Frontaal
Naakt
6 februari 2013

Vooroordelen

Jona Lendering


Illustratie: Pulpcovers.com

Café Laziz in Beiroet is niet moeilijk te vinden. Het zit aan de Rue Hamra, vlakbij de plaats waar deze de Rue Jeanne d’Arc kruist. Veel centraler kan een café in West-Beiroet (“de islamitische wijk” in het jargon van de burgeroorlogen) niet zijn gevestigd. Het is een fijne plek, waar je lekker kunt eten en waar waterpijpen worden gepresenteerd zoals God waterpijpen heeft bedoeld.

In de Rue Hamra zitten twee van de beste boekhandels van het Midden-Oosten, een derde zit in de Rue Jeanne d’Arc, en niets is aangenamer dan je aan het einde van de dag op de lage banken te zetten, te genieten van je aanschaf (voorbeeld), te roken, een karaf minted lemonade te drinken en af te ronden met wat hapjes.

Aards paradijs

Laziz was ook de plek waar – ik noemde het al eens – we tegelijkertijd het kerstliedje “komt laten wij aanbidden” en de oproep tot gebed van de dichtstbijzijnde muezzin hoorden. Ik schreef al dat Beiroet het aards paradijs niet is, maar soms komt in de buurt.

Iedereen lijkt hier te komen. Mensen uit Beiroet zelf, mensen uit de omgeving en een enkele verdwaalde toerist. Mensen die, aan hun kleding te zien, redelijk gefortuneerd moeten zijn en mensen die het wat minder hebben getroffen. De studente die gebruik maakt van de wifi en de mannen die backgammon zitten te spelen. Mensen die Camille heten en mensen die als Ali worden aangesproken – christenen en moslims dus. Oud en jong. Mannen en vrouwen.

Modieuze hoofddoeken

Tussen de bezoekers zagen we ook een oude vrouw, ergens eind zestig denk ik, die een waterpijp deelde met iemand die haar dochter zal zijn geweest. Aan de hoofddoek te zien waren het moslima’s. Het verbaasde me, want ik kan me niet herinneren ooit een bejaarde moslima te hebben gezien in een café in Nederland.

Maar mijn aandacht ging vooral uit naar de jonge moslima’s, die trendy gekleed gaan en de meest modieuze hoofddoeken dragen. Ik weet het: de rijke soennitische zakenlieden van Libanon hebben meestal wel een pied-à-terre in West-Beiroet, dus je moet er niet van opkijken als hun studerende dochters hier neerstrijken om met hun vriendinnen te kletsen.

Mijn innerlijke Geert vindt het echter maar raar. Ik ervaar een tegenstelling tussen enerzijds het hoofddoekje, dat ik niet meteen associeer met vrouwenemancipatie, en de zelfstandigheid van deze jonge vrouwen.

Genieten van je onwetendheid

Dat zegt heel veel over mijn vooroordelen, want ik weet vrij zeker dat de betrokken vrouwen de door mij ontwaarde tegenstelling niet zouden herkennen. De moslima’s die ik wel eens over hun religie heb gesproken zien ook geen contrast tussen hun religieuze identiteit en hun aansluiting bij de moderne wereld, waar ze zelfverzekerd hun bijdrage aan leveren. (En voor wie nu denkt dat ik alleen hoogopgeleide moslima’s ken: ik heb jarenlang gewerkt in de schoonmaak.) De tegenstelling die ik bespeur, is een schijntegenstelling, zoals ook mijn onbegrip van de twee gezichten van Hezbollah bewijzen dat ik iets niet begrijp.

Dit is, geloof ik, wat ik leuk vind aan het reizen door het Midden-Oosten: de confrontatie met mijn vooroordelen. Toen ik terugkwam van mijn eerste reis door Iran, was de voornaamste les dat Iran niet zozeer antiwesters was, als wel dat de tegenstelling tussen pro- en antiwesters het verkeerde kader is om je indrukken in te ordenen. Zoiets kun je theoretisch wel beredeneren – ik heb niet de illusie dat ik in dit stukje veel meld wat u niet allang zelf had bedacht – maar het is iets anders als je het ook werkelijk ervaart. In het Midden-Oosten kun je dagelijks genieten van je onwetendheid.

Valse kennis

Iemand vroeg me ooit waarom ik mijn belangstelling wat verlegde van de klassieke Oudheid naar het antieke Nabije Oosten en vervolgens naar het moderne Midden-Oosten. Ik heb toen, naar waarheid, geantwoord dat de bestudering van de antieke wereld me intellectueel niet meer aanspreekt. Je zou van een wetenschap die in een grondslagencrisis verkeert, verwachten dat ze haar grondslagen bediscussieert, maar men gaat die uitdaging niet aan. Er was dus een push-factor wég van de Oudheid.

Er is echter ook een pull-factor náár het Midden-Oosten: de verbazing over het andere en het nederig stemmende inzicht dat je nog wat vooroordelen kunt afleren. Het zijn de dingen die ik ooit hoopte te vinden toen ik de Oudheid ging bestuderen en ik weet dat hetzelfde verlangen bevrijd te raken van valse kennis andere mensen ertoe heeft gebracht China of Polynesië of India of Japan of Afrika te bestuderen. Misschien is dat in feite een verlangen naar je kindertijd, toen er om elke straathoek nog iets wonderbaarlijk moois lag, klaar om te worden ontdekt.

Eerder gepubliceerd op Lenderings blog Mainzer Beobachter. Lendering won in 2010 de Oikos Publieksprijs. Lees zijn boeken. Meld u aan voor een cursus op Lenderings onderwijsinstituut Livius. Uw leven wordt erdoor verrijkt.

Jona Lendering