Tokyo – dag twee
Peter Breedveld

Af en toe krijg je in glimp te zien van de donkere krochten van de beschaafde wellevendheid, waar de Japanse samenleving om bekendstaat. Een groep troosteloze woonkazernes in Kyoto waarbij vergeleken de Parijse voorsteden iets pittoresks krijgen. Een afzichtelijk vieze zwerver, midden op de trap van het metrostation van de sjieke zakenwijk Ginza. Hij zit daar als een vleesgeworden j’accuse, een herinnering aan de vergankelijkheid van al die decadente welvaart. Een Japanse Christus, nee, een Japans portret van Dorian Gray, dat zich niet onder een doek op zolder laat verstoppen. Zijn blik heeft iets trots, iets uitdagends, iets onverwoestbaars.
In de hippe wijk Roppongi staan bij de kruising van Roppongi-dori en Gaien-Higashi-dori veel zwarte mannen. Ze hebben allemaal hetzelfde baantje: mensen meelokken naar de bars en clubs in de wijk. Ze zijn erg opdringerig. Vijf minuten was ik Hassnae uit het oog verloren en de hele tijd werd ik belaagd door mannen die me vijfentwintig naakte meisjes beloofden, die zeiden precies te weten waarnaar ik op zoek was. “Ik ben op zoek naar iemand“, zei ik. –“En ik weet wel wie”. Ik antwoordde dat ik dat waagde te betwijfelen. Daar zag ik Hassnae eindelijk. Ik pakte haar hand en sleepte haar achter me aan. De man leek oprecht geamuseerd en lachte hard. Zonder enige gêne bewonderde hij haar Afrikaanse billen.
Iedereen heeft het altijd over het nachtleven in de grote steden. Het nachtleven van Madrid, het nachtleven van Londen, het nachtleven van Tokyo. Ik laat me er altijd door opnaaien. Dat nachtleven móet ik meemaken. Maar ik ben in de nachtclubs van Londen, Parijs, Madrid, Barcelona en Rome geweest. Het nachtleven is niet voor mij. Te druk, te lawaaiig, te ranzig. Geef mij maar een gezellig restaurant, en een nazit in de lounge van een hip hotel. Om één uur uiterlijk naar bed.
Ik stelde dus voor om terug te gaan naar ons hotel. We hadden net een orgastisch lekkere Pekingeend gegeten in Café Eight, een knettergezellig Chinees restaurant waar de gasten in drommen voor de deur staan, wachtend tot er een plek vrijkomt. Ze worden bij elkaar aan grote tafels gezet. Het interieur is heerlijk smakeloos, met rode lampen en obscene kitsch aan de muur. Op de kaart staan onder andere gebakken zijderupslarven en schorpioen. Ik heb even overwogen om die te bestellen, maar we waren daar speciaal voor die eend gekomen, en waarschijnlijk hebben larven en schorpioen helemaal niet zo’n bijzondere smaak, zoals ik heb ervaren bij alle gekke dingen, die ik tot nog toe heb gegeten.

In Tokyo, weet ik inmiddels, kun je beter per metro dan per taxi reizen. Niet alleen veel goedkoper (hoewel de taxi’s hier, vergeleken met Nederland, nog altijd spotgoedkoop zijn), maar ook aanzienlijk sneller, vanwege het drukke verkeer op straat. Ik heb trouwens nergens zoveel taxi’s gezien als in Tokyo. Nergens zoveel Italiaanse restaurants ook – ik bedoel buiten Italië.
De metro is in Japan onnodig ingewikkeld. Je moet aparte kaartjes kopen voor aparte lijnen en het blijft nattevingerwerk welk kaartje je moet kopen voor een bepaalde bestemming, maar daar staat tegenover dat de controleurs behulpzaam en coulant zijn. Wanneer geconstateerd wordt dat je een te goedkoop kaartje hebt, hoef je alleen het verschil te betalen. Daar kunnen ze wat van leren in Nederland, waar toeristen keihard worden gestraft met torenhoge boetes en de welbekende Nederlandse onbeschoftheid omdat ze het ondoorgrondelijke strippenkaartensysteem niet hebben kunnen ontcijferen.
In Japan realiseer ik me steeds wat een kutland Nederland eigenlijk is, en wat een kutmensen de meeste Nederlanders zijn. In Kyoto en Tokyo krijg je in restaurants en cafés steeds heerlijk koel water ingeschonken, zonder dat je erom vraagt, en zonder dat het in rekening wordt gebracht. De wc’s zijn gratis en schoon. In Nederland moet je overal voor betalen, zelfs voor kraanwater. En als je geen muntje van vijftig cent bij je hebt, dan pis je maar niet, kankermongool.
Niet dat Japan een paradijs is. Vanmorgen viel me op dat jongeren in de metro niet opstaan voor ouderen. Ik zag posters hangen waarop werd aangedrongen om dat wel te doen. Ook zag ik posters waarop jongeren werd verzocht andere passagiers niet lastig te vallen met hun I-pods en MP3-spelers. Er beginnen blijkbaar barsten te komen in de oneindige Japanse beleefdheid en het grenzeloze geduld van de Japanners. Toch was de metro ook rond middernacht nog brandschoon – er lag geen snoeppapiertje, geen leeg blikje op de grond. En er waren geen dronken klootzakjes die de andere passagiers lastigvielen.
Wat ons opviel: er wordt hier niet geflirt. De meisjes zien er in Tokyo vaak supersexy uit, met uitdagende, weinig verhullende kleding. Maar je ziet nooit iemand kijken. Meisjes gaan alleen met elkaar uit – jongens ook, getrouwde mannen ook. Je ziet wel verloofde stellen, maar verder mixen jongens en meisjes nauwelijks. Tokyo barst van de Sex & The City-achtige vrouwen – goed gekleed, zitten in hippe, dure restaurants, maar ze lijken niet in mannen te zijn geïnteresseerd. Als je een jonge Japanse vrouw met een man ziet, is het heel vaak een Westerling. Een lelijke Westerling meestal, ook nog.
Hieronder een paar kiekjes van ons bezoek aan de Meiji Jingu, een door de overgrootvader van de huidige keizer opgericht shinto-heiligdom. Shinto is de oorspronkelijke religie van Japan. Een religie, zo benadrukt de folder die je bij de ingang krijgt, ‘geen grondlegger en geen heilig boek kent’, alleen maar respect en het streven naar puurheid en oprechtheid. Ik vind die Meiji Jingu geen bijzondere tempel, maar ik was wel geroerd door de gebedsbordjes die bezoekers hadden opgehangen en waarop ze vooral geluk voor hun familie en geliefden wensten, en wereldvrede, maar soms ook dat een vriendin zou genezen van haar ziekte, er was een gebed voor een overleden en zeer gemiste hond, een stel wenste veel baby’s en een Duitser dat-ie de volgende wereldkampioen karate zou worden.
Er was in het omliggende park een waterbron, waar Japanners hun rozenkrans in drenkten, kennelijk voor meer goddelijke kracht of zo. Had geen zin het ze te vragen. Te heet voor zoveel inspanning.










RSS