelijke vrouw met sexy, hese stem en lekker lijf. Toen ik het boek las, zag ik haar zo weer voor me en verbaasde me over de sulligheid van de mannen om haar heen. Iets zegt me dat ze haar zoontje Titus een sterkere ruggegraat mee zal geven.
Luister hier naar Hassnae’s praatje over Slappe Zakken in Villa VPRO. Hassnae Bouazza (حسناء بوعزة) schrijft voor Vrij Nederland, De Volkskrant, NRC Handelsblad, en de Arabische site van de Wereldomroep. Tot voor kort was ze te bewonderen in Vrouw & Paard. Dat ze nog tijd heeft om in het geheim voorbereidingen te treffen voor de vestiging van het kalifaat in Nederland, mag een wonder heten. Volg haar op Twitter.





RSS